Verzetsheld en mede-oprichtster van dagblad Trouw Gezina van der Molen (1892-1978) ontfermde zich na de oorlog over de joodse oorlogswezen. Iets te gretig, naar de smaak van sommigen, is te lezen in haar vandaag verschenen biografie.
In mei 1943 werd Gezina van der Molen in Amsterdam gecommitteerde voor de eindexamens van de kweekscholen. Het was zo warm dat sommige examens aan de achterzijde van de kweekschool werden afgenomen. Daar merkte Van der Molen de kinderen in de aangrenzende tuin op. Die behoorde tot de zogenaamde crèche van de schuin tegenover gelegen Hollandsche Schouwburg. Dat gebouw fungeerde als verzamelplaats voor degenen die gedeporteerd zouden worden. In afwachting van het transport naar Westerbork werden de jongste kinderen opgevangen in de crèche aan de overkant. Door het verzet zouden later veel kinderen gered worden.
Een aanwezige verklaarde later: „Ik nam een examen af en Gezina zat daarbij. In het lokaal er naast had ik een aantal kinderbedden neergezet voor vluchtende joodse kinderen. Tijdens het examen beginnen er een paar van die krengen te huilen. Gezina stapt dat lokaal binnen en zegt: ’Zijn dat joodse kinderen?’ Ik knikte en toen sprak ze de woorden die mij altijd zijn bijgebleven: ’Nu zie ik waarom God mij hierheen geleid heeft.’”
Voor het volledige artikel klik hier












