Simon Soesan

Afl. 8: De ontkenning.
“Iedereen ontkent weleens wat.”

De ontkenning

“Ze blijven ontkennen, die mesjoggene honden!” zei Dov boos.
Hij roerde in zijn koffie terwijl hij op onze andere vrienden van de zwemploeg wachtte. Ik keek hem afwachtend aan.
“Heb je het over Teheran?” vroeg ik hem, doelend op de ‘Wereld zonder Zionisme’ conferentie die daar onlangs plaatsvond.
Hij knikte boos.
“Ik was bij de Joodse Brigade, weet je,” zei hij.
Ik knikte bevestigend, want dat had hij me al vaak verteld.
“Ik heb die schurken aan het werk gezet toen die kampen bevrijd waren… .”
Hij keek nadenkend naar zijn koffie.
“En dan ontkennen ze nog dat er een sjoa is geweest!” riep Amnon boos, terwijl hij erbij kwam zitten.
“Ze hielden dus die conferentie tegen het Zionisme. En volgens hun is Zionisme gebaseerd op de sjoa en zij zeggen dat die hele sjoa een leugen is,” kwam Aaron er ook bij zitten.
We knikten, want we weten allemaal hoe de vork in de steel zit.
“En dan belooft die gek ook nog dat binnen een paar dagen ons land niet meer zal bestaan,” voegde ik er aan toe.
“En zoals gewoonlijk is er niemand die er wat van zegt,” verzuchtte Dov.
Hij keek treurig in het rond.
“Dat kun je niet zeggen,” wierp Aaron tegen.
“Frankrijk heeft ze zeker al gebeld om te vragen hoeveel raketten ze nog nodig hebben. En Poetin zal dat zeker ook gedaan hebben!”
Aaron doelde op het feit dat wij afgelopen zomer beschoten werden met raketten uit Frankrijk en Rusland.
“Jongens, er is niets nieuws onder de zon. Wij zijn al bijna zestig jaar door onze buren ter dood veroordeeld. Ze hebben het –tot nu toe– alleen niet kunnen uitvoeren,” zei Amnon.
Ik keek naar deze mannen. Eén een voormalig lid van onze Knesset, ons parlement, de ander een voormalig soldaat van de Joodse Brigade en de derde voormalig onderwijsinspecteur.
Gevieren hadden we nog wat gemeen, en dat stond buiten het feit dat we in dezelfde stad wonen en graag samen zwemmen. We hebben allemaal gediend in het wonder dat het Leger van Israël heet.
“Het ergste waren nog die rabbijnen erbij,” zei Dov, refererend aan de rabbijnen die de conferentie in Teheran bijwoonden.
Ik haalde mijn schouders op.
“Iedereen ontkent wel eens wat,” zei ik. “Kijk maar naar wat de premier zei tijdens zijn bezoek aan Duitsland.”
Nu werd ik venijnig aangekeken. Ik keek in het rond.
“Ja, wat dachten jullie? Veertig jaar ontkennen we dat we atoomwapens hebben en nu komt hij erbij en geeft dat meteen toe op de televisie.”
“Maar hij heeft ontkend dat hij het toegaf,” zei Amnon.
Ik keek hem scheef aan.
Heel Israël weet dat Amnon jaren geleden de jonge Olmert in de politiek geïntroduceerd heeft. Hij was vele jaren zijn mentor en ze zijn inmiddels ook bevriend geraakt.
Onze andere vrienden keken hem nu eveneens aan.
“Wat willen jullie nou? vroeg Amnon terwijl hij ons een voor een aankeek. “De vraag is of hij, behalve woorden, ook daden heeft,” zei Dov.
“Ik denk dat zijn woorden zorgvuldig gekozen waren en dat hij echt wel beseft wat hij zegt,” zei Amnon.
“Dus krijgen we oorlog?” vroeg Aaron.
“Dat ontken ik!” zei Amnon en begon langzaam zijn thee te drinken.
Dov knikte scheef naar Amnon.
“Nog eentje die ontkent…,” zei hij hoofdschuddend.

© Simon Soesan

Alle eerdere columns van Simon Soesan zijn te vinden in het Israël archief


Advertentie (4)