‘Negers’ en ‘joden’ in protestants liedboek

In het christelijke kerklied Jeruzalem mijn vaderstad staat: ‘de negers met hun loftrompet, de joden met hun ster’. Over die passage is ophef ontstaan. Wordt het tijd dat deze passage eruit worden geschrapt?

De discussie loopt al langer. Vier jaar geleden werd de tekst van lied nummer 737 uit de zangbundel aangezwengeld door Willien van Wieringen, theoloog en dirigent van een kerkkoor in Zoetermeer. “Ik voelde gewoon schaamte. Het zijn beelden die echt niet meer kunnen. Weg ermee,” zei Van Wieringen toen tegenover dagblad Trouw. Karin van den Broeke, toenmalig preses van de Protestantse Kerk, de veruit grootste van de kerken die het Liedboek gebruiken, vond schrappen toen nog ‘onverstandig’. Zelf gebruikte Van de Broeke het lied ook in de liturgie maar liet dit couplet weg. Het lied van Barnard telt in totaal 21 coupletten.

Nu, vier jaar later, kondigt PKN-scriba René de Reuver aan over het couplet het gesprek aan te zullen gaan. Over de passage ‘de negers met hun loftrompet’ gaat de voorman van de Protestantse Kerk in gesprek met SKIN, een organisatie van migrantenkerken. Ook met de Joodse gemeenschap wil De Reuver in gesprek.

Anders dan bij het gebruik van de term ‘negers’ ligt het met het gebruik van de term ‘joden’ in het lied. Want zou de passage over de joden met hun ster moeten worden aangepast? Het is goed voorstelbaar dat dit geldt voor het woord ‘negers’. NIK-secretaris Ruben Vis: “In het gesprek met De Reuver over joden en hun ster zal het meer over de context moeten gaan. De ster is een verwijzing naar de jodenster, en het lijkt niet dat Barnard daar een negatieve bedoeling mee heeft gehad. Daar komt bij dat we nu nog steeds het woord ‘joden’ kunnen gebruiken maar niet meer het woord ‘negers’ dus er is wel sprake van een asymmetrische aangelegenheid.”

Dit laatste blijkt ook uit een reactie van De Reuver tegenover het Nederlands Dagblad: “We moeten niet nu als witte mensen over dat lied gaan beslissen of het schrappen. Beter is er een goed gesprek over te voeren met hen die het aangaat, mensen met een donkere huidskleur en joden. Wat vinden zij ervan dat we dit zingen? Als zij zeggen dat ze het kwetsend vinden, moeten we het niet meer zingen.” De Reuver vervangt in zijn reactie het woord ‘neger’ voor ‘mensen met een donkere huidskleur’, maar hanteert het woord ‘joden’ dat ook in de gewraakte liedtekst voorkomt zonder meer. En daar is ook niets mis mee.

Jeruzalem mijn vaderstad is een van de liederen van Willem Barnard (1920 – 2010) in de protestantse liederenbundel Liedboek voor de kerken. In een reactie aan het NIK laat Renata Barnard, dochter van de schrijver, weten ‘dat deze woorden absoluut niet negatief bedoeld zijn. De gedachte alleen al zou mijn vader geschokt hebben. Enige vorm van antisemitisme was hem geheel vreemd, alle vorm van racisme trouwens.’ Barnard geeft aan dat haar vader zich als theoloog sterk heeft verdiept in en geschreven heeft over ‘de joodse wortels van het Tweede Testament’. Dit lied, aldus de dochter, is door Willem Barnard, zo’n zestig jaar geleden geschreven, ‘niet lang dus na de Shoah en in de tijd van de burgerrechtenbeweging in Amerika. Eigenlijk een heel actueel lied dus waarin juist de vermoorden, de gekwetsten, de gemarginaliseerden ‘voorgaan in het Koninkrijk van God’,”

Het Liedboek wordt gebruikt in de kerken van de Protestantse Kerk Nederland, de Christelijk-gereformeerde kerken, de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, de Nederlandse Gereformeerde Kerken, de Algemene Doopsgezinde Sociëteit, de Remonstrantse Broederschap, de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB, de Nederlands Gereformeerde Kerken, de Verenigde Protestantse Kerk in België  en de Evangelisch-Lutherse Kerk in België.

Of er in andere kerkelijke liedteksten gebruik wordt gemaakt van beelden die als anti-joods zijn op te vatten, valt niet uit te sluiten. Door de eeuwen heen is hier zoals bekend wel degelijk sprake van geweest. Een dergelijke meer generieke vraag is iets voor het OJEC, het Overlegorgaan Joden en Christenen, om aandacht aan te schenken. In het OJEC waarvan de Protestantse Kerk deel uitmaakt, zitten namens het NIK opperrabbijn Jacobs en Ruben Vis.