De wonderbaarlijke gebeurtenissen in de woestijn

Vorige week heeft Mosjé de Israëlieten nog een keer de Tien Geboden geleerd, en ze vewrteld over de tefillien en de Mezoezah. En hij legde uit waarom:
"Onthoud voor altijd, volk: Hasjem beschermt jullie zolang je leeft volgens de regels, wetten en geboden die Hij jullie heeft gegeven!"


"Jullie hoeven nooit bang te zijn, ook al zijn jullie met minder mensen dan je vijanden. Denk aan wat Hasjem gedaan heeft met de Egyptenaren! Hasjem stuurt horzels op de vijanden af zodat ze op de vlucht slaan. Zolang je op Hasjem vertrouwt en de moed niet verliest komt alles goed, zelfs als je vindt dat het wel erg lang duurt! Maar vergeet nooit dat Hasjem de enige en Eeuwige is. De afgoden van andere volkeren mogen jullie nooit aanbidden: maak ze kapot, verbrand ze, trek ze omver!"
"Luister, Volk! Veertig jaar hebben jullie door de woestijn gezworven. Soms liet hij jullie honger lijden, en gaf jullie manna te eten. Hasjem heeft jullie geleerd dat er meer soorten eten zijn dan alleen maar brood. Hasjem heeft jullie opgevoed zoals jullie zelf je eigen kinderen opvoeden."

"Hasjem heeft jullie gebracht naar het Beloofde Land Kena’an. Het is een vruchtbaar land waar water uit de rotsen komt, waar druiven en graan, granaatappels en olijven groeien en de bijen honing maken uit de bloemen. In de rotsige bergen vinden jullie er ijzer en koper.

Maar pas op dat jullie nooit vergeten dat jullie dat allemaal aan Hasjem te denken hebben. Het is allemaal van jullie zolang je leeft volgens de regels, wetten en geboden die Hij jullie heeft gegeven en niet bidt tot vreemde goden!"
"Luister, Volk Israëls! Over een tijdje steken jullie met Jehoshoea de Jordaan over. Jullie komen in Kena’an, waar grotere volkeren wonen dan jullie. Hasjem zal jullie de kracht geven om die volkeren te verslaan, omdat die volkeren slecht zijn. Voor slechte mensen is in het Beloofde Land geen plaats."

"Hasjem is niet vergeten dat jullie geen geduld hadden om op mij te wachten toen ik op de berg Sinai was. Veertig dagen en nachten was ik weg, jullie niet eens wachten zo lang wachten tot ik terug was. Een gouden kalf hadden jullie gemaakt, een afgodsbeeld! Ik heb uit woede de stenen platen kapotgesmeten waarop Hasjem zelf de de Tien Geboden had geschreven. Ik heb het gouden afgodsbeeld kapotgemaakt. En dat was niet de enige keer dat jullie Hasjem woedend hebben gemaakt! Maar omdat Hasjem een Goede God is, heeft hij de Tien Geboden nog een keer opgeschreven. Dat zijn de Stenen Platen die nu in de Heilige Ark in het Misjkan liggen."

"Pas op, Israëlieten! Alle wetten en regels van Hasjem zijn voor jullie eigen bestwil. Leer vanje eigen fouten en wees niet zo koppig! Vertrouw op Hasjem.
Kijken jullie nu eens om je heen: jullie zijn een groot volk, meer dan zeshonderdduizend mensen gaan over een tijdje een nieuw leven beginnen in hun eigen land Kena’an! Maar jullie voorouders trokken met niet meer dan zeventig mensen naar Egypte, om Joseef te zoeken. Vergeet nooit dat jullie voorouders vreemdelingen waren in Egypte. Daarom moeten jullie gastvrij zijn voor vreemdelingen in Kena’an."

"De kleine kinderen weten niet dat Hasjem hun ouders heeft gered van de legers van de Par’o. Hij liet het Volk Israël veilig door de Rietzee lopen, en de Egyptische soldaten verdronken in het water. De kleine kinderen weten niet dat Hasjem zo kwaad kan worden dat Hij hele gezinnen door de aarde kan laten opslokken, zoals gebeurde met Datan en Awieram, dat stelletje ontevreden mopperaars."
"Onthoud voor altijd, Volk: Zolang je leeft volgens de regels, wetten en geboden die Hij jullie heeft gegeven zal het Beloofde Land overvloeien van melk en honing. Er zal voldoende regen vallen zodat alles wat jullie verbouwen een goede oogst zal geven." "Alles wat ik jullie nu zeg moet je vertellen aan je kinderen,

Advertentie (4)