Op Poerim staan vier mitswot centraal: Het luisteren naar de Megilla, de Poerim geschiedenis, ingaande Poerim en Poerim overdag (zondag 4 maart). Het geven van tsedaka aan minstens twee arme mensen. Een feestelijke Poerim maaltijd nuttigen. Elkaar twee direct eetbare producten sturen, misjlo’ach manot.

De Poerimgeschiedenis vertelt ons over de snode Haman die erop uit was om het Joodse volk te vernietigen. Uiteindelijk is hem dat niet gelukt en het resultaat is het vrolijke Poerimfeest. Maar toch hebben de Joden van toen geleden. Weliswaar niet fysiek, maar geestelijk gingen ze gebukt onder een knellende angst. De nederlaag van Haman werd pas aan het eind van de Poerimgeschiedenis zichtbaar!
Onze Geleerden lernen ons (Talmoed traktaat Megilla 12) dat de dreigende onzekerheid tot doel had om de Joden tot inkeer te brengen. Er moest iets worden ‘gerepareerd’. De Joden hadden namelijk geknield voor de afgoden van koning Nebukatnetsar. Niet met de gedachte om de afgoden te dienen, maar uit angst voor de machtige koning. Hun lichaam boog voor de afgoden, maar in geest knielden zij voor Hakadosj Baroeg Hoe. Een begrijpelijke, aanvaardbare en logische opstelling…
Wat ging er echter mis?
Zij wisten uiteraard zelf dat hun buigen voor de afgoden slechts schijn was, het directe gevolg van angst, maar tegelijkertijd keken zij wel met afgrijzen naar hun medejoden die ook voor de afgoden knielden en kwam het niet in hun gedachten op dat wellicht ook hun broeders uit angst knielden en dat ook zij in hun gedachten bij G’d waren…
Resultaat: zij kwamen niet meer bij elkaar over de vloer om samen een maaltijd te nuttigen. Voedsel bereid door een afgodendienaar is immers ongeoorloofd!
Toen het wonder van Poerim geschiedde en de dreigende vernietiging tot ieders opluchting beperkt bleef tot schijn, begrepen allen dat niet alleen zij, maar dat alle Joden slechts uit angst en dus voor de schijn geknield hadden voor de afgoden…..toen pas zagen ze in dat ze de medemens ten onrechte verkeerd hadden beoordeeld en dus konden ze de oude banden weer herstellen en bij elkaar gaan eten. Het verkeerd en negatief beoordelen van de
medemens speelde zich niet alleen af in de geschiedenis van Poerim. Het heeft helaas een pijnlijke actualiteit en daarom hebben Mordechaj en Ester toen de mitswa van misjlo’ach manot ingevoerd en sturen de Joden door de eeuwen heen elkaar op Poerim misjlo’ach manot om de intermenselijke banden te verstevigen en waar nodig te herstellen.
Laten we daarom proberen om op Poerim ook deze speciale mitswa met overgave te vervullen, niet uitsluitend door naar vrienden of vriendinnen een pakje te sturen, maar juist naar hen waarmee de vriendschapsband onverhoopt iets minder sterk was.
Nog vele jaren Poerim in gezondheid, voorspoed, éénheid en dus met veel simches!
Binyomin Jacobs, hoofdrabbijn
Poerim 5767 – zondag 4 maart 2007












