Laatste synagoge van Tadzjikistan gesloopt

Na een aanwezigheid van meer dan 2000 jaar blaast de Joodse gemeenschap in Tadzjikistan haar laatste adem uit. De dagen van de laatste synagoge die het land rijk is zijn geteld in de hoofdstad Doesjanbe.


Twintig jaar geleden telde het huidige Tadzjikistan nog ongeveer 15.000 Joden. In heel Centraal Azië waren dat er 100.000. Het overgrote deel is de laatste decennia geëmigreerd naar Israël. Vandaag de dag leven in Tadzjikistan nog maar ongeveer 200 Joodse families.

Na de dood van Stalin in 1953 konden Joden vrijelijk een keppel dragen op straat en de synagoge bezoeken. Al zat er volgens Mikel Abdoerachmanov, rabbijn van de zieltogende synagoge, bijna niemand in de gebedshuizen. “Je kon alleen carriere maken als je op een lijn zat met de partij. De meesten interesseerden zich ook helemaal niet voor religie.” Volgens de Joodse inwoners van Doesjanbe vormden de Joden wel degelijk een hechte groep, al werd er weinig gedaan aan de tradities.

In 1991 werd Tadzjikistan onafhankelijk, brak een burgeroorlog uit en eisten moslimfundamentalisten de macht op. Duizenden moskeeën verrezen met financiële steun van landen als Pakistan en Iran. Massaal vertrokken de Joden naar Israël: “Net schapen. Als er een wegging, vertrokken ze allemaal”, aldus rabbijn Abdoerachmanov.

Van discriminatie zeggen de weinige overgebleven Joden in Doesjanbe weinig last te hebben. De rabbijn meent dat dit komt doordat de Joden een te kleine groep vormen. Bovendien zijn ze arm en ongevaarlijk. Toch gaat hij niet met een keppel over straat: “Dat zou maar scheve ogen geven bij de moslims. Ik vind: we moeten ons aanpassen. Joden zijn hier een minderheid.”

Binnenkort verrijst op de plek waar nu nog de synagoge staat een presidentieel paleis. Een vergoeding krijgt de gemeenschap niet en zelf kunnen ze de bouw van een nieuw gebedshuis niet bekostigen.

Bijna alle familieleden en vrienden van de rabbijn wonen inmiddels in Israël. “Het enige dat me altijd tegenhield was onze synagoge. Als ze die afbreken ga ik weg. Dan heb ik niets meer om voor te vechten.”

Bron: NRC Next 16-08