Sjemini – de 8e dag. Op de achtste dag van de inwijding van de Tabernakel verschijnt G’ds Majesteit. Hemels vuur verteert het offer.
Twee zonen van Aharon brengen vreemd vuur. HaSjeem (G’d) treft hen.
Bedwelmende drank is verboden voor dienstdoende kohaniem (priesters). Dieren met gespleten hoeven, die bovendien herkauwen, zijn rein. Vissen moeten vinnen en schubben hebben. 24 soorten vogels worden verboden. Van insecten mag men slechts 4 soorten sprinkhanen eten.
| Koheen, 9:1-16. Aharon brengt zond- en brandoffer. |
Na de zeven dagen van de inwijding van de Tabernakel was de achtste dag bestemd voor de openbaring van G’d aan het volk. Het getal zeven duidt op de natuurlijke orde, zoals de zeven dagen van de week. Het duidt op een menselijke dimensie. Het getal acht geeft het bovenaardse aan. Daarom schuift de briet-mila (besnijdenis) van de achtste dag de Sjabbat terzijde (zie volgende week). De briet-mila is een verbond met het G’ddelijke van hogere orde en `overrulet’ de Sjabbat. Het getal zeven is het symbool van het hoogste wat de mens kan bereiken in deze wereld. Het is G’d in relatie tot deze wereld op immanente wijze. Acht duidt op het oneindige. Het Hemelse. Daarom had de harp in de Tempel maar zeven snaren; maar de harp van de Masjie’ach zal acht snaren tellen.
| Levi, 9:17-23. Meeloffer en vredeoffer. Aharon doechende = zegende het volk. |
Waarom doechenen wij niet iedere dag, zoals in Israël? Eigenlijk was het doechenen onderdeel van de Tempeldienst. Tegenwoordig komen onze gebeden in plaats van de offers. Maar omdat wij vrezen, dat onze tefillot (gebeden) van weinig niveau en kwaliteit zijn, hoeven wij eigenlijk helemaal niet meer te doechenen. In Israël staat de awodat haSjeem (religie) op een veel hoger niveau. Daarom bleef het daar de minhag = gewoonte om iedere dag te doechenen.
| 3e alija, 9:24-10:11. Een Hemels vuur daalde af om de offers te verteren. Nadaw en Awihoe brachten vreemd vuur. G’ds vuur verteerde Nadaw en Awihoe van binnen. Aharon zwijgt. Twee neven verwijderen de lichamelijke overschotten. Kohaniem mogen geen lang haar of gescheurde kleren dragen. Tijdens de dienst mochten zij het Misjkan niet verlaten. Dronkenschap is uit den boze. Mosje zei Aharon: “Dit is wat G’d zei: Door diegene die Mij nabij zijn, zal Ik geheiligd worden en voor het oog van het hele volk
Advertentie (4)
|












