Het verhaal van Jitschak, Ja’akov en ‘Esav

De parasja van de week, voor kinderen verteld. Vandaag: Jitschak en Rivka worden vader en moeder van de tweeling ‘Esav en Ja’akov, en wat is eigenlijk het ‘eerstgeboorterecht’?

Zo’n tweeling als de zoons van Jitschak heb je vast nog nooit gezien: ze leken helemaal niet op elkaar! Het jongetje dat als eerste geboren werd was een stevige, gespierde baby met dik rood haar over zijn hele lijfje. Rivka en Jitschak noemden hem ‘Esav, dat betekent ‘de harige’. Het jongetje dat als tweede geboren werd was fijn gebouwd, en had een zachte huid.

Terwijl hij geboren werd hield hij met zijn kleine handje het voetje van zijn broertje vast. Daarom kreeg hij de naam Ja’akov. Dat betekent ‘die op de hak neemt’.

Hoe ouder ze werden, des te meer verschilden ‘Esav en Ja’akov. De broers hadden heel vaak ruzie. Ze speelden bijna nooit met elkaar want Ja’akov hield helemaal niet van de drukke wilde spelletjes van zijn broer.

Ja’akov bleef als het even kon dicht bij de tent, maar ‘Esav vond daar niets aan, hij ging het liefst op jacht.

Jitschak luisterde graag naar de spannende avonturen die ‘Esav beleefde als hij op jacht was, en hij at graag van het wild dat ‘Esav voor hem meebracht. Rivka was dol op Ja’akov, want die was altijd in de buurt en hielp haar vaak met koken.

Het eerstgeboorterecht
Op een dag kwam ‘Esav terug bij de tent. Hij was de hele dag op jacht geweest, en hij was moe en hongerig. Hij zag dat Ja’akov iets heel lekkers gekookt had: dikke soep van rode linzen. "Daar heb ik heel erg trek in! Mag ik een kom van die heerlijke rode linzensoep?" vroeg ‘Esav.
Toen zei Ja’akov: "Alleen als je mij je eerstgeboorterecht verkoopt."

Om te begrijpen wat Ja’akov bedoelde met die woorden moet je eerst weten wat het eerstgeboorterecht eigenlijk is.
Eerstgeboorterecht betekent eigenlijk twee dingen, en allebei die dingen hebben te maken met wat een kind krijgt als zijn ouders dood gaan. Dat noem je ‘erven’.
In de tijd van Awraham en Jitschak kreeg de oudste zoon meteen bij zijn geboorte het recht op alle bezittingen als zijn vader dood ging. De oudste zoon ‘erfde’ dus alles, en de andere kinderen kregen niets.

Toen Jitschak’s vader Awraham dood ging was alles wat Awraham bezat eigendom van Jitschak geworden: de tenten, de kuddes, de slaven en de grond waarop hij woonde. Maar hij had nog iets gekregen, iets heel bijzonders, iets wat je niet kon zien of aanraken: de plicht om een goed en zuiver mens te zijn, de plicht om te leven zoals zijn vader Awraham het van G’d had geleerd. G’d had Awraham gezegend en hem plechtig beloofd dat Jitschak, zijn zoon, de vader zou worden van een groot volk dat zou gaan wonen in het land Kena’an, het land dat jullie nu kennen als Israël, en dat Hij, G’d, voor altijd voor dat volk zou zorgen. Die zegen van G’d hoorde dus ook bij het eerstgeboorterecht dat ‘Esav als oudste zoon van Jitschak zou erven.

Advertentie (4)