In gezelschap van koningin Beatrix vierde het Bijbels Museum zijn 150-jarig bestaan. Met groeiend succes probeert het museum zich te ontdoen van het stoffige imago. De zaal met de bijbelcollectie mag Hare Majesteit niet in: die is nog te saai.
De grondlegger van het Bijbels Museum in Amsterdam, ds. L. Schouten, heeft zijn collectie jarenlang in zijn pastorie tentoongesteld. Toen hij predikant in Apeldoorn was, wilde koning Willem III de collectie bezichtigen, maar hij wilde geen stichtelijke uitleg.Schouten wilde daarop de koning niet ontvangen. De vorst bleek dat niet erg te vinden. Dit vertelde ds. N. ter Linden dinsdag tijdens de viering van het 150-jarig bestaan van het Bijbels Museum, waarbij koningin Beatrix aanwezig was. Ter Linden, die net als Schouten lid van het Utrechts theologisch dispuut Secor Dabar was, voegde daaraan toe het op prijs te stellen "dat u, majesteit, aan uw komst geen bijzondere voorwaarden hebt verbonden".De interesse van Schouten voor de bijbelse geschiedenis was gewekt door zijn grootmoeder van moeders kant, die hem dagelijks voorlas uit de ‘Historische Kinder-Bybel of Schriftuurlijke Lusthof’. Vooral van de prenten van de Tabernakel, de Tent van God die het volk Israël tijdens de woestijnreis met zich meevoerde, en van de Ark des Verbonds, de heilige kist waarin de Tien Geboden werden bewaard, kreeg de jonge Schouten niet genoeg, aldus Ter Linden.Tijdens zijn studententijd liet Schouten de Tabernakel op schaal namaken. Vanaf 1852, honderdvijftig jaar geleden, was die voor het publiek toegankelijk. In Utrecht heeft Schouten in de loop der jaren tienduizenden bezoekers voor de Tabernakelbezichtiging en Tabernakelprediking ontvangen.
Bijbels Museum: ‘Goddelijk gebouw’ wil een dynamisch imago
Advertentie (4)












