Jom Kipoer viel dit jaar binnen de islamitische vastenmaand Ramadan. Op 11 oktober organiseerden de Arabische studentenvereniging Selsabil en CiJo, de jongerenafdeling van het CIDI, samen een iftarmaaltijd: de eerste maaltijd die tijdens de Ramadan wordt genuttigd na zonsondergang. Het doel van de avond was om onder het genot van een maaltijd dieper in te gaan op de overeenkomsten en verschillen tussen Jodendom en Islam. 
Mouad Zagdoud, voorzitter van Selsabil, vertelt dat het initiatief voor
deze avond is ontstaan in de context van het Ramadan Festival, dat dit
jaar voor het eerst plaatsvindt in Nederland. Tijdens dit festival
worden lezingen en ontmoetingen georganiseerd in het kader van Ramadan.
Volgens de organisatoren mocht een joods-islamitische ontmoeting niet
ontbreken.
Bijna honderd joodse en islamitische jongeren hebben zich voor de avond
opgegeven. Bijna zeventig aanwezigen stromen uiteindelijk de fraai
aangeklede zaal binnen. De Griffioen, het filmhuis van Uilenstede is omgetoverd tot
een Marokkaans restaurant. De meerderheid is joods; volgens Mouad
hadden zich ook veel moslims opgegeven, maar was de concurrentie
met andere iftars moordend.
Joodse en islamitische jongeren maken grapjes terwijl aan het dekken
van de tafels de laatste hand wordt gelegd. “Ik geef jou het geld niet,
ik vertrouw geen Marokkanen met mijn geld.” “Joden verdubbelen hun geld
en vervolgens gaan wij ermee vandoor, wie heeft het nu beter bekeken?”
Ook worden er serieuze afspraken gemaakt: het is de bedoeling dat er
‘gemengde’ tafels ontstaan. Moet er worden ingegrepen als er teveel
wordt gekliekt? Besloten wordt het ‘mengen’ spontaan te laten gebeuren.
Dat blijkt nog iets teveel gevraagd: Moslims schuiven aan bij moslims
en joden bij joden.
Sami Kaspi van stichting Maimon neemt kort het woord. Kaspi richtte
Maimon op met het doel de vreedzame geschiedenis van joden en moslims
in Marokko onder de aandacht te brengen en zo een brug te slaan tussen
Nederlandse joden en Marokkaanse moslims. Hij vertelt over zijn jeugd
in de mellah, de joodse wijk, van Rabat. Hij prijst Marokko om de
godsdienstvrijheid die joden genoten. Hij herinnert zich hoe de moslims
de joden eten kwamen brengen aan het eind van het Pesach feest. Hij
schetst een sfeer van harmonie waar Nederland zo krampachtig naar
streeft. Ook noemt hij de uitspraak van Mohammed de vijfde toen de
nazi’s hem om uitlevering van zijn joodse onderdanen vroegen: “Wij
hebben hier geen joden, wij hebben hier Marokkanen”. De joden van
Marokko bleven gespaard.
De door Sami Kaspi verzorgde maaltijd wordt opgediend: Marokkaanse
‘harira’, soep – voor deze gelegenheid met vis bereid -, voor een
aantal ‘glatt kosjer’ etende joodse disgenoten waren er pita’s met
heerlijke salades en natuurlijk allerlei Marokkaanse zoetigheden,
dadels en zoete muntthee. “Doe jij ook mee aan de Ramadan?” vraagt een
jongen met keppeltje vriendelijk aan een jongen die mij net verteld
heeft voor het CIDI te werken. “Nee, ik ben joods”, antwoordt hij dan
ook. Als na het diner rabbijn Menachem Sebbach en docent Saoud Khadje
van het Instituut voor Islam Studies plaatsnemen op het podium ben ik
ook even in de war wat betreft wie wie is. Beide heren dragen baarden
en pas later ontwaar ik achterop een van de hoofden een keppel. Is die
rechter meneer nu een Jemenitische jood of een Saoedische moslim? De
gelijkenis staat symbool voor de overeenstemming die de heren het uur
erop steeds weer bereiken.
“Beste broeders en zusters, neven en nichten,” begint rabbijn Sebbach.
Hij vertelt over de verschillende manieren van vasten binnen het
jodendom. Op Tisja Be’av, als de verwoesting van de tempel wordt
herdacht, heeft het vasten de functie van het uitdrukken van rouw. Op
Jom K












