Kolel Toldot 5767 (Beresjiet (Genesis) 25:19-28:9)

Dit jaar zullen we in onze commentaren kijken naar de voorlezing uit de Tora en de haftara van die week en bezien welke verbanden en inzichten wij daardoor kunnen ontdekken. De haftara van deze week: We moeten ervoor zorgen dat onze daden ‘zeggen’ wat we bedoelen.

INLEIDING EN VERBINDINGEN

In de haftara van deze week herinnert God de Israëlieten eraan dat, al zijn Jaäkov en Esav broers, Hij slechts van Jaäkov houdt (en aan het joodse volk gunsten betoont). De profeet bekritiseert daarom Israël voor de lusteloze manier waarop het volk de offerdiensten in de Tempel houdt. In de sidra wordt de relatie van kinderen met hun vader benadrukt. De haftara vraagt: waarom eren de Israëlieten God niet als een ouder? In Berésjit serveren handen (vermomd door dierenhuiden) de vader een toebereide maaltijd; de profeet zegt dat God geen offers “uit jouw handen” zal aannemen. De Hebreeuwse woorden voor ‘weigering’ (bozé, niwzè, beide van de Hebreeuwse woordstam B-Z-H) worden gebruikt om te beschrijven hoe de Israëlieten God afwijzen met hun verwerpelijke offers, (Malachi 1:6,7), net als Esav zijn eerstgeboorterecht afwees (Berésjit [Genesis] 26:34). God verlangt de dienst van het hart.

Voor het geheel: www.levisson.nl (klik op Parasjat Hasjawoea)

Klik op het logo om verder
te lezen op de website van het Levisson Instituut

Sjabbat 25 november 2006/ 5 Kislev 5767
Sidra Toldot, Berésjit [Genesis] 25:19-28:9
Haftara jaar C: Misjle [Spreuken] 4:1-27
Traditioneel: Malachi 1:1-2:7

Advertentie (4)