“The Pianist”: Roman Polanski’s persoonlijke afrekening met het verleden.

Deze week gaat Roman Polanski’s nieuwste film in Nederland in première. "The Pianist", gebaseerd op de autobiografie van de Pools-joodse pianist Wladyslav Szpilman, won op het Filmfestival van Cannes 2002 de Gouden Palm.

In zijn autobiografie beschrijft de regisseur hoe hij als zesjarig jongetje door zijn vader door het hek om het joodse getto werd geduwd om naar een onderduikadres te vluchten. Omdat er op het onderduikadres niemand aanwezig bleek ging hij terug, en zag voor zijn ogen hoe zijn familie werd weggevoerd. Polanski bracht de rest van de oorlog zwervend door Krakau door en wist aan deportatie te ontkomen door zich telkens op andere plekken schuil te houden.Polanski is zijn gehele carriere achtervolgd door biografen en journalisten die graag een link wilden leggen tussen het verontrustende, gewelddadige karakter van zijn werk (Repulsion, Rosemary’s baby, Chinatown) en zijn eigen ervaringen."The Pianist", in donkere, grauwe kleuren gedraaid, is een heel persoonlijk, afschrikwekkend, aangrijpend relaas van de verschrikkingen van de holocaust, en slaagt er tegelijkertijd in om de menselijke kant en een glimp hoop op een betere toekomst een plek te geven.De trailer van de film is voor PC/Windows te bekijken op Trailer-The Pianist/PC en voor Macintosh op Trailer-The Pianist/QT.Op de officiële website van The Pianist zijn foto’s, geluidsfragmenten, videoclips en achtergrondverhalen te bekijken en beluisteren. De Belgische filmwebsite K.U.T. heeft een voortreffelijke, heel enthousiaste recensie van de film. Niet alleen wordt het verhaal van de film in detail verteld, ook de historische achtergronden komen aan bod, evenals regisseur Polanski en de wijze waarop hij zijn eigen ervaringen in zijn werk deels ontliep deels verwerkte.De korte inhoud van de film, gebaseerd op de gelijknamige autobiografie van componist Wladyslaw Szpilman:Op 23 oktober 1939 speelt de jonge pianist Wladyslav Szpilman (Adrien Brody) voor de radio Chopin’s Nocturne in cis van Frédéderic Chopin. Door de oorverdovende herrie van de bombardementen kan hij zichzelf nauwelijks horen. Een half uur na afloop van het optreden wordt de zaal van de Poolse Omroep door een bom geraakt en is de radio definitief uit de lucht. Voor de joodse bewoners van Warschau zijn de gevolgen van de Duitse bezetting zijn afschuwelijk. Terwijl zijn hele familie en vele van zijn vrienden worden gedeporteerd en vermoord, weet Szpilman eerst met hulp van Poolse verzetsstrijders, en later alleen, tussen de ruïnes van zijn geliefde stad, te overleven. Hij heeft zijn leven letterlijk te danken aan de Duitse SS-officier Wilm Hosenfeld (Thomas Kretschmann), die Szpilman op die bewuste 23 september de Chopin-nocturne had horen spelen.De film is allesbehalve een Hollywood-glamourvoorstelling. Hier toont het witte doek geen afstandelijke of opgepoetste werkelijkheid. Dicht ‘op de huid’ gefilmd, met weinig dialogen, maar des te meer close-ups zijn beelden en geluiden buitengewoon indringend. Veel scenes geven het gevoel alsof de toeschouwer haast letterlijk door de zintuigen van Szpilman de gebeurtenissen meebeleeft. Een bombardement bij een van zijn onderduikadressen veroorzaakt bij Szpilman een tijdelijke doofheid, die ook in de soundtrack is verwerkt, zodat plotseling alle geluiden als door een wattendeken klinken. De directheid waarmee de gruwelijke gewelddadigheden worden getoond is volstrekt genadeloos en beneemt bijna letterlijk de adem. En dwars door alles heen is er de muziek die de film ondanks alles een heel speciale schoonheid verleent. Chopin’s Nocturne in d, de Grande Polonaise brillante en de Ballade no. 1 in g, Beethoven’s Mondscheinsonate en de eerste cellosuite van Johann Sebastian Bach , maar ook het jiddisje liedje ‘Tanz tanz, yidelech’ (bij de doorgang naar het ghetto, waar de trambaan moet worden overgestoken) en twee Poolse muziekstukken bepalen onontkoombaar de ‘mood’ van de film.Wie was de echte

Advertentie (4)