Joodse objecten: het Amsterdamse Machzor

Collectie Joods Historisch MuseumIn de serie joodse objecten deze keer een machzor (gebedenboek) uit de dertiende eeuw.

Collectie Joods Historisch MuseumEen machzor – letterlijk cyclus – is een gebedenboek dat tijdens bijzondere sjabbatvieringen en feestdagen wordt gebruikt. Het bevat eveneens liturgische gedichten (pijoetiem). Gewoonlijk bevatten machzoriem een colofon waarin staat wanneer en waar het machzor is gemaakt. Hier ontbreekt dit colofon. Dat het gebedenboek Het Amsterdamse Machzor wordt genoemd verwijst dan ook slechts naar zijn huidige standplaats: Amsterdam en niet naar de plaats van herkomst. Eerder stond dit machzor, vanwege zijn afmetingen (47cm x 34 cm x 8 cm), bekend als Het Grote Machzor.De afmetingen van dit machzor geven aan dat het bestemd was voor synagogaal gebruik. Dit is tevens te zien aan de indeling van de teksten. Zo staan op de eerste bladzijde van het boek een aantal stukken die door de chazzan (voorzanger) luid voorgedragen moeten worden, achter elkaar, zodat hij niet steeds opnieuw een stuk hoefde op te zoeken. Vaak zijn boven de slotwoorden van de gebeden, die door de gazzan hardop herhaald moeten worden, versieringen aangebracht, zodat hij ze gemakkelijk herkent.Collectie Joods Historisch MuseumKaarsvlekken zoals bij de tekst van het avondgebed laten tevens zien dat dit machzor daadwerkelijk werd gebruikt. Het is echter niet duidelijk wanneer, waar en in welke gemeente. Hoogstwaarschijnlijk is dit machzor in Keulen of omstreken gemaakt. De verluchtingen die in dit machzor voorkomen vertonen grote overeenkomsten met handschriften in het Latijn uit Keulen. Ook is een groot deel van de teksten en pijoetiem van dit machzor kenmerkend voor Keulen en omgeving.Het machzor dateert hoogstwaarschijnlijk uit circa 1250. Vanaf de tweede helft van de dertiende eeuw heeft zich een zogenaamd iconografisch programma ontwikkeld, dat tot de jaren dertig van de veertiende eeuw standaard in manuscripten gebruikt zou worden. Vóór het gebruik van dit programma werden de versieringen, zoals versierde initialen en beginwoorden, aan het initiatief van de schrijver overgelaten. Vanaf 1250 kwamen er standaardversieringen en werden er ook illustraties en tekenen van de dierenriem gebruikt. Tevens werden rond 1250 de afbeeldingen van hoofden van mensen langzamerhand vervangen door die van dieren. Doordat in het Amsterdamse machzor wel tekens van de dierenriem terug zijn te vinden maar van een consistent gebruik van dit programma verder geen sprake is en er tevens nog wel menselijke gezichten in voorkomen, lijkt het er op dat het gemaakt is rond 1250.Collectie Joods Historisch MuseumWat er met dit machzor de eerste vierhonderd jaar na de vervaardiging is gebeurd, is niet duidelijk. Het is bekend dat het in 1669 in bezit kwam van de Hoogduitse gemeente van Amsterdam en wel op een bijzondere manier. Uri ha-Levi schonkt de machzor na een ruzie aan de joodse gemeente van Amsterdam.Uri (Phoebus) Ben Aaron ha-Levi, ook wel Uri Witzenhausen of Witmund genoemd, leefde van 1625 tot 1715. Hij komt uit een bekende familie: zijn vader was chazzan van de Portugees-joodse gemeente Neveh Shalom in Amsterdam. Zijn grootvader Moses Uri Ha-Levi was rabbijn Van Emden, een van de stichters van de Portugees-joodse gemeente in Amsterdam. Uri opende in 1658 een drukkerij in Amsterdam en werkte daar tot 1689. Hij was een belangrijk drukker en stond als zodanig bekend in de gemeente.In de eerste drie decennia van de zeventiende eeuw vluchtten de Portugese (Sefardische) en later ook Hoogduitse (Asjkenazische) joden naar Amsterdam. Aanvankelijk werden beide groepen opgenomen in de Portugees-joodse gemeente. Op 13 en 14 september 1635, tijdens de hoge feestdagen, hielden de Hoogduitse joden hun eerste eigen synagogendienst in Amsterdam. Dit markeert het begin van de Hoogduits-joodse gemeente. Vanaf de oprichting waren er veel geschillen binnen de gemeente, zowel tussen de gemeenteleden onderling, als tussen hen e

Advertentie (4)