De opdracht om het volk te tellen kwam eigenlijk na de zonde van het gouden kalf.
Velen vragen zich af waarom er geteld moest worden: G?d kende het getal toch? Maar de telling was meer voor de mensheid bedoeld. De volkeren lachten het Joodse volk uit:?Veertig dagen na ?wij zullen doen en wij zullen luisteren? maakten jullie al weer een afgodsbeeld. G?d zal jullie nooit meer in genade willen aannemen?, aldus het smalende commentaar van de verenigde volkeren. Het Joodse volk werd verheven door de bijdrage aan het Misjkan (Heiligdom) van Edoet-getuigenis. Het Misjkan getuigde van G?ds vergiffenis.De halve sjekkel was tien gera ? als verzoening voor de overtreding van de Tien Geboden. Hoe zo?n klein muntje zo een grote overtreding kon verzoenen? G?d liet Mosje een brandende halve sjekkel zien. Met veel hernieuwd enthousiasme voor het Jodendom kan zelfs de zwaarste misstap rechtgezet worden!Wij tellen geen mensen. Dit wordt afgeleid uit de openingszinnen van deze sidra. Wanneer wij dingen tellen, duidt dat erop dat ze aan verandering onderhevig zijn. Verval, vermindering en veroudering zijn allemaal gevolgen van de zondeval van Adam HaRisjon ? de eerste mens. Zodra we gaan tellen, toont dit dat de dood in één of ander vorm heeft toegeslagen. Dood is het gevolg van zonde en tekortkoming. Daarom is een kappara nodig, een verzoening in de vorm van donatie van een halve sjekkel aan het heiligdom.?Opdat er geen plaag uitbreke? De Tora stelt dat er geteld moet worden door middel van een donatie van een halve sjekkel, omdat er anders een ?plaag? uitbreekt onder het joodse volk. Volgens Rasjie betekent dit, dat door het tellen het kwade oog op de getelde objecten komt te rusten. Rabbenoe Bachja ibn Pakoeda (11e eeuw) legt het telverbod een beetje anders uit: ?Door iedereen een apart nummer te geven, wordt ieder individu uit het totaal gelicht. Door te tellen wordt het een afgescheiden identiteit, die niet meer in verband wordt gezien met de rest. Zolang men onderdeel van het geheel is, werken de verdiensten van allen voor iedereen. Maar wanneer men apart beoordeeld wordt, staat men op zichzelf waardoor men vatbaarder wordt voor subjectieve evaluatie, vooroordelen en veroordeling. Daarom moest ook iedereen een halve sjekkel doneren. De halve sjekkel was een gelijke betaling voor iedereen. Hiermee werd voorkomen dat er machloket (meningsverschil) tussen de mensen zou ontstaan.Iedereen deelde in de gemeente-offersDe donaties werden onder andere gebruikt voor de aanschaf van de gemeenteoffers. Iedereen moest daar een deel in hebben. Rijk en arm waren hierin totaal gelijk. De telling in deze sidra was tevens bedoeld om verzoeningsgelden aan te nemen van het volk, omdat de zonde van het gouden kalf nog niet vergeven was. Toch geeft de Tora aan, dat elke keer ? ook in de toekomst – wanneer er geteld moet worden, men dat niet via persoon doet maar met een object. Later werd het joodse volk nog een keer geteld, op de eerste Ijar van het jaar 2449 na de Schepping, het tweede jaar na de uittocht uit Egypte. Bij beide tellingen was het aantal joden gelijk. Hoe is dat mogelijk met twee jaar verschil? De meforsjiem (commentatoren) geven verschillende opties. Het kan zijn, dat het aantal overledenen gelijk was aan het aantal nieuwgeborenen. Maar een tweede antwoord luidt, dat de stam Levi in de eerste instantie wel meegeteld werd maar in de tweede telling niet. De getalsmatige lacune, die het niet meetellen van de stam Levi creëerde, werd opgevuld door de mannen, die langzamerhand de twintigjarige leeftijd (alleen zij werden meegeteld!) bereikten.Waarom telde David toch? In het boek Samuel (II 24:9) staat, dat koning David gestraft werd vanwege een volkstelling. Als het enige voorschrift bij de telling luidde, dat men alleen munten of objecten mag tellen maar geen mensen, is niet goed te begrijpen hoe David zich hierin vergiste. Waarom was G?d zo kwaad op koning David? ?David?, zegt Nachmanides, ?overtrad nog een
Parsja 21A Kie Tisa (Sjemot/Exodus 30:11-34:35)
Advertentie (4)












