Het klinkende slot van een grandioos festival

De kinderen waren in de minderheid bij het familieconcert "Blauwe koeien en groene eendjes, verhalen, beelden en geluiden uit de wereld van Marc Chagall", maar het plezier was er niet minder om.

De zaal werd in bijna alle liedjes betrokken, jammerend als het kind dat niet ‘in kheyder’ wil, met een hele serie gebaren in het verhaal van het bange haasje in het bos (op de melodie van een Nederlands kinderliedje), vol overgave werd in ‘Daloj politsej’ de wrede tsaristische politie verjaagd. Lorin Sklamberg zong de jiddisje versie van ‘Old MacDonald had a farm’, waarin we konden horen dat dieren hé%eacute;l andere geluiden maken dan wij denken!’Hop majne hommentasjn’ werd door iedereen meegezongen, en was de afsluiting van dit onderdeel van het 10e Joods Muziekfestival.Jam session à la klez’!Dat het slotconcert door de Amerikaanse band The Klezmatics een groot feest vol onverwachte gebeurtenissen zou worden, daar was iedereen het van te voren al over eens, maar dat het zó zinderend, enerverend en ook ontroerend zou worden, dat kwam als een grote verrassing.Het programma bestond voornamelijk uit nummers van de in het voorjaar verwachte nieuwe cd ‘Rise up!/Shteyt oyf!’, met jiddisje revolutionaire liedjes en liederen.De verbluffende muzikale veelzijdigheid van de bandleden (ze bespelen allemaal minstens twee instrumenten), het unieke, expressieve stemgeluid van Lorin Sklamberg, het onontkoombare enthousiasme waarmee Adrienne Cooper, Marilyn Lerner, Stuart Brotman, onze eigen Shura Lipovsky, en later ook Janfie van Strien en Gijs Levelt van de Amsterdam klezmer Band zich op het podium bij de Klezmatics voegden: het was éé groot feest waar het publiek onmogelijk bij stil kon blijven zitten.Bijzonder was ook de muziek die Matt Darriau componeerde voor het toneelstuk ‘Dybbuk’: nieuwe noten in oude toonzetting, gespeeld door violiste Lisa Gutkin, Darriau zelf op onder meer Bulgaarse kaval en Frank London, op trompet met Miles Davis klank.Het ‘Barrikadenlied’, gezongen door Adrienne, Lorin en Frank London, werd een verklankte demonstratie, heftig, chaotisch, en vol power: ‘die kinder werfen steyne’, en nog even actueel als toen het geschreven werd, nu bijna honderd jaar geleden.Zoals de bandleden in de Festivalkrant zeggen: "We willen muziek van nu maken, want klezmer was vroeger ook levende muziek, met teksten over het dagelijks leven. Dus moet het gaan over het dagelijks leven nu." En de actualiteit was er: Adrienne Cooper en Lorin Sklamberg maakten een jiddisje vertaling van het uit 1999 daterende ‘I ain’t afraid’, waarvan het eerste couplet luidt:I ain’t afraid of your YahwehI ain’t afraid of your AllahI ain’t afraid of your JesusI’m afraid of what you do in the name of your God."Na de aanslagen van 11 september MOESTEN we iets doen. We hadden concerten in Californië en besloten die fantastische tekst van Holly Near te vertalen. Wat daarin gezegd wordt, daar gaat het toch allemaal over? We hebben de laatste zin veranderd naar :’I’m afraid of what we’re doing in the name of our Gods’. Niemand is onschuldig aan de verschrikkelijke dingen die er in de wereld gebeuren."Prachtig was het vredeslied door Sklamberg, Lipovsky en Cooper, soms oer-volks, bijna schreeuw-zingend, dan weer trots en haast plechtig: "en voor de joden een plaats in eretz Israël’. En na alle vervoering, gedeeld door het publiek, eindigde het 10e Internationale Joods Muziek festival onverwacht in verstilling met Adrienne Cooper’s pianissimo gezongen ‘Scholem scholem’ (vrede, vrede).En de conclusie? Het 10e internationaal Joods Muziek Festival heeft in de vele verschillende benaderingswijzen laten zien dat jiddisje muziek springlevend is, zonder een spoor van museale afstandelijkheid.Zoveel vrolijkheid, oprechte simpele emoties, de lach en de traan, en dat vier dagen lang: een groot dankjewel aan Petra, Marion, Jules, Enny, Lon, Herman en alle anderen die dit festival opnieuw

Advertentie (4)