Foto: Joods Historisch MuseumEen kopergravure waarop rabbijn Sasportas staat afgebeeld. Rabbijn Sasportas is een van de bijzonderste rabbijnen uit de geschiedenis.
Foto: Joods Historisch MuseumDe gravure laat een man met een baard zien en een kapje op zijn hoofd. In zijn rechterhand houdt hij een veren pen. De bijschriften geven een globale indruk van het leven van Sasportas.De tekst op de buitenste rand van het medaillon luidt in vertaling: "De zeer geleerde en zeer achtbare heer chacham rabbijn Yahacob Saportas. Rabbijn van de heilige gemeente van Amsterdam. Hij overleed 4 ijar 5458 [15 april 1698]." Onder het medaillon staat een tekst in het Hebreeuws die in vertaling luidt: "Wijlen rabbijn Jacob Sasportas, overleden dinsdag 4 ijar, ?nachat roeach’ 5458."In het midden van deze tekst is het familiewapen afgebeeld. Dit laat zes deuren zien, een verwijzing naar de naam van de rabbijn: sas portas. Het onderschrift, wederom in vertaling uit het Spaans, luidt: "Dit is het portret van Jahacob, roem voor de wereld, die op 88-jarige leeftijd overleed. Hij had in Tremezen een beroemde zetel, als vruchtbaar ambassadeur van Spanje bij de Moren. In Sale en Londen was hij vruchtbaar voor de wet. Hamburg en Livorno prijzen zijn nagedachtenis. Zijn zon verduisterde in Amsterdam, met zoveel (geloofs)ijver dat de aarde niet langer genoeg voor hem was en hij naar de hemel ging."Jacob Sasportas werd in 1610 in Oran, Noord-Afrika, geboren als zoon van rabbijn Aron Sasportas en hij werd net als zijn vader opgeleid tot rabbijn in Marokko. Hij trouwde met Rachel Toledano en woonde vanaf 1629 in Tlemçen – in het huidige Algerije – waar hij na verloop van tijd als opperrabbijn ging werken.Rond 1647 vertrok hij uit Noord-Afrika. In 1651 kwam hij voor het eerst in Amsterdam. Eind oktober 1655 vergezelde hij Menasseh ben Israël naar Londen om bij Cromwell de wedertoelating van de joden in Engeland te bepleiten, vanwaar zij sinds 1290 verbannen waren. Als gevolg van dit bezoek vormde zich in Londen al snel een gemeente die zich ongestoord kon ontwikkelen en waarvan Sasportas in 1664 de eerste rabbijn werd. Vanwege de grote pestplaag verhuisde hij in november 1665 naar Hamburg waar hij als leraar bij een jesjiva werkte. Vanaf 1681 woonde hij weer in Amsterdam. Hier volgde hij in 1693 Aboab de Fonseca op als chacham nadat hij deze ongeveer tien jaar terzijde had gestaan in het college van rabbijnen. Hij was toen al 83 jaar. Sasportas stierf vijf jaar later in 1698.Van alle sefardische rabbijnen in het zeventiende-eeuwse Amsterdam was hij de grootste kenner van de halacha. Dit blijkt ook uit de responsa die hij schreef en die verschenen onder de titel "Ohel Ja?akov" (Jacobs Tent; 1737). Sasportas dankt de meeste bekendheid aan zijn houding tegenover Sjabtai Tsevie. In 1656 kwamen de eerste berichten over Sjabtai Tsevie (1626-1676), die zich als Messias had opgeworpen. Na een korte aarzeling werd Sasportas een van de felste bestrijders van Sjabtai. Bij de al eerder genoemde responsa-verzameling voegde hij een ingekorte beschouwing toe over de Messiaanse beweging: "Tsitsat Novel Tsvie" ? de verwelkende bloem van Tsvie. Dit bevatte zo?n scherpe kritiek op diegenen die in deze Messias waren gaan geloven, dat het bestuur van de Portugese gemeente dit relaas omwille van de vrede uit alle exemplaren liet verwijderen. Het werk, dat pas in 1727 in druk verscheen, bestrijkt de periode 1666 tot 1676 en vormt een van de belangrijkste bronnen over deze Messiaanse beweging.Sasportas was, zoals ook uit bovengenoemde schets van zijn leven blijkt, niet zomaar een rabbijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er van de gravure verscheidene exemplaren in omloop zijn. Behalve de gravure bestaat er ook een aantal schilderijen waar Sasportas op afgebeeld zou zijn. De identiteit van de geportretteerden op deze schilderijen is echter twijfelachtig.De gravure die door Pieter van Gunst is gemaakt,
Joodse objecten: een portret van Sasportas
Advertentie (4)












