‘God is een Maastrichtenaar’

Benoît Wesly is een succesvol zakenman en zijn curriculum vitae beslaat minstens zes bladzijden, maar hij benadrukt maar één ding: "Ik denk dat mijn ouders trots kunnen zijn.

Benoît Wesly (57) stampte in dertig jaar tijd een wereldwijd imperium aan hotels, restaurants en andere bedrijven uit de grond, hij was betrokken bij een poging om drie Limburgse voetbalclubs te laten fuseren en hij is voorzitter van de Joodse Gemeente Limburg. Hij liet zijn PR-adviseur een biografie schrijven over zijn veelzijdige leven Het paradijs kent vele gezichten.In zijn kantoor, in de pittoreske oude kern van Maastricht, vertelt hij wat verlegen dat de reacties op zijn boek hem verbazen: "Het was nooit de bedoeling om het uit te geven. Ik heb het laten schrijven voor familie en vrienden, maar toen was er een uitgever die het wilde hebben."Wesly begint te stralen: "Dat had mijn vader eens moeten weten, dat er van deze figuur nu al 700 boeken zijn verkocht."Op 27 mei vond de boekpresentatie plaats in zijn eigen Apple Park Hotel: "Harry van den Bergh en Frits Barend waren overgevlogen, en André Rieu en Max Moszkowicz waren er ook. Die mensen houden blijkbaar van me."In Limburg wonen zo’n 250 joden, waarvan er 120 lid zijn van de Joodse Gemeente Limburg. Voor het eerst sinds de oorlog zijn er weer iedere week sjoeldiensten, op vrijdagavond en sjabbesmorgen. Wesly: "Joods bewustzijn is wat mij betreft niet af te meten aan de sjoelgang, maar het is een mirakel. Met de seider moesten we mensen teleurstellen – er konden er maar 100 in de zaal. Er komen wekelijks toeristen en zakenmensen, die stonden vroeger dus voor een dichte deur. Binnen een paar jaar behoren we tot de top vijf kehillot van Nederland."Typerend voor Wesly is dat hij graag een relativerend woord toevoegt aan wat hij zojuist heeft gezegd: "Begrijp me goed, ik zie nog geen 1000 chassidische joden voor me. Dat lukt alleen met carnaval.""We danken deze opleving aan rabbijn Shapiro en zijn vrouw, die hier in september zijn begonnen. Ze hebben een bindend vermogen. Rabbijn Jacobs belde me wel drie keer per dag op: ‘Wanneer komt hij nou?’ Rabbijnen", constateert Wesly hoofdschuddend, "denken anders dan ik. Jacobs zei altijd dat Limburg veel potentieel heeft, maar ik denk, wat moet zo’n jong gezin uit Brooklyn hier. Dat ze naar Manhattan verhuizen begrijp ik. Amsterdam wellicht, maar wat moeten die vrome mensen in het Palermo aan de Maas? Iedereen riep: ‘Die is veel te schwarz’, en toen ik voor het eerst met deze chassidische rabbijn over het Vrijthof liep zag je het katholieke volksdeel denken: welke vagebond loopt er nu naast Wesly? Maar iedereen is er nu aan gewend en de Shapiro’s hebben zich snel aangepast.""De scheiding in sjoel tussen mannen en vrouwen, waar Shapiro een voorstander van is, was wel even een probleem. Het deed een aantal mensen aan de oorlog denken. We hebben het eerst symbolisch opgelost met planten, maar de vrouwen moesten op een gegeven moment toch naar boven omdat het zo vol was beneden. En het Hebreeuws is lastig, veel mensen begrijpen het niet."Wesley zit sinds 1977 in de adviesraad van het Amsterdamse Cheider: "Zij vragen mij natuurlijk niet om halachisch advies. Ha, ha, ha. Ik draag het Cheider een warm hart toe, ook financieel. Voor mij vertegenwoordigt dat het zuivere jodendom. Ik heb dat wel eens eerder gezegd in de krant. Met name uit Portugese kring was er kritiek, maar er hangt een resjaffe, een fijne sfeer in die school. Zelf kan ik niet zo leven, maar als anderen dat wel doen juich ik dat van harte toe. Ik ben niet orthodox of traditioneel. Ik ben Maastrichtenaar – en God ook."Ook Wesly ontkomt niet aan de typische medienereflex om alles te vergelijken met Amsterdam: "Er waren in de Romeinse tijd al joden in Maastricht, veel eerder dan in Amsterdam. Bij Sal Meijer kennen de mensen mij, maar ik kom echt voor

Advertentie (4)