Het Hooglied is een van de raadselachtigste bijbelboeken. Taalkundige Nelleke Stoop-van Paridon ging het verhaal ‘strikt filologisch’ te lijf en kwam met een nieuwe én sluitende interpretatie.
Met lichte zelfspot vertelt ze over de promotieplechtigheid. "De tweede opponent kon ik bijna niet verstaan, ik weet niet hoe ik haar antwoord heb gegeven. En de laudatio is me grotendeels ontgaan." Nelleke Stoop-van Paridon, bijna tachtig jaar oud, is net een beetje bekomen van de drukte. Begin februari promoveerde ze in Leiden op een opmerkelijke dissertatie over het bijbelboek het Lied der Liederen -beter bekend als het Hooglied. Ze ontraadselde, tot haar eigen niet-geringe verbazing, geheimen die nog niemand vóór haar heeft kunnen ontraadselen.De verse doctor in de letteren -frêle, het haar fraai opgestoken- wil het niet hebben over haar leeftijd. "Dat wordt snel koketteren", zegt ze. "Je krijgt zoveel cadeau.” Haar man, emeritus hoogleraar kindergeneeskunde, zorgt voor de koffie. Hij tikte haar proefschrift -bijna zeshonderd dichtbedrukte pagina’s- in op de computer, "want dat kan ik niet". Daarvoor moest de arts wel eerst voldoende Hebreeuws leren. "Gelukkig", zegt zijn vrouw, "werd hij steeds meer door het onderwerp gegrepen".Stoop studeerde klassieke talen en theologie. In de jaren tachtig ging ze elke dag ‘op mijn fietsje’ naar de universiteitsbibliotheek in Utrecht. Ze vond het er ‘heerlijk’. "Omdat ik vreselijk weetgierig en leergierig ben." Daar werd ze op een dag gegrepen door het Hooglied. Discussie en controverse kleven dit bijbelboek al ruim tweeduizend jaar aan. In de eerste eeuw vóór Christus waren de rabbijnen het erover eens dat het Lied der Liederen allegorisch geduid moest worden: het bezong de liefde tussen JHWH en het volk Israël. Daarmee verwierf dit bijbelboek, waarin God geheel ongenoemd blijft, zich een plaats in de canon. Christelijke theologen namen de joodse visie over. Nu betrof het Hooglied de liefde tussen Christus en zijn kerk, of tussen God en de mens. Weer later won de seculiere interpretatie terrein. Maar ook als je Hooglied ziet als een ‘gewone’ verzameling erotische liederen blijven er passages duister en onverklaarbaar.Stoop nam stapels commentaren door, en ze verbaasde zich: hoe kon één boek zoveel verschillende vertalingen en zulke uiteenlopende interpretaties opleveren? Daar wilde ze niet aan. Zou er echt geen logische samenhang te vinden zijn? Vanuit die ‘kritische verwondering’, zegt ze, ging ze aan de slag.Ze besloot het Lied der Liederen ‘strikt filologisch’ te lijf te gaan, ‘klinisch’, ‘met respect voor de tekst’, zonder vooringenomenheid. "Ik nam me voor om alle woorden te beoordelen op de échte betekenis." Met behulp van lexica, grammatica’s, handboeken en commentaren noteerde ze van elk woord elke mogelijke betekenis. "Een lange weg, maar ik had de tijd. Ik hoefde geen carrière te maken. Ik wilde alleen iets leren, inzien, begrijpen." Toen ze van elk van de acht hoofdstukken een dik pak aantekeningen had verzameld, kwam het grote moment. "Ik moest keuzes maken, taalkundig verantwoorde keuzes. Waarbij ook de context geen geweld werd aangedaan." Ze zocht contact met hebraïcus prof.dr.Takamitsu Muraoka uit Leiden, die haar graag wilde begeleiden. Drieënhalf jaar lang stuurde ze hem pakken tekst van wat haar dissertatie zou worden.En op een goede dag viel alles op zijn plaats. De meeste commentatoren zijn het erover eens dat in Hooglied drie hoofdpersonen aan het woord komen: het jonge meisje, haar geliefde en koning Salomon. Stoop ontdekte een vierde. De ‘sleutel’ bleek verstopt in hoofdstuk 1 vers 9. Dat wordt doorgaans vertaald met: "Met een merrie voor Farao’s wagens vergelijk ik jou…" Het lijkt dan alsof de mannelijke geliefde spreekt. Stoop vond een andere mogelijke vertaling: &q
De geheime verzorgster van het haremmeisje
Advertentie (4)












