
‘Leen mij uw oor, hemel, nu ik ga spreken,
luister, aarde, naar wat ik zeggen zal.
Moge mijn onderricht neerdalen als regen,
mogen mijn woorden zijn als milde dauw,
als regen die de grond doordrenkt,
lenteregen die het groen in bloei zet.
Want de naam van de Eeuwige roep ik uit:
de Eeuwige is onze God,
laat iedereen Hem prijzen!’
(Dewarim 32:1-3)
| “We moeten wat we uit de traditie hebben geleerd op ons neer laten komen als de regen , een zachte, liefelijke bui die ons raakt, maar die niet gerationaliseerd hoeft te worden en waarvan de toepasbaarheid niet geevalueerd hoeft.” Lessen voor Tegenwoordig. |
HET COMMENTAAR VAN DE WEEK
Rabbijn Simcha Bunim van Przysucha geeft deze verklaring op de woorden: Moge mijn onderricht neerdalen als regen…
De gewijde woorden van de Tora kunnen vergeleken worden met regen. Als
de regen valt, kunnen we nog niet zien hoe goed het is voor de planten,
de bomen en de aarde. Pas later, als de zon weer gaat schijnen, kunnen
we zien wat de regen heeft voortgebracht. Hetzelfde kan je zeggen van
de woorden van de Tora. Terwijl ze uitgesproken worden, kunnen we nog
niet zien wat ze op aarde zullen volbrengen, maar uiteindelijk zullen
we allemaal weten wat ze hebben voortgebracht.
| Gelezen wordt: Dasberg choemasj deel II, blz. 222 e.v. Haftara II Sjemoeel [II Samuel] 22:1-51 Dasberg choemasj deel II blz.: 276 |
Klik op het logo om verder te lezen op de website van de LJG.
Vertaling: Ted Musaph-Andriesse
Voor het origineel zie www.kolel.org/pages/5763/nhaazinu.html












