En G’d sprak tot Mozes en zei tot hem: "Ik ben G’d en Ik verscheen aan Awraham, Jitschak en aan Ja’akov met de naam van de Almachtige, maar Mijn vierletterige G’dsnaam was niet bekend aan de Aartsvaders" (Sjemot 6: 2-3)Een ware Joodse leiderMosje krijgt een hogere openbaring dan de Aarsvaderen. Wat waren zijn bijzondere kwaliteiten? Mosje was de grootste profeet uit de geschiedenis, wiens boodschap van het ethische monotheïsme tot op de dag van vandaag nog bruisend en inspirerend is.Toch was Mosje vooral de man van de broederlijke liefde voor zijn mede-Joden. Toen hij werd geconfronteerd met een Egyptenaar die een Hebreeuwse slaaf bijna doodsloeg, doodde hij de Egyptenaar. Hij riskeerde zijn loopbaan en leven om een broeder te redden. Toch was het Joodse volk Mosje niet dankbaar voor zijn heldendaad. De volgende dag kwam Mosje twee Hebreeuwse slaven, Datan en Awieram, tegen die met elkaar vochten. Hij wilde ze scheiden, maar zij waren cynisch en arrogant: "Wie heeft jou tot rechter over ons benoemd? Wil je ons doden zoals je de Egyptenaar gedood hebt?" (2: 14).Mosje realiseerde zich dat hij moest vluchten. Het paleis van Farao was voor hem inmiddels gesloten. Bij zijn eigen volk zou hij geen onderdak vinden en hij verdween de woestijn in. Toch bleef Mosje altijd bereid om zijn broeders te helpen.De beste kandidaatBij het brandende doornbosje weigert Mosje zes dagen lang om leider te worden van het Joodse volk. Mosje voelt zich bezwaard omdat hij stottert. Uit zijn grote liefde voor het Joodse volk wil hij dat de beste kandidaat G’ds woordvoerder wordt. G’d stelt Mosje voor dat zijn broer Aharon zijn spreekbuis zal worden. Mosje en Aharon gaan naar Farao om hem te bewegen tot vrijlating. Maar in plaats daarvan draait Farao;o de duimschroeven nog strakker aan en de Joden moeten hun eigen stro bijeenzoeken.In zijn werk Torat Mosje legt Rabbi Mosje Sofeer (18e eeuw) een verband met de eerder geciteerde openingsvers van Wa’era en het verwijt van Mosje aan G’d: "O G’d, waarom doet U slecht aan dit volk?". G’d waardeert de interventies van Mosje en openbaart in de openingsvers van Wa’era de vierletterige G’dsnaam, die medelijden en barmhartigheid betekent. Mosje was zelfs bereid om bij G’d op te komen voor het Joodse volk, hoewel hij verworpen werd door zijn broers en gedwongen was om in Midjan te leven.G’d wilde Mosje als leider omdat hij bereid was om alles te vergeven. Mosje was geen politicus. Hij kon niet eens goed spreken en hij wist precies welk volk hij ging leiden, hoe ondankbaar zij konden zijn en hoe moeizaam zij zijn autoriteit zouden aanvaarden. Een echte Joodse leider is iemand die met iedere Jood kan omgaan en hem weet te betrekken, zelfs wanneer zij de leider alleen maar kunnen vervloeken. Dàt was Mosje’s kracht.DankbaarheidMosje mocht de Nijl niet slaan. Het was Aharon, die de Nijl moest veranderen in bloed en ook de kikvorsen uit dezelfde rivier naar boven moest brengen. Ook moest Aharon het zand slaan om luizen (de derde plaag) voort te brengen. Volgens de Midrasj was dit zo omdat de rivier Mosje beschermd had, toen hij er in het rieten mandje in werd gezet door zijn moeder. Daarom mocht de Nijl niet met bloed of kikvorsen geslagen worden door Mosje. De doodgeslagen Egyptenaar werd ook verborgen door het zand. Daarom mocht Mosje het zand niet slaan.Dankbaarheid is de basis van al onze gevoelens tegenover G’dIemand met de eigenschap van hakarat hatov – een gevoel van dankbaarheid – kan dit begrijpen. Mosje was zó gevoelig voor het feit dat hij ooit door de rivier en het zand beschermd werd, dat hij hun niets kon aandoen. Dezelfde gedachte vinden wij terug toen Mosje te horen kreeg bij het brandende braambosje, dat hij naar Farao moest gaan. Mosje antwoordde volgens de Midrasj: "Ik kan niet gaan, want Jitro, mijn schoonvader, heeft mij opgenomen in zijn huis, ik ben als een zoon voor hem. Ik kan zonder zijn toestemming niet vertr
Parsja 14: Wa’era
Advertentie (4)












