Bijna gedood door het COVID-19 virus, is Eli Beer terug in Israël om levens te redden

Eli Beer bij terugkeet in Israël. Screenshot YouTube

Eli Beer de man die de noodhulporganisatie United Hatzalah heeft opgericht, vertelt over zijn maand als coronavirus-patiënt waarin hij bijna kwam te overlijden. “Het heeft mijn leven veranderd”, zegt hij in een interview met ISRAEL21C.

Eli Beer dacht niet dat hij de tweede keer dat hij in coma werd gebracht op de intensive care van de University of Miami Hospital zou overleven.

De 46-jarige Beer was ernstig ziek met COVID-19. Hij was duizenden kilometers verwijderd van zijn vrouw Gitty en hun vijf kinderen in Jeruzalem.

“Ik heb afscheid genomen van Gitty. Ik wist niet of dit het einde was. Ik zei tegen mijn kinderen dat ze zich geen zorgen hoefden te maken dat ik naar huis zou komen, maar in mijn hart wist ik dat mijn kansen erg klein waren”, herinnert de oprichter en president van de Israëlische United Hatzalah, een uniek lokaal vrijwilligersnetwerk voor noodhulp.

Maar blijkbaar was zijn missie in dit leven nog niet voorbij.

Na vier weken in het ziekenhuis keerde Beer op 21 april terug naar Israël voor een emotioneel welkom van zijn familie en een groot contingent van de ruim 6000 vrijwilligers van United Hatzalah.

In 1989 zag de tiener Beer dat ambulances vaak moeite hadden om de plek van een ongeluk te bereiken in het drukke verkeer in Jeruzalem. Daarom wierf hij vrijwilligers uit de buurt om snel te voet of met de fiets te reageren zodat ze eerste hulp konden verlenen tot de ambulance arriveerde. Dat werd de kern van de in 2006 officieel geregistreerde non-profit organisatie United Hatzalah.

Alleen al in het afgelopen jaar hebben UH-vrijwilligers – waaronder Eli en Gitty Beer en een aantal van hun kinderen – gereageerd op meer dan 650.000 spoedoproepen in Israël.

Een internationale divisie stuurt bemanningen naar andere landen na grote calamiteiten. Er zijn UH vestigingen opgezet in Kiev en Uman in Oekraïne, Jersey City in de Verenigde Staten en Panama City. Beer en zijn staf helpen meer dan 20 andere landen met het bouwen van op de buurt gebaseerde noodhulp systemen.

In de twee weken voordat hij ziek werd in Miami tijdens een geldinzamelings-reis, was Beer naar Engeland, India, Qatar en vijf Amerikaanse staten afgereisd om functionarissen die geïnteresseerd waren in het UH-model te adviseren.

Hij weet niet waar hij het virus heeft opgelopen. “God heeft het mij gegeven”, zegt de religieuze man. “Ik weet zeker dat degene die het aan mij heeft gegeven niet wist dat hij het had.”

Een paar dagen na de joodse feestdag Poerim (10 maart) begon Beer zich ziek te voelen. “Ik sloot mezelf op in een appartement en nam medicijnen tegen de koorts, maar niets hielp. Drie dagen later voelde ik me vreselijk. Ik kon niet ademen.”

Hij ging op 17 maart om 3 uur ‘s ochtends naar het ziekenhuis en kreeg de diagnose COVID-19. Op 20 maart verslechterde zijn toestand. Hij werd in een coma gebracht om te worden geïntubeerd. Daar kwam hij uit, alleen om weer erger te worden.

Voor de tweede intubatie zegt hij: “Ik was erg bang dat ik niet wakker zou worden als ze me in slaap zouden brengen.”

Toen hij wakker werd, was hij gedesoriënteerd. ‘Ik dacht dat ik was ontvoerd. Ik wist niet meer dat ik in het ziekenhuis was opgenomen”, zegt Beer. Hij begreep ook niet dat hij tijdens Pesach, zijn favoriete feestdag, had geslapen.

In gesprek met ISRAEL21c op 25 juni zei Beer dat hij zich nu “geweldig voelt; alleen een beetje moe”, maar gaf toe dat het een moeilijk herstel was.

“COVID-19 is zo anders dan andere ziekten. Als je eenmaal griep hebt, ben je klaar. Maar dit gaat maar door. Op een dag wil ik wakker worden zonder te denken dat ik ooit ziek ben geweest.”

Toch zei hij: “Ik werk de hele dag omdat ik geen medelijden met mezelf wil hebben. Ik heb een grote verantwoordelijkheid om meer geld in te zamelen om de organisatie te laten groeien. Ik heb geen keus. Als ik nu rustig ga aandoen, zullen mensen daardoor lijden.”

VIDEO: ISRAEL21c vroeg Beer hoe zijn ervaring als ernstig zieke patiënt zijn visie voor UH en voor de wereld heeft beïnvloed:

“We trainen onze vrijwilligers om wanneer ze iemand behandelen op ooghoogte met de patiënt te communiceren. Na wat ik heb meegemaakt, weet ik nu dat je nog lager dan oog niveau moet gaan om die patiënt zelfvertrouwen te geven. ‘

Door zijn werk bij UH bevordert Beer ook actief eenheid en co-existentie in Israël.

Hij is van mening dat als landen vijandigheden zouden kunnen overwinnen en samenwerken, ze sneller een geneesmiddel of vaccin voor COVID-19 zouden kunnen vinden.

“Hier in het Midden-Oosten leven we in een jungle van haat. Maar we kunnen de kans van deze pandemie aangrijpen om contact op te nemen. COVID-19 ziet geen verschil tussen Jood of niet-Jood, Arabier of christen”, zegt hij.

“Ik heb Joden uit alle sectoren laten bidden voor mijn herstel. Arabieren gingen naar moskeeën om voor mij tot Allah te bidden. Een Grieks-orthodoxe vrijwilliger bij United Hatzalah in Jaffa zei dat hij en andere christelijke vrijwilligers voor mij baden. De indianen die ik in Mumbai ontmoette, baden voor mij”, vertelt Beer.

‘Wat we elke dag met United Hatzalah doen, is wat mensen wereldwijd moeten doen om deze pandemie te bestrijden.”

“Deze vreselijke ziekte heeft veel meer mensen getroffen dan de griep en komt veel gemakkelijker bij mensen dan de griep. Het zal nog lang doorgaan”, waarschuwt hij.

“De manier om jezelf te beschermen is fundamenteel: blijf op afstand van anderen, draag een masker en maak je handen de hele tijd schoon. Dat is het. We hoeven niet de hele wereld op slot te doen.”