In Parsjat Balak kruist het volk Moaw het pad van de Joden. Balak, de koning van Moaw, laat Bilam, een heidense profeet, komen om de Israëlieten te vloeken (23:2-21). Bilam kan niet op tegen de wil van G’d en zegent uiteindelijk de Israëlieten (23&24:3-9) Na de mislukking van het plan van Balak probeerden Moabieten en Midjanieten de Joden te verleiden om afgoden te dienen en ontucht te plegen (25:1-6). Zimri de stamvorst van Sjimon schaamt zich niet voor zijn relaties met een Midjanietische vrouw en beiden worden door Pinchas in een ijverzuchtige aanval gedood (25:7-9).Hetzelfde doel?Een van de meest opvallende uitspraken van de Gaon van Wilna (18e eeuw) is zijn stelling dat het Bijbels Hebreeuws geen synoniemen kent. Woorden die soms dezelfde betekenis lijken te hebben, hebben toch een verschillende connotatie. Een klassiek voorbeeld van deze benadering staat in de sidra.Bilam mag meeDe profeet Bilam werd benaderd door de boodschappers van Balak, de koning van Moaw, om Israël te vloeken. Hij krijgt instructies van Boven; "G’d zei tegen Bilam ga niet met hem mee" (Bemidbar 22:12). Maar toen er meer boden van Balak kwamen om Bilam aan te sporen om toch te komen, veranderde G’ds opdracht eveneens: "als deze mensen gekomen zijn om jou te halen, sta op en ga met ze mee" (Bemidbar 22:20). Is G’d van gedachten veranderd? En als Bilam geluisterd heeft naar de laatste opdracht van G’d waarom moeten we dan iets verder lezen "dat G’d erg kwaad was dat Bilam gegaan was".De oplossing: het verschil tussen ‘et’ en ‘im’De Gaon van Wilna lost dit dilemma op met het verschil tussen "et" en "im", Hebreeuwse woorden die beide "met" betekenen. De Gaon legt uit dat het eerste woordje ("et") aanduidt dat er slechts eenheid is in de zin van fysieke nabijheid maar dat het laatste woord ("im") niet alleen nabijheid in plaats aanduidt maar ook gemeenschappelijke bedoelingen of doeleinden aangeeft. Toen Bilam opgeroepen werd om Israël te vervloeken was G’ds antwoord ga niet "imahem" (32:12) oftewel associeer je niet met hun voorgenomen onderneming. Maar bij de tweede gelegenheid vertelde G’d aan Bilam dat als hij dat wilde, hij met de gezanten van Balak mee kon gaan: "Sta op en ga ietam" (22:20). Met andere woorden: je mag wel met ze meegaan maar doe niet mee met hun plannen. Deze vorm van toestemming werd ’s nachts inderdaad aan Bilam gegeven (om zijn gezicht te redden). Toen Bilam de volgende ochtend opstond en z’n eigen ezel zadelde, vertelt de Tora dat "hij met ‘im’ (de) officieren van Moav meeging. &rdquoOndanks G’ds waarschuwing wilde Bilam toch aan hun verzoek voldoen en Israël vloeken. Dit was de reden dat G’d niettemin kwaad op hem was.Hoe gaat de rabbijn om met de menigte?De specifieke betekenis van het Hebreeuwse woord "im" vormt de sleutel voor een diepere analyse van een bekende uitspraak in Pirké Awot (6:9): Rabbi José ben Kisma heeft gezegd: "Eens ging ik op reis, daar kwam ik iemand tegen. Hij groette mij en ik hem. Toen vroeg hij mij: "Rabbi, uit wat voor plaats komt u?" En ik antwoorde hem: "Uit een grote stad van Wijzen en Geleerden kom ik." Hierop zei hij mij "Rabbi, zoudt u wel bij ons in de stad willen wonen? Dan geef ik u vele duizenden gouden munten, edelstenen en paarlen." Ik antwoordde hem: "al zou u mij al het zilver en goud en alle edelstenen en paarlen van de wereld willen geven toch zou ik niet anders dan in een plaats waar Tora is willen wonen."Hoe wist rabbi José dat de plaats waar hem een nieuwe positie werd aangeboden geen plaats van Tora was? De Maharal van Praag (16de eeuw) legt uit dat Rabbi José door de toevallige voorbijganger gevraagd werd "imanoe bimkomenoe: met ons in onze stad." De voorbijganger deed Rabbi José zijn voorstel met twee uitdrukkingen van bij
NIK: Parsja 38 ? Balak
Advertentie (4)












