In de Sjierat Hajam lezen we over ?Ze Keli we?anwehoe? – dit is mijn G?d en ik wil het Jodendom mooi maken. Wat is de joodse opvatting over esthetiek en schoonheid?
Na haar ontmoeting met Rabbi Jehosjoe?a ben Chanania riep een Romeinse keizersdochter uit: ?Wat een prachtige wijsheid in zo een lelijk vat?. Rabbi Jehosjoe?a was niet van zijn stuk gebracht, integendeel. Hij ging met het meisje in discussie: ?Waar bewaart jouw vader zijn wijn??. ?In aardewerken vaten, waar anders??, antwoordde zij. ?Wel?, hervatte Rabbi Jehosjoe?a, ?een keizer zou zijn wijn wel in gouden en zilveren vaten mogen bewaren?. Zo gezegd, zo gedaan. De wijn werd zuur en de keizer boos. Zijn dochter biechtte op van wie het voorstel om wijn in gouden vaten te bewaren gekomen was. Rabbi Jehosjoe?a moest voor de keizer verschijnen om zijn merkwaardige raad toe te lichten. Rabbi Jehosjoe?a legde uit dat hij de opmerking van de dochter van de keizer slechts op een ander niveau vertaald had om haar duidelijk te maken, dat wijsheid en schoonheid niet samengaan. De keizer vroeg toen of men zo mag generaliseren: ?Er zijn toch mooie mannen, die veel geleerd hebben??. Maar Rabbi Jehosjoe?a hield voet bij stuk: ?Als ze lelijker zouden zijn geweest, hadden ze meer geleerd!? (B.T. Ta?aniet 7a; Nedariem 50b).Esthetiek en jodendom lijken elkaars tegenpolen. Socrates gaf de klassieke Griekse kunstenaars de raad om vooral de uitdrukking van zielstoestanden na te streven. Tegenover het postulaat van de kunst als weergave van de werkelijkheid stelde Aristoteles, dat de kunst door uitschakeling van het bijkomstige de schoonheid van het algemene moet openbaren.In het traditionele joodse milieu daarentegen bestond er tot in de twintigste eeuw nauwelijks enige aandacht voor esthetiek. Volgens Hegel zouden joden geen gevoel voor artistieke creativiteit hebben. Is dat inderdaad zo? Noch in de grote Jewish Encyclopedia noch in de befaamde Encyclopedia Judaica is iets te vinden over esthetiek. Opvallend is ook, dat geen van de schrijvers die gepubliceerd hebben over joodse kunst – ik noem een Félicien de Saulcy, Frauberger, Goodenough en Albright – zelf joods was.Schoonheidsbeleving te min?Was het de joodse geleerden te min zich in te laten met de schoonheidsbeleving als zodanig? Een theoretische beschouwing over de aard van het schone zult u tevergeefs in de Talmoed zoeken. Maar her en der verspreid besteedt de Talmoed zeker aandacht aan subjectieve schoonheidservaringen. De belangstelling is niet zozeer gericht op de feitelijke eigenschappen van het schone. Centraal staat wat er omgaat in de mens die ervan geniet.In B.T. Berachot (20b) stelt de Talmoed, dat ?drie zaken de geest verruimen: een mooie woning, een knappe echtgenoot en fraaie voorwerpen?. In zijn ?Acht Hoofdstukken? werkt Maimonides dezelfde gedachte nader uit: ?De geest heeft er behoefte aan zich te ontspannen door te kijken naar schilderijen en andere fraaie objecten. Interieurverzorging en -versiering met schilderijen en borduurwerken mag niet als oppervlakkig of immoreel beschouwd worden?. Iets verder in tractaat Berachot (folio 58a) wordt nog voorgeschreven om bij het zien van fraaie schepselen of mooie bomen de beracha – zegenspreuk – ?Geprezen is Hij, die zulke zaken in Zijn wereld heeft? uit te spreken. De midrasj-verzameling Sjemot Rabba (15:22) doet er nog een schepje bovenop: ?Wanneer men een mooie zuil ziet, zegt men: Geprezen de groeve, waaruit hij gehouwen is. De wereld is mooi. Geprezen is G?d die door Zijn woord de wereld geschapen heeft. Gelukkig ben jij, o wereld, nu G?d jouw Koning is?.Bij de bouw van de Tabernakel in de woestijn werd over de prachtige tentbedekking een dek van mindere kwaliteit gehangen, die aan alle kanten iets overhing opdat de onderste niet beschadigd zou worden. Niemand minder dan Rasjie (1040-1105) ziet hierin een les in welgemanierdheid: ?De Tora leert hier, dat men zuinig moet omgaan met het schone?. Schoonheid wordt gewaardeerd maar niet verheerl
Parsja 16A Besjallach (Sjemot/Exodus 13:17-17:16)
Advertentie (4)












