
“Onze Stichting Maimon is gepasseerd”, zegt een boze Sami Kaspi, voorzitter en oprichter van de Stichting Maimon: “Terwijl wij meer dan een jaar gewerkt hebben om een Marokkaans-joodse expositie voor elkaar te krijgen in Nederland.”
Op maandag 12 september jl. schreef Trouw onder de kop ‘Toenadering
Joden en Marokkanen’ over het bezoek van de adviseur van de Marokkaanse
koning, A. Azulay. De heer Azulay wordt onder andere ontvangen op
Paleis Noordeinde, en door rabbijn Evers, maar niet door de Stichting
Maimon. De Marokkaans-joodse Azulay is volgende week drie dagen in
Nederland op verzoek van de Stichting Maimon en gaat met Marokkaanse
jongeren praten over antisemitisme.
Azulay opent bovendien de tentoonstelling in het Bijbels Museum op
donderdag 22 september a.s. Voorzitter Kaspi: “Wij hebben als
Nederlandse afdeling van de Federation Mondiale du Judaisme Maroccain,
en in samenwerking met de Nederlandse-joodse kerkgenootschappen, de
heer Azulay gevraagd om naar Nederland te komen. Ter ere van deze
prachtige expositie en om hier met de Marokkaanse jeugd te praten over
antisemitisme.”
Kaspi gaat zelf regelmatig naar scholen en spreekt Marokkaanse jongeren
aan in het Arabisch: “Ik begrijp als Marokkaanse-jood het verdriet van
de Marokkanen hier. Een groot deel van de derde generatie Marokkanen in
Nederland is ontheemd en moeten schipperen tussen twee culturen. Ze
voelen zich anders dan de andere Nederlanders, maar weten weinig van
hun eigen wortels. Ze worden voortdurend aangesproken op hun Marokkaans
zijn, maar weten vaak niet wat ze daar mee moeten. De Stichting Maimon
wil voor hun een brug slaan, bijvoorbeeld met deze expositie. Daar
kunnen Marokkanen zien dat zij de Berberse cultuur, waar velen van hun
uit voortkomen, gemeenschappelijk hebben met Marokkaans-joden zoals ik.
Als Berbers en joden daar eeuwenlang goed samen konden leven dan moet
het hier ook kunnen.”












