Parsja 26A+B Sjemini (Wajikra/Leviticus 9:1-11:47): Na de zeven dagen van de inwijding van de Tabernakel was de achtste dag bestemd voor de openbaring van G’d aan het volk.
Vreemd vuurDe sidra van deze week begint met op ?de achtste dag’. Maar de zonen van Aharon, Nadaw en Awihoe, namen ieder hun vuurpan, deden daar vuur in en legden er reukwerk op: "Zo brachten ze vreemd vuur voor het aangezicht van G’d, hetgeen Hij hun niet geboden had. Toen ging er een vuur uit van G’d en dit verteerde hen zodat ze stierven…"Nadaw en Awihoe waren zeer begaafde mannen, die in feite op een hoger spiritueel niveau stonden dan Mosjé en Aharon. Dit ligt ook aangeduid in hun namen. Nadaw betekent dat hij van adellijke afkomst was, nediwoet. Awihoe geeft aan dat hij de vader van het Joodse volk had kunnen worden. Aan de andere kant waren ze teveel van hun eigen grootheid overtuigd. Omdat ze grote geleerden waren, meenden zij uit de Tora te kunnen afleiden, dat ze hun eigen vuur op het altaar moesten plaatsen hoewel op de achtste dag vuur van Boven afdaalde.Volgens de Midrasj (Wajikra Rabba 20:9) maakten zij zich aan nog veel meer overtredingen schuldig. Allereerst waren ze ongetrouwd. Bovendien goten zij geen water over hun handen en voeten voordat zij het Heiligdom binnengingen. Ze droegen ook niet de voorgeschreven priesterkleren. Ze brachten eigen vuur en consulteerden noch Mosjé noch Aharon of dit wel juist was. Ze bespraken het niet eens met elkaar. Zij verlangden zó naar een ontmoeting met de Sjechiena, G’ds Aanwezigheid, dat ze het Allerheiligste binnenliepen om het reukwerk, ketoret, te brengen.,b> De aardse realiteitHet Jodendom is een doe-religie. Het gaat om het aardse hier en nu en niet om hoogzweverij met mystieke zweem en himmelhoch jauchzend vertoeven onder de vleugelen van G’ds Majesteit. De mystiekleer is inderdaad het fundament van de Joodse religie maar niet hetgeen waarom het in de aardse realiteit draait. Voor de praktijk van alledag geldt de halacha.Nadaw en Awihoe waren inderdaad zeer hoogstaande geesten. Maar zij gingen niet mee in de ware bedoeling van het Jodendom. G’d wilde wonen temidden van het Joodse volk. De heiligheid zou afdalen naar de aarde. Nadaw en Awihoe gingen juist de tegenovergestelde richting, van beneden naar boven. Daarom trouwden zij ook niet omdat ze zich niet wilden verlagen tot een huwelijk en ook geen nesjommes op de wereld wilden laten afdalen. Dit zou daling betekenen. Zij zochten juist stijging.Verheffing van het aardseZe weigerden hun handen en voeten te wassen voor de Tempeldienst omdat dit het symbool is van het heilige en zuivere van het aardse doen en laten. Zij droegen geen kleding omdat een profeet in hoogste staat van extase juist de neiging heeft om zich los te maken van alle aardse beperkingen. Religieuze gevoelens ontsproten uit hun binnenste. Een hoge vorm van inspiratie; maar net als vuur moet dat geleid en getemd worden om niet tot excessen en foute richtingen te vervallen. Dát was het vreemde vuur, dat ze brachten op het altaar. Enthousiasme is goed maar moet evenals vuur in goede banen geleid worden. Vuur is een verwoestend element als het niet in de hand wordt gehouden. Zo ook religieus enthousiasme. Mooi maar gevaarlijk. Zij waren zo vervuld van hogere vervoering dat ze van extase stierven. Ondanks hun goede intenties daalde er een vuur uit de Hemel neer, dat alleen hun ziel verteerde maar hun lichaam intact liet.Vluchtig als dampMensen verschillen onderling in het vermogen om enthousiast te worden. Enthousiasme kent verschillende gradaties, zowel kwalitatief als kwantitatief. Het kan hevig en constant zijn maar ook zo vluchtig en mistig als damp. Een aanvankelijke hevige liefde kan vervlakken of omslaan in haat. Enthousiasme maakt blind en kan misplaatst zijn. Liefde kan zich richten op onwaardige doelen.Daarom heeft enthousiasme een dirigerende hand nodig; opofferingsgezindheid en warmte vallen in verkeerde hande
Ook liefde en enthousiasme behoeven leiding en richting
Advertentie (4)












