Smuel: Schoenat HaPolanim

In zijn laatste column schrijft Smuel over zijn Poolse vriendjes in Holon, slapen in een koelkast en existentiële zorgen.

Behalve de vele Poolse joden woonden er ook immigranten uit Rusland, Irak en Hongarije, zoals wij. Zij vormden echter duidelijk een minderheid. De wijk bestaat in Holon nog steeds en het is zowaar nog armoediger dan in de jaren vijftig. Omdat de Israëlische regelgeving voor het vergroten en veranderen van bestaande woningen niet streng is, hebben de huidige eigenaren de vreemdste verbouwingen uitgevoerd. Als je er nu rondloopt, waan je je in een vluchtelingenkamp.Toen mijn ouders met hulp van de familie een klein flatje in Schoenat HaPolanim konden kopen, was ik buitengewoon blij. Sinds wij in Israël waren woonden mijn ouders met zes personen in een kleine kamer bij oma en opa. Eén etage hoger was ik ondergebracht, bij mijn oom en tante. Ik deelde een kamer met mijn neef Gideon, die anderhalf jaar jonger is dan ik. Dat bed was vrij omdat Gideons broer Benjamin gesneuveld was in de Suez-oorlog. Mijn tante Rachel en oom Jacobi boden mij, waarschijnlijk op verzoek van mijn moeder, aan in het bed van mijn overleden neef te slapen. Mijn moeder had haar zus toegefluisterd dat Smuel onhanteerbaar was. Niemand was zich er toen bewust van het feit dat voor een opgroeiende puber een dergelijk verblijf diepgaande psychologische consequenties kon hebben. Maar ik was plotseling zeer gemakkelijk in de omgang. Mijn oom Jacobi is er tot de dag vandaag trots op dat hij de stoute Smuel wist te veranderen in een modelkind. Nu besef ik dat mijn onmogelijke gedrag als kind vooral was bedoeld om mijn ouders af te leiden van hun financiële en existentiële zorgen. En om mijn moeder los te weken van mijn zus, die de ganse dag aan haar rok ging. Bij de Jacobi’s had mijn balorige gedrag geen functie. Het verdriet dat door de dood van Benjamin in het huis hing, maakte dat ik plotseling geen kwajongen meer was.Onze flat in Schoenat HaPolanim telde twee kamers. In de grote kamer (ongeveer drie bij drie meter) sliepen mijn ouders en de kleine kamer was voor mijn zuster Eva. Ik sliep in de keuken op de bank vlakbij de koelkast. Deze ging regelmatig aan en maakte daarbij een oordovend lawaai waarvan ik elke keer wakker werd. Mijn kinderen vertellen vaak aan kennissen dat ik als kind in een koelkast sliep, wat niet ver van de waarheid is. Al snel raakte ik bevriend met kinderen van Poolse immigranten. Mijn eerste vriend was Jurek, de zoon van een kleermaker. Toen ik later naar ORT Holon ging, een technische school vlakbij ons huis maar in Mifde een andere deel van Holon, ging Jurek ook mee. Wij liepen elke ochtend samen naar school door de Sjetach HaGadol, een woest terrein vol onkruid en slangen. Jurek had een jongere broer die ook Smuel heette en een zuster met wie mijn zusje bevriend was. Haar naam was Naomi. In die tijd kon ik nog geen Ivriet lezen. Ik las de Hongaarse krant van mijn vader, die de passende naam Uj Kelet droeg, wat in het Hongaars Het Nieuwe Oosten betekent. Omdat ik veel bij Poolse families verbleef waar uiteraard Pools werd gesproken, leerde ik betrekkelijk snel Pools. Dat was niet zo moeilijk omdat ik in Hongarije vier jaar Russisch had geleerd. Tot groot plezier van de ouders van mijn Poolse vrienden las ik ook de Poolse krant. Daarna kreeg ik ook andere vrienden, zoals Meir, wiens vader een ambtenaar was en Griska, een neef van Jurek uit Rusland. Ook was ik bevriend met Aharon HaMitzri uit Egypte en met Eddy, een enig kind van rijke ouders. Althans, wij dachten dat zijn ouders rijk waren omdat zijn vader een motor had. Samen speelden wij de hele dag buiten en ik voelde mij bevrijd en gelukkig.Ik werd niet langer geconfronteerd met onbekende antisemitische Hongaren die mij plotseling en zonder reden schopten en uitscholden voor Budos Zsido, Stinkende Jood. Het verdriet over Benjamin liet ik achter mij, althans dat dacht ik toen, en ik ergerde me veel minder aan mijn zuster.

Advertentie (4)