Botercrisis in Israël breidt zich uit: Mensen zijn de wanhoop nabij

De wereldwijde hysterie die eind november op Black Friday plaatsvindt is niet te vergelijken met de hysterie die zolangzamerhand in Israel aan de gang is vanwege de botercrisis.

In supermarkten is geen Israelische boter meer te vinden, slechts een aantal, uit bijvoorbeeld Finland, geïmporteerde pakjes boter tegen enorm hoge prijzen.

Bakkers en de fans van brood met echte boter zijn de wanhoop nabij. Eerder deze week publiceerde een populaire Hebreeuwse website zelfs een recept voor het maken van boter thuis.

Voor de dominante producenten van Israël, waaronder Tnuva en Strauss, heeft de door de overheid vastgestelde prijs voor basiszuivelproducten het voortzetten van de productie van boter onrendabel gemaakt. Hoge tarieven en quota voor producten uit het buitenland hebben ertoe geleid dat het importeren van boter, door sommigen ook wel het “nieuwe witte goud” genoemd, door diezelfde fabrikanten voor verkoop op de binnenlandse markt economisch niet haalbaar is gebleken.

Geïmporteerde merken uit Europa kosten momenteel 2,25 euro voor 100 gram, vergeleken met de vaste prijs van de overheid van 1 euro.

Als consumenten al hoopvol waren dat er in de nabije toekomst een oplossing zou kunnen worden gevonden, waardoor binnenlandse producenten de productie opnieuw kunnen opstarten, kan een “blame-game” tussen ministeries hen gedurende de wintermaanden teleurstellen.

Eerder deze week riep het Ministerie van Financiën het Ministerie van Landbouw op om de botermarkt open te stellen en de importquota en tarieven volledig te schrappen. Deze liggen momenteel tussen 126% tot 140% voor binnenlandse boterproducten en tussen 144% en 160% voor industriële boter.

“Naar onze mening leidt het opleggen van boterquota tot marktverstoringen, en hun annulering, parallel met de afschaffing van douanebelastingen, zal de markt openstellen voor boterimport, hun oorsprong diversifiëren en toekomstige tekorten aan dit basis consumptieproduct voorkomen, dat de markt niet uit eigen bronnen kan leveren”, schreef Danny Tal, directeur van de importadministratie van het Ministerie van Economie, in een brief aan het ministerie van Landbouw.

De aanbeveling werd verworpen en het Ministerie van Landbouw wees met de vinger naar het Ministerie van Economische Zaken en gaf hen de schuld van het huidige tekort. In een brief aan de Hebreeuwse financiële kranten gaf het Ministerie van Landbouw het Ministerie van Economische Zaken de schuld van de manier waarop de quota worden beheerd.

“Het probleem is de verdeling van quota, met de nadruk op de voorwaarden die door uw kantoor worden bepaald”, schreef Gilad Eliraz, directeur van de Internationale Divisie van het Ministerie van Landbouw.

“Als de quota worden verdeeld in overeenstemming met de aanbevelingen van het Ministerie van Landbouw zou de boter weer in Israël aankomen. Zouden vraag en aanbod elkaar ontmoeten en zou er misschien slechts een te verwaarlozen tekort ontstaan.”

Sprekend op het radiostation van het leger op donderdagochtend, riep Tnuva CEO Eyal Malis beide ministeries op om onmiddellijk actie te ondernemen en het tekort voor de Israëlische consumenten op te lossen.

“De ministeries van Economische Zaken en Landbouw moeten deze week een vergunning afgeven om ongeveer 5.000 ton boter te importeren die waarschijnlijk volgend jaar niet beschikbaar zal zijn, en om de invoer logisch te verdelen over de verschillende importeurs zodat ze aan de quota kunnen voldoen en in grote hoeveelheden kunnen importeren”, zei Malis.

“Sommige importeurs hebben hun importquota niet uitgeput omdat de prijzen van koosjere boter in het buitenland zijn gestegen en het voor hen financieel niet haalbaar was. Tnuva is klaar om boter te importeren en er niet van te profiteren, alleen om ervoor te zorgen dat er geen tekort is in de schappen.”