De wereld werd zo geschapen dat de mens gedwongen is om te werken voor zijn levensonderhoud, waarmee ook verzekerd is dat de wereld verder door de mens tot ontwikkeling gebracht zou worden.
Liefde voor G?dOp de Misjna, die ons opdraagt werk lief te hebben, geeft de Maharal als commentaar: ?Hij die geniet van de vruchten van het werk van zijn handen heeft noodzakelijkerwijs ook liefde [voor G’d]. Aangezien hij blij is en van de inspanning van zijn handen houdt, zal hij onwillekeurig Degene liefhebben, die hem dit geschonken heeft. Want werk is de vervolmaking van de mens? (Derech Chaim op Awot 1:10). Liefde voor werk brengt ons tot vreugde en daardoor tot liefde voor G?d. De bron van deze vreugde ligt in het feit dat het werken van de mens deel uitmaakte van het grondplan van de Schepping en daarom een belangrijke factor is in de vervolmaking van de mens. Het is dit gevoel van zelfvervulling, dat aan onze vreugde ten grondslag ligt.Imitatio DeiWerk brengt ons zelfs tot de categorie van ?het volgen in G?ds wegen?. ? ?U zult achter G?d aangaan?. Is het mogelijk voor mensen van vlees en bloed achter G?d aan te lopen? In het begin van de Schepping hield G?d zich eerst bezig met planten van de Tuin van Eden; zo ook moeten jullie, als jullie Erets Jisraëel binnengaan, je eerst bezighouden met planten? (Wajikra Rabba 25:3). Hieruit is duidelijk, dat werk G?d dierbaar is, want Hij wenst de ontwikkeling van de wereld. Onze Geleerden doelen kennelijk op het hetzelfde als zij met betrekking tot de bouw van het Heiligdom verklaren: ?G?d liet Zijn Aanwezigheid niet te midden van Israël rusten dan nadat zij werk verricht hadden?. Dit verklaart eveneens waarom de bouw van het Heiligdom als prototype van werk geldt voor de op de Sjabbat verboden werkzaamheden (B.T. Sjabbat 31b).Extra dimensie op nationaal niveauVanuit een Joods nationaal gezichtspunt krijgen deze overwegingen een extra betekenis. Rabbiner Hirsch (1808-1888) wijst er op, dat beroep en handwerk een onlosmakelijk deel zijn van Israëls rol als voorbeeld voor de volkeren, "een koninkrijk van priesters". Toen onze aartsvader Ja?akow zijn kinderen zegende, schreef hij hun verschillende beroepen toe. Rabbiner Hirsch legt dit uit als hij schrijft: ?Israëls opdracht is een natie te zijn van landarbeiders, kooplieden, soldaten en wetenschapsmensen. Zij dragen daarbij uit, dat de opdracht voor de mensheid, die de Tora ons openbaart, niet beperkt is tot slechts enkele bezigheden? (Rabbiner S.R. Hirsch, Genesis 48:3). In dezelfde geest, hoewel in andere samenhang, schrijft de Chatam Sofeer: ??U zult Uw graan inzamelen?: ter wille van de mitswa van het bewonen van het land Israël. En niet alleen landarbeid, maar het leren van alle beroepen, ter wille van het bewoonbaar maken en de eer van het land Israël, opdat men niet zal zeggen: er is in het hele land Israël geen schoenmaker of bouwvakarbeider te vinden, zodat deze uit het buitenland gehaald moeten worden? (B.T. Soeka 36a).Lichamelijke gezondheidDe Tora waardeert ook lichamelijke gezondheid. De Geleerden verklaarden zelfs, dat ?profetie alleen tot een mens komt, die sterk is, rijk, wijs en bescheiden?. Hierbij merkt Rabbiner S.R. Hirsch op, dat fysieke kracht het rijtje opent (Exodus 2:11). De nadruk, die de Tora legt op fysiek welzijn komt tot uiting in haar hoge achting voor de medische wetenschap en in de stelling dat ?het in gevaar brengen van ons fysieke welzijn erger is dan het overtreden is van een verbod? (B.T. Choellien 10a)Tegen afzondering en eenzaamheidDe betrokkenheid van de Tora bij de wereld en maatschappij komt ook tot uitdrukking in haar standpunt, dat de Tora-Geleerde het meest bevoegd is om de gemeenschap te besturen. In vele filosofieën en religies is eenzame afzondering het waarmerk van oprechte vroomheid. Het Jodendom keert zich echter tegen langdurige afzondering: ?Een zwaard is opgeheven tegen de Tora-geleerden, die in afzondering zitten te ler
Parsja 22A&B Wajakheel (Sjemot/Exodus 35:1-38:20)
Advertentie (4)












