De donor machine van de Palestijnen, of hoe hun leiders de zakken vullen

Het presidentiële paleis van Abbas in de buurt van Ramallah , in een door de computer gegenereerde afbeelding op de website van PECDAR, de Palestijnse Economische Raad voor Ontwikkeling en Wederopbouw. Screenshot

Hulp aan de Palestijnse Autoriteit (PA) komt niet bij het Palestijnse volk terecht. Als het gaat om humanitaire hulp aan de Palestijnse Autoriteit, bestaat er geen transparantie. Dit meldt de Jerusalem Post.

De rijke Palestijnse elite die zich met donorgelden verrijkt heeft bouwt exclusieve buurten voor zichzelf rond Ramallah. Maar doet niets om armoedige Palestijnse wijken te verbeteren.

De ellende begon meteen al met Yasser Arafat toen hij in 1994 in Gaza aankwam. Arafat had controle over elk contract en elke investering. Het donorgeld gebruikte hij om een ​​geheime investeringsportefeuille van $ 1 miljard op te bouwen. Hij had investeringen in Coca Cola, een Tunesisch bedrijf voor mobiele telefoons en in risicokapitaal fondsen in de VS en de Kaaimaneilanden.

Arafat roofde $ 1 miljard aan belastingen die door Israël werden ingehouden van Palestijnse werknemers. Het geld ging naar de persoonlijke rekening van Arafat in de Israëlische bank Leumi in Tel Aviv.

Ook ging er zo’n $ 100.000 per maand naar zijn vrouw Suha Arafat in Parijs. Volgens Amerikaanse onderzoekers zou Arafat een vermogen hebben tussen de 1 en de 3 miljard dollar.

Palestijnse accountants constateerden binnen 3 jaar na oprichting van de Palestijnse Autoriteit dat 40% ( $ 326 miljoen) van het budget van de PA was verduisterd. Tien jaar later was het bedrag opgelopen tot $ 700 miljoen.

Geen enkele westerse regering maakte bezwaar. Dit zette de toon voor diefstal op alle niveaus binnen de Palestijnse Autoriteit. PA-functionarissen betalen zichzelf hoge salarissen en stelen de kas leeg.

Onder Mahmoud Abbas, de opvolger van Arafat, heeft het nepotisme elk niveau van ambtenaren. Ambtenaren, vaak familie van Abbas, kregen salarissen van $10.000 per maand, meer dan 10 keer dan dat van gewone ambtenaren, en openden geheime rekeningen in Jordanië met geld ontvangen als steekpenningen.

Er is een verschil tussen Abbas en Arafat: in plaats van rechtstreeks te stelen van de Palestijnse Autoriteit gebruikte Abbas zijn twee zonen, Tareq en Yasser, om bedrijven op te richten die de buitenlandse investeringen beheersen, door een consortium op te richten genaamd Falcon, dat de Palestijnse handel overnam.

Abbas heeft in Falcon $ 890.000 gepompt, met vestigingen in Jordanië en de Verenigde Arabische Emiraten en een monopolie op de verkoop van Amerikaanse sigaretten.

Dan is er ook nog Al Mashreq Insurance Co., met 11 filialen in de PA met een waarde van $ 35 miljoen. Dit bedrijf staat onder leiding van Yasser Abbas.

In totaal wordt de rijkdom van de zonen van Abbas geschat op $ 300 miljoen.

Mohammed Dahlan, een uitdager van Abbas, beweert dat hij $ 1,4 miljard ontving, van Arafat’s persoonlijke financiën na de dood van de laatste in 2004. Dahlan beweert dat Abbas $ 600 miljoen van dit fonds heeft verborgen. Mohammed Rashid, voormalig economisch adviseur van Arafat, schat echter dat de verduistering van Abbas $ 100 miljoen bedraagt.

Abbas bevordert zijn eigen elite, bouwt paleizen en keurt de bouw van gesloten gemeenschappen, alleen bestemd voor zijn aanhangers, rond Ramallah goed. Een dergelijke gemeenschap staat bekend als de “diplomatieke wijk”, waar Abbas de bouw van een winkelcentrum onder zijn controle goedkeurt.

In 2011 vroeg de adviseur van Abbas, Majdi Khaldi, $ 4 miljoen aan Bahrein voor die gemeenschap. De PA zorgde voor de haalbaarheid van het project door openbare gronden over te dragen tegen 60% van de marktwaarde.

Khaldi is ook de man die de toetreding van PA-functionarissen, veiligheidscommandanten en leden van Fatah tot de “diplomatieke wijk” goedkeurt.

Abbas gebruikt een paleis van meerdere miljoenen dollars dat onder PA-veiligheidscontrole staat. Ongeautoriseerde bezoekers, met name televisieteams, worden met arrestatie bedreigd wanneer ze proberen in de buurt te komen.

Abbas betrekt ook loyalisten in zakelijke deals, zoals daar is Mohammed Mustafa, tot 2015 vice-premier in de PA regering, en door Abbas benoemd tot hoofd van het Palestijnse Investeringsfonds, dat weer is gekoppeld aan Abbas, en dat 18% van de Arabische Palestijnse Investeringsmaatschappij (APIC) bezit. Abbas controleert de PIF en kiest alle directeuren.

In 2009 werd Mustafa benoemd tot president-directeur van een van de twee mobiele telefoonbedrijven op de Westelijke Jordaanoever, Wataniya Mobile. PIF bezit 34% van de aandelen van Wataniya.

Naar verluidt is Mustafa ook betrokken bij belastingontduiking en het witwassen van geld, zoals is gedocumenteerd in de Panama Papers. Toch verleent Abbas aan Mustafa bescherming tegen vervolging.

In februari 2016 eiste Najat Abu Bakr, lid van de Palestijnse Wetgevende Raad, een onderzoek naar Abbas’s minister van Bestuur Hussein Al Araj. Abbas bedreigde Abu Bakr met arrestatie, die naar een PLC-gebouw vluchtte voor een veilige haven, en de zaak werd in de doofpot gestopt.

Abbas vecht tegen corruptie van zijn rivalen, vooral tegen Dahlan, die vaak oproept tot ontslag van Abbas. Een PA-rechtbank veroordeelde Dahlan bij verstek tot drie jaar gevangenisstraf op beschuldiging van verduistering van openbare middelen in 2007.

In 2010 kregen Dahlan en zijn vrouw echter het staatsburgerschap in Montenegro. Twee jaar later diende Dahlan als contactpersoon tussen Servië en de vice-president van de VAE Mohammed Bin Zayed Al Nahyan, kroonprins van Abu Dhabi. Niet lang daarna kreeg Dahlan ook het burgerschap van Servië, waardoor hij veilig door Europa kan reizen.

De lotgevallen van Abbas en Dahlan hebben een rol gespeeld in de opvolgingsstrijd om het Palestijnse leiderschap. Op 84-jarige leeftijd probeert Abbas het economische rijk van zijn zonen te beschermen.

Zo probeerde Abbas PA-onderhandelaar Saeb Erekat als zijn opvolger te benoemen, maar werd tegengewerkt door het PLO Executive Committee, een klap in het gezicht voor Abbas, die loyaliteit van de commissieleden beloonde, door leden een toelage van $ 30.000 per maand te betalen, evenals een luxe auto en VIP privileges.

Abbas heeft in plaats daarvan een vertrouwde assistent, hoofd van de geheime dienst Majid Freij, als zijn opvolger benoemt van. Maar de tegenstander van Erekat en Freij is Jibril Rajoub, voormalig hoofd van de PA-beveiligingsdienst.

Het sentiment onder de Palestijnse bevolking is dat de PA corrupt is. Van de 1200 ondervraagde Palestijnen verklaarde 95,5%, of vrijwel iedereen, dat er sprake was van ongebreidelde corruptie binnen het Abbas-regime.

PA-corruptie manifesteert zich ook op de zwarte markt, het witwassen van geld, mensenhandel en winsten op buitenlandse bankrekeningen, activiteiten die als geheim worden beschouwd totdat er een nieuwe heerser verschijnt.

Westerse regeringen bevestigen dat er verduistering is van hun hulpgelden aan de PA.

In 2013 heeft de Europese Unie vastgesteld dat de PA € 2 miljard tussen 2008 en 2012 verkeerd heeft beheerd. De Europese Rekenkamer constateerde dat PA-ambtenaren maandelijkse salarissen ontvingen zonder daadwerkelijk te werken of op hun werk te komen, terwijl tienduizenden anderen die wel degelijk aan het werk waren niet eens werden betaald. Brussel erkent dat het geen druk op de PA uitoefend om het ambtenarenapparaat te hervormen.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft niet veel beter gedaan door zijn rapporten over PA-verduistering achter te houden.

US Aid heeft de PA blindelings meer dan $ 5 miljard verstrekt in de afgelopen 25 jaar. Zo heeft Washington bijvoorbeeld consequent PA-schulden aan particuliere bedrijven betaald, waarbij is voorbijgegaan aan de bezorgdheid over Abbas ‘fiscale verantwoordelijkheid en prioriteiten”.

In plaats daarvan hebben Amerikaanse belastingbetalers uiteindelijk bedrijven betaald die onder zeggenschap van de zonen van Abbas staan. Sky Advertising van Abbas heeft zelfs een contract uit de VS gewonnen om het imago van de Verenigde Staten in de PA te verbeteren.

Van 2005 tot 2009 ontvingen Tareq en Yasser Abbas minstens meer dan $ 2 miljoen. in contracten en subcontracten, de meeste van het United States Agency for International Development (USAID).

Het bureau geeft geen contracten vrij aan de zonen van Abbas en heeft belangrijke stukken informatie bewerkt, waaronder de namen van leidinggevenden en werknemers die bij de contracten betrokken zijn.

Westerse humanitaire donor fondsen hebben één doel: optreden als een politiek middel voor Abbas en zijn aanhangers.

Het idee dat humanitaire hulp aan de PA het Palestijnse Arabische volk bereikt, heeft in de realiteit geen enkele basis.

De eerste stap voor elke poging om deze situatie te verbeteren zou zijn om voorwaarden te eien voor hulp aan de PA, zoals bijvoorbeeld verantwoording en transparantie en het recht om Palestijnse klokkenluiders te beschermen.

Op dit moment pleit er echter niemand ter wereld voor een dergelijke beleidsverandering.