De stem van de luidruchtige minderheid


Aan de vooravond van Israëls terugtrekking uit de Gazastrook woedt in het land door een stormachtig debat tussen links en rechts over de betekenis van de democratie, de macht van de regering en de grenzen van burgerlijke ongehoorzaamheid. Ina Friedman sprak voor het dagblad Trouw met vertegenwoordigers van beide kanten.

Nu Israël zich opmaakt de nederzettingen in Gaza en op de noordelijke
Westoever te ontmantelen, woedt een luidruchtig debat over de betekenis
van de democratie, de macht van de regering en de grenzen van
burgerlijke ongehoorzaamheid.

De demonstranten tegen de ontruiming, onder leiding van de Raad van de
Kolonisten, zijn verwikkeld in wat zij noemen ‘een democratische,
zionistische, geweldloze volksbeweging’ van burgerlijke
ongehoorzaamheid, om de terugtrekking te blokkeren – zo nodig met hun
lichamen. Bitter beweren ze dat hun grondrechten – vrijheid van
meningsuiting, van beweging en vergadering – wreed geweld aangedaan
wordt door ‘de dictator’ Ariel Sjaron.

Hun tegenstanders brengen daar tegen in dat de demonstranten het
bestuur van het land willen vernietigen door een besluit te dwarsbomen
van een democratisch gekozen regering. Bovendien heeft de Knesset dat
besluit bekrachtigd en heeft het Hooggerechtshof het grondwettig
verklaard.

Tegenstanders van de terugtrekking betogen dat burgerlijke
ongehoorzaamheid ‘legitiem’ is in de strijd tegen een ‘onrechtvaardige’
en ‘immorele’ situatie. Voorstanders op hun beurt waarschuwen dat zo’n
postmoderne benadering van de rechtsorde leidt tot ontmanteling van de
staat.

De beweging van burgerlijke ongehoorzaamheid van rechts heeft zo haar
eigen dynamiek. Het begon ermee dat kleine groepjes handtekeningen van
soldaten verzamelden voor een petitie die opriep niet langer bevelen op
te volgen en wegen te blokkeren. Het enige wat ze bereikten was dat de
publieke opinie zich tegen hen keerde.

Vervolgens organiseerde de Yesha Council (Raad van Kolonisten) twee massale marsen naar
de Gazastrook. De politie weigerde toestemming te verlenen en hield de
bussen op kilometers afstand tegen. Daarop stelden de kolonistenleiders
dat de vergunningen er niet toe deden; het ging er nu slechts om dat
hun protest geweldloos was.

Maar de Raad maakte ook duidelijk dat de marsen een tweevoudig doel
hadden: de nederzettingen in Gaza vol laten stromen met tegenstanders
van de terugtrekking en tegelijk leger en politie bezighouden, teneinde
wat zij noemen de ‘deportatiemachine’ te ontwrichten.

Bij dat alles stelden de voorstanders van burgerlijke ongehoorzaamheid
dat de uitvoerders van de wet, inclusief de hoofdofficier van justitie,
te kwader trouw waren door zich zo cynisch voor het karretje te laten
spannen van Sjaron. De premier zelf betichtten zij ervan slechts tot de
evacuatie te hebben besloten om zo de aandacht af te leiden van
allerlei affaires waarin hij is verwikkeld.

Vreemd genoeg kibbelt ook links over de vraag wat ‘legitiem protest’
is. Nadat de politie op 18 juli had verhinderd dat gehuurde bussen de
eerste mars konden bereiken, schreef advocaat Joeval Elbasjan een
protestbrief naar de hoofdofficier dat die manoeuvre flagrant onwettig
was., Elbasjan werkt voor het Centrum voor juridisch onderwijs in
mensenrechten en sociale verantwoordelijkheid van de Hebreeuwse
Universiteit, en is naar eigen zeggen ‘overtuigd links’.

Maar uit diezelfde linkse hoek trok Oeri Avneri fel van leer tegen
Elbasjan. Hij vergeleek hem met de Duitse democraten die, met de beste
bedoelingen en uit naam van de burgerlijke vrijheden, het mogelijk
maakten dat de Weimar-republiek viel en dat de totalitaire nazi’s aan
de macht kwamen.

Avneri is leider van het linkse Goesj Sjalom (Vredesblok) en kampioen
in het organiseren van demonstraties tegen de regering, “We zien
vandaag de dag de opkomst van een vijand die de d