
BALAK (persoonsnaam): Balak verzoekt Bileam om het Joodse volk te vervloeken. Bileam raadpleegt G’d die toestemt op voorwaarde dat hij alleen zegt wat G’d hem ingeeft. Bileam berijdt zijn ezelin, die een Engel ziet die de weg verspert. Bileam slaat zijn ezelin drie keer, waarna de ezelin hem in mensentaal hierop aanspreekt. Daarop opent HaSjeem Bileams ogen en ziet ook hij de Engel staan.
Koning Balak treft voorbereidingen om offers te brengen maar tot drie
keer toe kan Bileam alleen maar een zegen. Echter, nog voordat hij
vertrekt profeteert hij over de slechte toekomst van Moab. Het Joodse
volk begint ontucht te bedrijven met Moabietische meisjes en werpt zich
neer voor hun afgoden. Uit woede beveelt G’d alle schuldigen op te
hangen. Op een gegeven moment brengt Zimri, stamvorst van Sjimon, in
het openbaar een Midjanietische vrouw naar zijn tent. Pienechas, een
kleinzoon van Aharon doorsteekt beiden, waarna de plaag ophoudt, die
24.000 mensen het leven heeft gekost.
| Koheen, 22:2-12 Uit de nederlaag van zijn buren Sichon en Og begreep Balak, dat een gewone oorlog tegen Israël onzinnig zou zijn. Balak stuurde een delegatie naar Bileam in Midjan. G’d waarschuwt Bileam niet met Balaks delegatie mee te gaan en het volk niet te vervloeken, omdat het gezegend is. |
Nachmanides
(1194-1270) vergelijkt Bileam met de beschermengel van Esau, die eerst
met Ja’akov vocht, maar hem uiteindelijk zegende. G’d wilde dat het
Joodse volk gezegend zou worden door een niet-Joodse profeet. Bile’am
schijnt dit zelfs geweten te hebben, maar hij verborg deze intentie
voor Balak, zijn opdrachtgever. Volgens ibn Ezra (1092-1167) kon Bileam
zelf niet zegenen of vloeken. Hij was alleen erg goed in astrologie.
Wanneer hij in de sterren zag, dat iemand iets slechts zou overkomen,
gaf hij hem een vloek. Toen de slechte voorspelling inderdaad uitkwam,
dacht iedereen dat hij een tovenaar was. Daarom was hij in feite een
oplichter, die ook de vorsten van het land Moab bedroog. Omdat het
Joodse volk niet onderworpen is aan natuurlijke astrologie, zou ook
zijn vloek geen werkelijk effect gesorteerd hebben.
Wie was deze Bile’am eigenlijk? Volgens de midrasj (Bereesjiet Rabba
65:20) was Bile’am de grootste filosoof uit die tijd. Volgens
Kabbalistische bronnen was Bile’am voornamelijk behept met een ‘boos
oog’. Overal waar hij keek, bracht hij verderf. Toch stelt de Talmoed
(B.T. Berachot 7) dat Bile’ams kracht lag in zijn theologische kennis.
Hij kon het minuscule moment, waarop G’d elke dag even kwaad is, exact
bepalen. Dan sprak hij zijn vloek uit en die trof dan doel. Anderen
zeggen dat hij voornamelijk een droomuitlegger was en in de Talmoed
Sanhedrin (106) wordt verteld dat hij eerst profeet was en daarna een
zwarte magier. Andere bronnen geven aan, dat hij zelfs grotere gaven
bezat dan Mosje.
Don Jitschak Abarbanel (1437-1508) meent dat de zegeningen van Bileam
bedoeld waren als waarschuwing voor de omliggende volken. Wanneer deze
bang zouden zijn, zou het makkelijker zijn om het land te veroveren.
Balak, die Bileam kende als tovenaar, begreep deze diepere G’ddelijke
bedoeling in de zegeningen niet. Hij meende dat hij hem te weinig
betaald had om te vloeken, zodat Bileam de Joden een zegen gaf om een
hoger salaris af te dwingen. Daarom begon de ezelin ook te spreken.
Bileam was de meest gezaghebbende profeet onder de volkeren. Wanneer
zelfs hij de overwinning van het Joodse volk zou voorspellen, zouden
zij allemaal terugdeinzen voor oorlog. Rachav, de herbergierster van
Jericho, zei dit ook: “Toen wij dit hoorden, smolt ons hart.” Wat
hoorden zij daar in Jericho? De profetie en zegeningen van Bileam! G’d
wilde niet dat de Kena’anieten oorlog zouden












