Wordt joods Nederland bestuurd door steeds weer dezelfde groep oude mannen, of is dat een mythe? En spelen deze mannen elkaar het balletje toe waar het gaat om het verstrekken van subsidies?
Het lijkt wel zo. Even een voorbeeld. Wim Koster, in het dagelijks leven directeur van het sjieke warenhuis Maison De Bonneterie in Amsterdam, is voorzitter van de stuurgroep Maror die aanbevelingen gaat doen om de grootste kluit geld die boven de markt hangt (104 miljoen gulden, circa 47 miljoen euro, aan restitutiegelden) te verdelen. In die hoedanigheid zal hij beslissen over aanvragen van Joods Maatschappelijk Werk (JMW), waar hij in het dagelijks bestuur zit. Hetzelfde verhaal gaat op voor Menno Paktor: hij is eveneens lid van de stuurgroep Maror. Zal hij geen speciale gevoelens koesteren als het gaat om de Nederlands-Israëlietische Hoofdsynagoge (NIHS, de grootste joodse gemeente van Nederland) waar hij in het algemeen bestuur zit, of, wederom, voor JMW, waarvan hij penningmeester is?
En dan is er Rob Wurms. Weliswaar zit hij niet in de stuurgroep Maror, maar hij is wel de voorzitter van het Centraal Joods Overleg (CJO), dat de stuurgroep mede heeft aangesteld. En hij is penningmeester van het Joods Humanitair Fonds, dat 50 miljoen gulden mag uitdelen aan joodse en niet-joodse projecten in Oost-Europa. Ook hij zal aan de andere kant geld binnen gaan halen. Zo is hij voorzitter van onderwijsinstituut Crescas, en van de zieltogende Federatie Nederlandse Zionisten (FNZ). En hij zat bijvoorbeeld in het bestuur van de Stichting Bij Leven en Welzijn, op haar beurt weer een grote ontvanger van Cefina, waar Koster de voorzitter van is. Overigens zit Wurms’ echtgenote Shifra in het bestuur van Bij Leven en Welzijn. Bent u daar nog?
?Foute boel,? meent Uri Rosenthal, rechten- en bestuursdeskundige aan de Rijksuniversiteit Leiden. ?Formeel is het mogelijk dat mensen in meerdere besturen tegelijk zitten, maar eigenlijk moet de spreiding zo groot mogelijk gehouden worden. Als bijvoorbeeld een bedrijf geld steekt in een stichting voor het goede doel dan is het foute boel als er in dat bedrijf en in de stichting dezelfde mensen in het bestuur zitten.? Waar Rosenthal zich ook druk over maakt is de instroom van jongeren: ?straks is er niemand meer om deze oude heren op te volgen en dat is natuurlijk een groot probleem. Ik begrijp niet waarom er zo weinig jongeren in deze besturen zitten.
?Het was één van die jongeren, oud-Sjoechebestuurder Dennis Pekel, die in een ingezonden stuk in het NIW de knuppel in het bestuurshoenderhok gooide. De bestuurders waren incestueus, regentesk en naar binnen gekeerd. Pekel gedroeg zich als een Pim Fortuyn, die een frontale aanval uitvoerde op de ‘plucheplakkende’ PvdA.
De wekenlange discussie richtte zich vooral op de oude wens van de jongeren (verenigd in het Joods Jongerenverbond) om een zetel in het CJO te mogen bezetten. Het mondde uit in een potsierlijk rondedansje, waarbij aantijgingen, ontkenningen en scheldpartijen elkaar opvolgden. Crux van de zaak.: Het JJV mocht niet in het CJO, omdat het alleen Sjoeche zou vertegenwoordigen, en niet ook de twee andere organisaties Ijar en MOOS!, zei Wurms. Niet waar, zei het JJV, ze vertegenwoordigt Ijar ook en bovendien hebben wel meer piepkleine organisaties een bestuurszetel in het CJO. Overigens is de brief waarin Ijar zich bij het JJV aansluit in het bezit van het NIW. Inmiddels heeft het CJO in een naar het NIW gestuurde open brief de jongeren alsnog voor ‘een gedachtewisseling’ uitgenodigd.
De discussie over regenteske bestuurders is al zo oud als de joodse gemeenschap zelf. Het verhaal is bekend en ontvouwt zich praktisch overal ter wereld op dezelfde wijze: wanneer joden, meestal vluchtend, zich in een nieuw land vestigen, organiseren ze zich grondig. Ze leven, vaak gedwongen, in een kehilla (gemeente) die het bestaan van de geboorte tot het graf begeleidt. Di












