Nieuw boek van Lody van de Kamp

Rabbijn Lody van de Kamp presenteerde woensdagavond zijn boek Blijf daar, kom niet!, een jeugdroman over een Joodse jongen uit Den Haag die de oorlog weet te overleven. De schrijver zet de emotionele drama’s af tegen de historische gebeurtenissen op het wereldtoneel.

Nadat zijn moeder is overleden verhuist Jossele uit zijn geboortestad Lublin naar Berlijn, om bij zijn oom en tante te gaan wonen. Bij zijn vertrek belooft hij zijn broertjes en zusje die achterblijven dat hij ooit terug zal komen.
Intussen komen in Duitsland de nazi’s aan de macht. De vele anti-Joodse maatregelen en de dreigende oorlogssituatie maken het voor Jossele onmogelijk om zijn belofte na te komen. Tot twee keer toe moet hij vluchten, hij voelt zich alleen op de wereld. Ook tijdens deze moeilijke oorlogsjaren probeert Jossele het leven van oprechte vroomheid zo lang mogelijk vol te houden. Het is bijna het enige dat hem nog op de been houdt.

Mariëlle Buys had voor het Reformatisch Dagblad een vraaggesprek met de schrijver.

De vergelijking met Clara Asscher-Pinkhof op het omslag vindt Lody van de Kamp "een beetje pretentieus." Hij betitelt zichzelf als amateurschrijver en noemt het ‘een waardig compliment dat de uitgever hem, amateur-schrijver, aanprijst bij liefhebbers van de bekende Joodse schrijfster. Woensdagavond presenteert hij zijn boek over een Joodse jongen die de Tweede Wereldoorlog oorlog ondanks veel omzwervingen overleeft.

Amateur of niet, bij het schrijven van zijn eerste grote verhaal ging Van de Kamp (1948) niet over één nacht ijs. Eerder publiceerde hij al een briefwisseling en een bundel met korte Joodse anekdotes. Om zijn nieuwe roman te laten overtuigen, zocht de rabbijn, in het dagelijks leven CDA-fractievoorzitter in Amsterdam-Zuid, zelfs steun bij het ministerie van Defensie. "Iemand daar heeft voor me uitgezocht hoe je in de oorlog van Den Haag naar Lublin kon komen." Want dat is de reis die de hoofdpersoon, de jonge Joodse Jossele, maakt. Na de Tweede Wereldoorlog vertrekt hij vanuit Nederland via Berlijn naar het Poolse stadje waar hij oorspronkelijk vandaan komt.

Tijdens de oorlog legt hij dezelfde route in tegenovergestelde richting af. Als zijn moeder overleden is -zijn vader leeft al langer niet meer- moet hij zijn broertjes en zusjes in Lublin achterlaten, en vertrekt hij naar zijn oom Pinchas en tante Gittel in de Scheunenwijk in Berlijn. Wanneer het daar voor Joden te gevaarlijk wordt, wijkt het gezin uit naar Scheveningen.

"Daar is mijn verhaal begonnen," zegt Van de Kamp. In de jaren ’80 was hij rabbijn van de Haagse Joodse gemeenschap. Het is volgens hem belangrijk haar geschiedenis vast te leggen. "Als hier niets van op papier komt, vergeet iedereen dat daar zo’n gemeenschap geleefd heeft. Om een vergelijkbare reden zit "Blijf daar, kom niet!" vol met Jiddische en Hebreeuwse begrippen, met verklarende lijst overigens. "Het eigen karakter van de gemeenschap moest bewaard blijven. Dat had ik mij van tevoren voorgenomen, anders zou ik niet eens aan het boek begonnen zijn."

De rabbijn wist nog niet welke passage hij tijdens de boekpresentatie zou gaan voorlezen. Een gebeurtenis die zich afspeelt rond Scheveningen of Den Haag heeft zijn voorkeur omdat hij ook kinderen en kleinkinderen van de Joden uit de Haagse gemeenschap heeft uitgenodigd. Wat voor hem de meest aangrijpende passage is, kan hij niet zeggen. "Eerst dacht ik dat het de liquidatie van de 120 Joodse weesmeisjes in het Poolse Lublin was. Maar ik ben er nu achter dat de sfeer die tussen de jaren ’45 en ’48 in Scheveningen heerste minstens zo indrukwekkend is. Jossele

Advertentie (4)