Parsja 12 A & B: Wajechie


HET LEVEN VAN JA?AKOVBereesjiet 47:28: ?Ja?akov leefde in het land Egypte zeventien jaar en de dagen van Ja?akov, zijn levensjaren, waren honderd zevenenveertig jaar?.Onze verklaarders vragen zich af hoe het leven van Ja?akov juist in Egypte zo goed kon zijn. In het woord ?wajechie? ligt aangeduid dat hij juist daar opleefde. Iets eerder in de Tora, in Parsja Wajigasj (46:28), staat geschreven dat Ja?akov voordat hij naar Egypte ging Jehoeda voor zich uit stuurde: ?En Jehoeda zond hij voor zich uit naar Joseef om hem de weg te wijzen naar Gosjen?. Volgens de verklaring van Rasjie ter plekke ging het hier om dat Jehoeda vooruit gestuurd werd om een Beet haMidrasj voor hem gereed te maken, een huis van Tora-studie van waaruithet Jodendom verspreid zou worden. We zien dus dat Ja?akov, voordat hij wegging uit Erets Jisra?eel, ervoor zorgde dat de Tora-toekomst van zijn kinderen veilig zou zijn gesteld. Dat is waarom er staat, dat Ja?akov zo een goed leven had in Egypte. Ondanks de toem’a ?onreinheid? van Egypte was hij in staat een echt Tora-leven te leiden zelfs in ?erwat ha?arets? ?de naaktheid van Egypte, de alom heersende immoraliteit.Afgelastte toekomstvoorspellingJa?akov wilde zijn zonen het einde der tijden voorspellen. Het werd hem en hen echter niet toegestaan. Toch hebben de Wijzen van de Talmoed ons enig idee gegeven over de tijd van de Masjie?ach. Volgens de Talmoedische traditie zal deze wereld zoals wij die in de huidige gedaante kennen, zesduizend jaar voortduren. In de Joodse jaartelling vanaf de Schepping bevinden wij ons op dit moment in het jaar 5762, vanaf het begin van de wereld. Volgens de Talmoed zijn de eerste tweeduizend jaar van de wereld zonder Tora geweest. In het jaar 1948 na de Schepping stond Abraham, onze Aartsvader op en begon met het verspreiden van Tora-kennis. De Tora werd gegeven in het jaar 2448 na de Schepping, en de tweede periode van tweeduizend jaar was de periode waarin de Tora uitgewerkt werd, en uiteindelijk ook de Mondelinge Leer (de Talmoed en essentie van het Jodendom) werd opgeschreven. De laatste tweeduizend jaar van de zesduizend jaar die wij te gaan hebben in deze G?dsverduistering, wordt het tijdperk van de Masjie?ach genoemd. Het Messiaanse tijdperk is nog steeds niet aangebroken. Niettemin geloven wij steevast in de komst van de Masjie?ach. In zijn twaalfde geloofsartikel bespreekt Maimonides de komst van de Masjie?ach: ?Ook wanneer hij lang op zich laat wachten, hoop ik niettemin iedere dag op zijn komst?. Met dit geloofsartikel op de lippen trokken honderdduizenden gelovigen de gaskamers binnen. Geloof geeft ons kracht tot hoop en hoop wekt op tot liefde.Big Bang en Big CrunchHet Jodendom gaat ervan uit dat de wereld vanuit één materieel punt werd geschapen. Dit materiële punt was de funderingssteen op de Tempelberg, waar altijd de Heilige Ark met daarin de Stenen Tafelen en de Tora-rol van Mosje gelegen heeft. Vanuit dit materiële punt dijde het heelal uit, totdat G?d de ongeremde groei van de materie een halt toeriep. Na de komst van de Masjie?ach ?rond het jaar 6000 na de Schepping? breken er één of twee millennia van ongebreideld zielegenot aan. Gehuisvest in een aards omhulsel van vlees en bloed zullen de zielen ten volle kunnen genieten van G?ds uitstraling, zoals die reeds nu potentieel in de wereld aanwezig is. Maimonides zegt aan het einde van zijn reusachtige codex, dat het enige verschil tussen nu en de tijd van de Masjie?ach zal zijn dat wat nu potentieel aanwezig is, dan realiteit zal zijn geworden. De mensheid zal kunnen genieten van de intense alom vertegenwoordigde aanwezigheid van het Opperwezen. Geen groter genot bestaat er, geen grotere beloning kunnen wij ons voorstellen. Aan het einde van het zevende of achtste millennium zal de wereld weer ineenschrompelen en verdwijnen in het Opperwezen. Zo ziet de apocalyps vanuit het Jodendom eruit. Ik denk dat er geen positiever eindbeeld mogelijk is dan d

Advertentie (4)