Uit het dagboek van een vredestichtertje. Afl. 89: Eldad Kisch bestudeert de folder van de ‘Palestine Netherlands Friendship Association’ en het is weer eens tijd voor een demonstratie.
Toen ik kortgeleden een werkbezoek bracht aan het dorp Kufr Rai, niet ver van Jenin, ontmoette ik daar een keurig geklede heer, die zich niet alleen als burgemeester van het dorp/stadje ontpopte, maar ook de oprichter is van een obscure vereniging, die de naam draagt ‘Palestine Netherlands Friendship Association’ (PNFA). Hij begon helemaal te glimmen toen bleek dat ik Nederlandse achtergronden heb, en lichtte nog meer op bij de ontmoeting met een Nederlandse journaliste die ons dit keer begeleidde. Hij drukte ons ontroerd een fraaie brochure in de hand, met Arabische en Engelse teksten. Bij thuiskomst had ik rustig tijd om eens te kijken waar dit allemaal over ging, en bleek de brochure verlucht met foto’s van Nederland (dat laat ik gelden), en van plaatsen van interesse voor Arabieren, die toevallig merendeels in Israël liggen, zoals de Omar Moskee, de Bahai Tempel in Haifa (wat ze daar nu mee moesten?), het strand van Jaffa (of Akko) en Nazareth.
Ik, niet lui, stuurde volgens het vermelde adres een e-mailtje, om te informeren of er niets moois is te zien in het huidige, wat verknipte, Palestijnse gebied; zachtjes suggererend dat hun foto’s misschien politiek niet helemaal correct zijn, en mogelijk misleidend. Dit is natuurlijk glad ijs. De e-mail kwam al rap onbestelbaar terug. Daar liet ik het niet bij, en probeerde hun fax-nummer. Dat bleek niet aangesloten te zijn. De vereniging is ook niet te vinden op Google. Toen gaf ik het op. So much for that.
Het werd weer eens tijd voor een demonstratie, ditmaal een protest tegen de Israëlische wurggreep op de Gaza-strook, die geen duidelijk resultaat heeft anders dan ellende te veroorzaken en nog meer kwaad bloed te zetten. Er zou gelopen worden met spandoeken door Tel-Aviv. Toen we aan het beginpunt arriveerden waren daar meer politieagenten aanwezig dan betogers, maar dat sloeg na een half uur aardig om. Onze demonstratie was kennelijk gecoordineerd met manifestaties in vele steden van de wereld, ook Amsterdam werd genoemd, blijkens informatieve spandoeken.
Het was mede een gelegenheid om te laten zien dat de Vredesbeweging nog bestaat. Dat valt mij dan weer tegen; voor zo’n onderwerp krijgen we, uit een bevolking van vijf-en-een-half miljoen niet meer dan drieduizend mensen op de been. Wel werd er van driehoog boven een ei op de massa gegooid, dat op het asfalt uitelkaar spatte. Niet eens een rot ei. En er ontstond een opstootje bij McDonalds waar net enkele eters naar buiten kwamen die waarschijnlijk andere politieke meningen hadden dan de betogers. De politie duwde zonder onderscheid van politieke schakeringen iedereen hardhandig weg van de ingang.
Dit zijn toch, naast de gelegenheid jezelf op het nieuws te zien, de maatstaven waaraan het succes van een demonstratie valt af te lezen.
©Eldad Kisch 2006.
Eldad Kisch woont al meer dan veertig jaar in Israël. “Destijds was ik flink zionistisch, nu ben ik wat gelouterd,” omschrijft hij zichzelf. “Ik bekijk de gebeurtenissen in onze streken met bezorgdheid, vooral waar onze menselijke en ethische waarden steeds meer inkrimpen.”












