![]()
De arba’a miniem – vier soorten – die wij op Soekot schudden kennen vele symbolieken. Zo moet de etrog authentiek zijn. Er mag geen vreemde soort in vermengd zijn en hij moet een hechsjeer hebben van een halachische autoriteit dat er in de loop der eeuwen geen andere soorten in de etrog geslopen zijn.
Soekot 5766/2005
Originaliteit en authenticiteit – zo moet ook ons Jodendom er uit zien.
Geen vermenging met andere culturen, geen vreemde invloeden van
buitenaf. Onze godsdienstbeleving blijft het zuiverst wanneer wij het
nemen zoals het is en niet proberen aan te passen aan allerlei moderne
ideeen.
Geen generatiekloof
Dit is ook onze boodschap voor onze volgende generatie. De etrog
(citrusvrucht) wordt hadar genoemd in de Tora. Hadar betekent
allereerst mooi maar tevens ‘iets wat blijft hangen aan de boom’. Een
van de eigenschappen van de etrog is, dat het veel langer aan de boom
blijft hangen dan andere vruchten. Wanneer er alweer een nieuwe oogst
aan de bomen hangt, zijn de oude etrogiem nog steeds aanwezig. Het
geeft aan dat er tussen de generaties geen kloof mag bestaan. Wanneer
we het jodendom goed, puur en authentiek beleven, zullen we die
generatiekloof tussen ouders en kinderen mogen overslaan.
Eigendom
De etrog moet ook ons eigendom zijn. Wanneer we werkelijk willen
groeien in onze Tora-beleving, moeten wij dicht bij onszelf blijven
staan. We kunnen de ideeen en idealen van anderen niet gebruiken als
het gaat om onze eigen psycho-religieuze groei. Het moet vanuit
ons binnenste opborrelen, willen we werkelijk kunnen zeggen dat wij de
lessen van Soekot begrepen hebben. Soekot heet Chag Ha’asief – het
feest van de inzameling. We oogsten gedurende Soekot de vruchten van
onze inspanningen gedurende de zomer toen wij tesjoewa deden uit de
bitterheid om de verwoesting van de Tempel. We nemen de gevoelens van
ontzag, vrees en hoop uit de 40 dagen voor Jom Kippoer mee naar de
winterperiode maar ook de vreugde en liefde die we tijdens het
Soekot-feest ervoeren.
Het lichaam van de mens
In de Midrasj worden de vier soorten van de arba’a miniem (plantbundel)
vergeleken met delen van het lichaam van de mens. Vaak gaat het over
een vormgelijkenis. De palmtak loelav is een weergave van de
wervelkolom. In de etrog ziet men het hart. De mythetakken symboliseren
de ogen en wilgentakken staan voor de lippen. Op deze manier verenigt
de mens al zijn organen om G’d te dienen. De overtredingen die men met
deze ledematen beging, worden hierdoor gerectificeerd. Wanneer wij de
mitswa van het loelav-schudden met de juiste intentie, aandacht en
devotie uitvoeren, worden alle gebreken die zijn ontstaan door onze
schending van de ge- en verboden uitgewist. De etrog moet fraai zijn
volgens de Tora (Wajikra 23:4). De etrog symboliseert het hart, het
orgaan waar onze gevoelens zetelen en dat de bron vormt van al ons
handelen. In feite moeten álle soorten mooi zijn. Wij moeten al onze
organen, geheel ons leven verheffen zodat zij tot de hoogste plan van
perfectie gebracht worden.
Duizend zoez
De Talmoed vertelt (B.T. Soeka 41b) dat Rabban Gamliel, Rabbi
Jehosjoe’a, Rabbi Elazar ben Azarja en Rabbi Akiwa eens samen een
zeereis ondernamen. Alleen Rabban Gamliel had een loelav. Hij had
hiervoor duizend zoez – een exorbitant hoog bedrag – betaald. Rabban
Gamliel schudde de loelav als eerste en vervulde daarmee de mitswa.
Daarna gaf hij hem aan zijn medepassagiers als geschenk, zodat iedereen
de mitswa op de juiste manier kon vervullen want de vier plantensoorten
van de loelav moeten op de eerste dag Soekot ons volledig en exclusief
eigendom zijn. De Talmoed vraagt waarom nog wordt vermeld, dat Rabban
Gamliel deze loelavbundel had gekocht voor duizend zoez? “Dit leert ons
hoe belangrijk het is dat de mitswa mooi en met veel overgave wordt
vervuld”












