Parsja 53 Ha’azienoe

Rabbijn Evers over de Sidra van de week.

Een lied voor de toekomstHa’azienoe is één van de minst begrepen afdelingen van de Tora. Er worden moeilijke woorden gebruikt en ingewikkelde zinsconstructies in een poëtische stijl, die een juist tekstbegrip nog moeilijker maken. De vele commentaren proberen de nuances en metaforen te doorgronden. In de Sidra van de afgelopen week schrijft G’d zelf de inleiding op dit gezang. Hij maakt het belang van dit lied Ha´azienoe heel duidelijk: "Schrijf voor jullie dit lied op en leer het aan de Israëlieten. Laat het ze herinneren zodat dit lied voor Mij een getuige zal zijn tegen de Israëlieten" (Dewariem 31:19).Wij begrijpen hieruit dat dit lied een speciaal doel heeft en anders dan de andere delen uit de Tora uit het hoofd geleerd moet worden. Bovendien is het gehele gebod om een Sefer Tora te schrijven volgens Maimonides (1135-1204) een uitvloeisel van de opdracht om dit lied Ha’azienoe op te schrijven. Omdat een Sefer Tora niet in gedeelten mag worden opgeschreven, moeten wij de rest ook opschrijven.Waarom juist deze sidra memoriserenWat is er zo belangrijk aan dit lied dat het geboden is om het te memoriseren? Hoe kan het lied dienen als een getuigenis? Het lied spreekt over het opstandige verleden van het joodse volk, de straffen daarvoor en de uiteindelijke beloning die zij in de toekomst zullen ontvangen. Het lied Ha’azienoe is voor velen onbekend terrein.Laten wij de context bezien waarin dit lied geplaatst is. Het komt als een climax na een lange deprimerende terugblik op de geschiedenis van het joodse volk. Gedurende het hele boek Dewariem benadrukt Mosje het gebrekkige geloof van het joodse volk. Ze waren niet alleen constant opstandig in de woestijn maar zij lijken dat ook in de toekomst te zullen blijven. Hoewel zij regelmatig gewaarschuwd werden tegen afgoderij twijfelt Mosje er niet aan, dat zij op den duur weer zullen vervallen tot afgodische praktijken.BallingschapHet uiteindelijke gevolg hiervan zal ballingschap zijn. Het lied Ha’azienoe bereidt de joden voor op de problemen van het galoet (goles). Volgens de 19e-eeuwse Rabbi S.R. Hirsch is het lied een antwoord op de vragen die het joodse volk zal hebben gedurende de diaspora. "Deze ellende is over ons gekomen omdat G’d niet langer onder ons is; Hij heeft ons verlaten", zullen zij zeggen. Het lied Ha’azinoe dat zij uit hun hoofd moeten kennen, vertelt ons dat het galoet niet over het joodse volk gekomen is omdat G’d hen verlaten heeft maar omdat zij G’d verlaten hebben.Bescherming verwijderdDe Malbiem, een tijdgenoot van Rabinner Hirsch, gaat een stapje verder. Ha’azienoe begeleidt ons gedurende onze ballingschap niet alleen maar om de oorzaak van onze diaspora uit te leggen maar ook als een modus vivendi. Midden in Ha’azienoe (Dewariem 32:20) zegt G’d: "Ik zal Mijn Gezicht voor hen verborgen houden" en het idee van G’dsverduistering doordrenkt het hele lied. Deze woorden leren ons, dat de ellende gedurende de ballingschap een gevolg was van de verwijdering van G’ds bescherming. G’d laat ons over aan de natuur en de loop van de menselijke geschiedenis wanneer wij Hem niet meer kennen. Met de inhoud van dit lied in ons achterhoofd kunnen wij iets meer van ons lijden begrijpen en zijn wij wellicht in staat om het te verwerken.Kleptomaan als schatbewaarderIn een parallel commentaar legt de Malbiem het getuigende karakter van het lied op een totaal andere manier uit: "We kunnen dit vergelijken met een koning die een dienaar, die een kleptomaan was, had aangesteld als schatbewaarder terwijl hij op de hoogte was van zijn slechte natuur en wist dat hij vroeg of laat iets uit de schatkamer zou wegnemen en zo de doodstraf schuldig zou worden. Omdat de koning de dood van de dienaar niet op zijn geweten wilde hebben, schreef hij in een notitieboekje een exacte opgave van alles wat de dienaar in het verleden had gedaan. De mensen, die dat notitieboekje za

Advertentie (4)