100 jaar oude kosjere kaasstempel duikt op

Honderd jaar oude kosjere kaasstempel duikt opJaarlijks organiseert de Joodse Gemeente Groningen samen met rabbijn Shmuel Spiero een barbecue voor de noordelijke Joodse Gemeenten. Zondag 10 juli werd bij stralend weer met bijna 50 aanwezigen heerlijk gegeten. Rob Vleesblok sprak namens het bestuur en de rabbijn sprak een stichtelijk woord.

Tijdens de gemoedelijke middag liet een mevrouw een oud kaasstempel zien. Ze had het gekregen van een oudere mevrouw die het in de oorlogsjaren had bewaard. Een heus loden kaasstempel uit een kaasmakerij in Kollum van voor de oorlog. De letters waren zeer duidelijk leesbaar, nl. : OPRABB Fr en de drie letters Sjien, Ajin en Reesj – ‘OPRABB Fr שער’. Na rijp beraad kwam men er achter dat de drie letters de initialen zijn van Shmuel Azarja Rudelsheim, opperrabbijn van Friesland van 1900 tot 1918.

Dit stempel werd dus onder zijn toezicht gebruikt voor de vervaardiging van kosjere kaas in de kaasmakerij of kaasfabriek van Kollum ruim 100 jaar geleden. Een dergelijk kaasstempel werd (en wordt nog steeds) in de kaas gedrukt zodat steeds duidelijk blijkt dat het om kaas gaat die is gemaakt onder rabbinaal toezicht.

Samuel Azarja Rudelsheim werd in 1869 geboren in Leeds, uit Nederlandse ouders, Machiel Rudelsheim en Rebecca Hirsch. Hij was een neef van Samuel Juda (S.J.S.) Hirsch die twee jaar later opperrabbijn van Zwolle zou worden. Beiden waren tot rabbijn opgeleid aan het Seminarium in Amsterdam.

Op 25 maart 1900 werd Rudelsheim met 21 van de 22 uitgebrachte stemmen gekozen tot opperrabbijn van Friesland. Kort daarna verloofde hij zich met Henriette Kolthoff uit Hoogeveen, waarmee hij ook trouwde. Op 1 juli 1900 werd hij in Leeuwarden tot opperrabbijn geïnstalleerd. Naast Leeuwarden waren er toen nog actieve Joodse Gemeenten in Harlingen, Sneek, Bolsward, Heerenveen en Gorredijk. Opperrabbijn Rudelsheim overleed als gevolg van een griepepidemie. In Friesland maar ook in de rest van Nederland heeft hij zich enorm ingezet voor de morele en religieuze verheffing van zijn geloofsgenoten en daartoe ook een landelijke organisatie opgericht.

Bron: NIK