De tweede avond van het Internationaal Joods Muziek Festival speelde zich tussen de uitersten van de joodse muziek. Julia Bronkhorst zong, na de pauze speelde de Amsterdam Klezmer Band.
Julia Bronkhorst zong een recital van voornamelijk Ladino liederen, daarbij begeleid door gitarist Henk van Lingen en pianist Pieter Grimbergen. Ingehouden, (en mij persoonlijk iets tè beschaafd) vertolkte ze liederen van diverse joodse componisten, sefardische zowel als asjkenazische. In het bijzonder vermeldenswaard waren de twee wiegeliederen van de Israëlische componist Akiva, waarin een verholen oosteuropees klankidioom te horen was, en de drie liederen van de Nederlandse componiste Henriëtte Bosmans en Maurice’ Ravel’s ‘Kaddish’.Na een korte pauze, waarin uit een deel van de zaal de stoelen waren verwijderd, werd het podium bestormd door de Amsterdam Klezmer Band voor een show van ruim anderhalf uur. Het zeven man sterke ensemble veroverde het publiek met lekkere ‘up-tempo’ dansmuziek, uitgevoerd door fel blazende klarinet, altsaxofoon, trompet en trombone, acocordeon, contrabas en diverse percussie-instrumenten. Die laatste werden bespeeld door Alec Kopyt, ‘de nachtegaal van Odessa’. Driemaal nam hij de microfoon over om op buitengewoon smakelijke wijze Russisch-joodse liedjes te zingen. Ik denk niet dat ik het me verbeeld dat sommige teksten een ietsepietsie ondeugend waren… En wie heeft ooit gehoord van jiddisje rap? Bandleider and altsaxofonist Job Chajes had er twee, hilarische teksten waarbij hij als een volleerd hiphopper het podium op en neer sprong. De krachtige ritmes, vaak in dwingende 7/8 maatsoorten, maakten het haast onmogelijk om stil te blijven zitten, en zo verschenen er na enige tijd steeds meer mensen op de ‘dansvloer’. Het was een bijzondere avond, en dat was het!
Klassiek en klezmer, maar niet samen.
Advertentie (4)












