Verdeeld

Uit het dagboek van een vredestichtertje. Afl. 83: Het is niet zo populair om in deze tijden van oorlog vredelievende geluiden te laten horen. En voor nuances in de oorlogszuchtigheid is ook weinig geduld, schrijft Eldad Kisch.

Je moet nu pal achter het leger staan. Kritiek op dit moment is landsverraad.
Zaterdagavond is er weer een grote vredesdemonstratie op het Rabin-plein in Tel-Aviv. Ik doe dit keer niet mee. Mijn goede bedoelingen heb ik al twee weken geleden getoond en mijn foto is ook al gepubliceerd, dus daarvoor hoef het niet nog eens te doen.

We zijn ondertussen weer een paar dagen verder. De laatste demonstratie was een succes wat betreft opkomst. Volgens de organisatoren wel vijfduizend aanwezigen, en volgens de pers twee-en-een half duizend. Dat is dus een stijgende lijn. Naarmate de oorlog langer duurt en het aantal slachtoffers toeneemt, wordt de ontevredenheid groter.

Hoe begrijpelijk de initiële massieve reactie van Israël was, de grote vraag blijft of dit geweld zinvol zal blijken op de lange duur. Ik ben in mezelf verdeeld, en niet weinigen van het vredeskamp hebben soortgelijke gevoelens. We zijn het er wel over eens dat de Hizballah geen aardige mensen zijn, maar ook dat er een overmaat aan geweld wordt toegepast en dat er te veel onschuldige slachtoffers vallen. Aan de Libanese burger-slachtoffers draagt de Hizballah zijn steentje bij door zich liefst in concentraties van burgerbevolking op te stellen. Ook is het zorgelijk dat de militairen onze onervaren regering weer bij de neusring leiden.

En na al het geschiet en vernieling en ellende, wat gaat er gebeuren? De twee gekidnapte Israëlische soldaten worden uitgewisseld tegen duizend gevangen Palestijnen. Dat hadden we dus goedkoper kunnen hebben, en we hebben genoeg gevangen Palestijnen. Zouden de heren van de Hizballah nou nooit murw worden van het platgebombardeerd te zijn?

Even iets anders. Het taalgebruik van sommige aanhangers van de vredespartijen is soms wat kras. Zo wordt er door extremisten gesproken van de IOF. Uitleg: ons leger wordt van oudsher beschreven als de IDF = Israël Defense Forces, en wordt door deze minderheid aangeduid als IOF, waar de O nu staat voor Offense.

Ook Joodse nederzettingen op de West-Bank zoals Tapu’ach zijn in hun ogen een abominatie, en als ze die buurt moeten beschrijven, noemen ze de ruïnes van een Arabisch dorp in dat gebied, namelijk Za’atra (het staat op geen enkele kaart, want het bestaat al vijftig jaar niet meer). Ik vind dit alles nogal flauw. En daarenboven ontstaat er topografische verwarring als je niet precies op de hoogte bent. Spelen met woorden, ook in de politiek.

Het wonderlijke bij dit alles is dat ik j.l. woensdag in Tulkarem was. Mijn trouwe begeleider zei me dat het momenteel heel moeilijk is om de controleposten te passeren, en als er problemen rijzen, dan zet hij me over de grens in een Palestijnse taxi. Ik moest even slikken en zei hem toen: “Tot hier. Ik ken geen woord Arabisch, en met een chauffeur die geen vreemde talen kent, no way. Straks wordt ik aangehouden door de Palestijnse politie en ik kan niet eens uitleggen wat ik hier kom doen. Of met jou samen, of niet”. Ferm geantwoord, nietwaar? Welnu, er was geen enkel probleem, het woord ‘dokter’ en ‘humanitair’ deed wonderen, en we mochten zo alle posten door. Hartelijk ontvangen in Tulkarem. Als het aan mij en mijn contacten lag was er morgen vrede.

Het vredestichten is een uitputtende aangelegenheid, en ik geloof dat ik de zaken even aan Olmert en zijn kornuiten moet overlaten. Ik ben met vakantie. Tot later.

©Eldad Kisch 2006.

(Het Nederlands blijft voor mij een wonderlijke taal

Advertentie (4)