Nederlandse regering meet met twee maten als het op Israel aankomt

In navolging van een paar andere landen wil ook de Nederlandse regering dat producten uit de betwiste gebieden (Judea en Samaria) het etiket opgeplakt krijgen van “Gemaakt in een Israëlische nederzetting” of “Gemaakt in bezet gebied”.

Dit blijkt uit antwoorden van minister Bruins namens de minister van Buitenlandse Zaken op 1 oktober jl, in antwoorden op vragen van de 2e kamerleden van der Staaij (SGP en Voordewind (Christen Unie).

Op de vraag “hoe er wordt gehandhaafd op de geldende etiketteringsbepaling
voor wijn uit deze gebieden? Wordt daarbij ook gekeken naar de handelswijze van
toezichthoudende instanties van andere Europese landen?” antwoordde de minister: “De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is verantwoordelijk voor de
handhaving van de geldende etiketteringswetgeving. Zij hanteert hierbij het
staande interventiebeleid op de vermelding van de herkomst “Israël”. Bij de
beoordeling van een inspectie worden de aanwijzingen vanuit het
interpretatiedocument van de Europese Commissie “Interpretatieve mededeling
inzake de vermelding van de oorsprong van goederen uit de sinds juni 1967 door
Israël bezette gebieden, (2015/C 375/05)” gevolgd. Aangezien de vermelding
“Product uit Israël” op levensmiddelen uit de door Israël bezette gebieden als
misleidend wordt gezien (zie punt 7 van de interpretatieve mededeling van de
Europese Commissie
), geeft de NVWA conform het interventiebeleid eerst een waarschuwing, indien daaraan geen gevolg wordt gegeven volgen andere maatregelen, waaronder boetes.” (punt 7 luidt: Aangezien de Golanhoogte en de Westelijke Jordaanoever (met inbegrip van Oost-Jerusalem) (10) volgens het
internationaal recht geen deel uitmaken van het Israëlische grondgebied, wordt de vermelding “product uit Israël” (11) in het kader van de genoemde wetgeving als onjuist en misleidend beschouwd.)

De Nederlandse regering vergeet daarbij dat inwoners van de Golan en de nederzettingen Israelisch staatsburgerschap hebben en stemmen voor, bijvoorbeeld, de Knesset.

Uit de antwoorden van de minister blijkt ook dat producten uit de Westelijke Jordaanoever een etiket mogen hebbenm zijnde gemaakt in “Palestina”.

Voor producten uit Gaza geldt dat deze een etiket mogen hebben met de tekst “Gemaakt in Gaza”.

Palestina? Gaza? Sinds wanneer zijn deze landen officieel als staat erkent?

Met deze uitleg blijkt overduidelijk dat Nederland in feite een Palestijnse staat erkent, ook al zegt de regering dat er een voetnoot is die zegt dat Nederland dat niet doet. Maar wie leest deze voetnoot in de kleine lettertjes?

Ook blijkt dat Nederland klakkeloos doet wat de bazen van de Europese Unie voorschrijven en een eigen mening daarvoor overboord gooit.

Op de vraag waarom voor door andere landen bezette of geannexeerde gebieden deze regeling niet geldt, antwoordde de minister “daar is binnen de EU geen draagvlak voor”.

Met andere woorden, alleen voor Israel geldt dat producten duidelijk onderscheid moeten hebben op de etiketten waar ze zijn geproduceerd. Voor ieder ander land dat gebieden heet geannexeerd of bezet (zoals bijvoorbeeld Marokko met de Westelijke Sahara) geldt dit niet.

Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat dit vergelijkbaar is met de jaren ’30 waarin werd opgeroepen “Koop niet bij Joden”.

Wij hopen dat er meer kamerleden zijn zoals de heren van der Staaij en Voordewind die de ballen hebben tegen de Nederlandse minister te zeggen: “Nu is het genoeg, Nederland heeft een eigen beleid, wij zijn geen slaven van de EU”.

Van een ooit zo pro-Israel zijnde Nederlandse beleid is steeds minder sprake van.