Joden en het Nederlandse leger – deel 2

Interview met Rabbijn Rookmaaker in de synagogoe te Amsterdam

De Joodse geestelijke verzorging bij Defensie bestaat 75 jaar. Relatief kort, want al voor de Tweede Wereldoorlog waren collega’s met een Joodse achtergrond actief bij de krijgsmacht. Ook nu kiezen relatief veel Joden voor militaire dienst, weten de Joodse geestelijken. De komende weken nemen zij ons mee in de wereld van hun geloofsovertuiging bij Defensie. Dit is deel 2 waarin wij kennismaken met de drie geestelijken. Deel 1 vind u hier.

Door: Djenna Perreijn / Defensie

Kolonel Menachem Sebbag is hoofd van het krijgsmachtsrabbinaat en werkt 15 jaar als Geestelijk Verzorger bij Defensie.

Kolonel Menachem Sebbag. Foto: Defensie

Eerst officier of eerst rabbijn?

“Het officiersschap is 1 van de tools in mijn gereedschapskist die ik ten dienste van de mens gebruik, net als het zijn van rabbijn. Ik zet ze afhankelijk van het moment afwisselend of tegelijkertijd in. Maar de mens heeft zo veel labels die je eigenlijk altijd ‘bent’. Zo ben ik ook vader en echtgenoot, minstens zulke belangrijke rollen.

Ik zou dit werk niet als burger willen doen, zoals in Duitsland gebeurt. Of juist in een zwaar gemilitariseerde rol, zoals in de Verenigde Staten. Nederland heeft voor de GV het beste model van alle landen waarin ik mij heb verdiept. Petje af. Wij worden als gelijkwaardig gezien, maar staan tegelijkertijd dusdanig buiten de hiërarchie dat we een sterke vertrouwenspositie hebben. Dat geeft ons veel capaciteit om te ondersteunen. Dat is een goudmijn die we niet uit het oog mogen verliezen.”

Waarom koos u voor Defensie?

“Ik kreeg als jongerenrabbijn en directeur Joodse begrafeniswezen steeds meer contacten bij Defensie. Toen ‘mijn’ jongens bij Defensie aan de slag gingen, wilde ik weten welke pastorale ondersteuning ze kregen, dus ging ik langs. Uiteindelijk werd ik gevraagd voor de functie. Ik heb veel eerbied voor mensen die onbaatzuchtig onze belangen willen beschermen.

‘Dit nooit meer’ zeggen we vaak als het om bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog gaat. Militairen voegen de daad bij het woord. Zij geven het gestalte door af te reizen naar de woestijn om misschien wel het hoogste offer te brengen. Zij verdienen 5-sterren zorg. Dat ik daar onderdeel van mag zijn, vind ik echt een eer. Als je ooit een moeder in de ogen hebt gekeken die haar kind in uitzendgebied verloor, en dat heb ik, dan snap je dat.”

Hoe heeft u de opleiding beleefd?

“Ik volgde de 8-weekse opleiding op het Koninklijk Instituut Marine (KIM). Bij uitzondering mocht ik ‘s avonds mijn telefoon gebruiken, omdat ik ook rabbijn in de Amsterdamse synagoge was en nog geen vervanger had voor mijn werk als uitvaartondernemer. ‘s Avonds deed ik dus mijn werk en overdag schreeuwde de sergeant dat ik niets waard was als mijn push-ups niet snel genoeg gingen. Een interessante tijd.

Ik vind de militaire opleiding onmisbaar als je dit werk goed wil doen. Ik deed er kennis op die ik nog vaak gebruik. Denk aan militair straf- en tuchtrecht, als ik iemand bijsta tijdens een rechtszaak of hoorzitting. Ook krijg je door de opleiding meer inlevingsvermogen en empathie voor de collega’s.

Sommige GV’ers krijgen slechts 1 ‘groene week’ bij gebrek aan instructeurs. Ik dring er bij de commandant Defensie Ondersteunings Commando en de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht op aan dat elke geestelijke een plek in de opleiding krijgt.”

Welke herinnering uit uw defensiecarrière blijft u het meeste bij?

Amsterdam, 06 juli 2020 Groepsfoto’s van de Joods geestelijke verzorging op hun werkplek in Amsterdam. Foto: Groepsfoto’s van de JGV

“Op vliegbasis Ramstein in Duitsland landde een paar jaar terug een KDC-10 met gewonde militairen uit missiegebied. Op 1 van de brancards lag een grote Amerikaanse man met een opvallend gouden kruis om zijn nek. Hij zou zijn echtgenote nog moeten vertellen dat hij zijn benen had verloren, schoot door mij heen.

Er was veel bloed te zien, hij zou snel worden geopereerd. Hij greep me vast en vroeg me samen te bidden. ‘Wil je niet liever een christelijke verzorger?’, vroeg ik hem. ‘Are you a man of god, or not?’, antwoordde hij. ‘Then pray with me!’ Zo’n 10 minuten lang knielde ik naast hem om samen te bidden. Het was mijn meest religieuze ervaring ever.”

Majoor Joram Rookmaaker is ook rabbijn in de liberaal joodse gemeente en sinds 3 jaar parttime krijgssmachtrabbijn bij Defensie.

Eerst officier of eerst rabbijn?

“Op de specialistenopleiding op de Koninklijke Militaire Academie (KMA) gaf het instructiekader ons mee dat we te alle tijden eerst officier zijn. Maar volgens mij ben je eerst mens.

Majoor Joram Rookmaaker. Foto: Defensie

Daarna volgen allerlei labels die nooit helemaal te rangschikken zijn. Voor mijn rang van majoor staat niet voor niets ‘in rang gelijk gesteld met’. Ik heb die rang niet verdiend met uitzendingen, trainingen of verschillende functies. Ik ben dus majoor, omdat ik rabbijn ben en niet andersom. We kunnen de functie van GV’er goed vervullen omdat we een officiersrang hebben, dat is onze entree binnen deze hiërarchischer organisatie.”

Waarom koos u voor Defensie?

“Ik volgde naast mijn werk als projectleider bij de overheid een opleiding tot rabbijn. Ik besloot dat ik daadwerkelijk al mijn tijd aan het rabbijnschap wilde besteden en bij de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam was een parttime functie beschikbaar. Gelijktijdig vroeg ook het Verbond Voor progressief Jodendom of ik interesse had in Defensie.

Ik had er weinig beeld van, maar het leek mij direct heel betekenisvol. Ik ben er eigenlijk ingesprongen met het idee: we gaan het meemaken.

In het begin heb ik me verbaasd over hoe Defensie is onttrokken aan het zicht. Ik wil laten zien wat zich bij de 2e grootste werkgever in Nederland achter de hekken afspeelt. Ik heb voet in beiden werelden en ben daarmee ook ambassadeur van Defensie geworden. De organisatie kan nog betekenisvoller voor de samenleving  zijn. Bijvoorbeeld bij het helpen adresseren van jeugdcriminaliteit. We hebben veel expertise over het structureren van leven en het nemen van verantwoordelijkheid. Binnen Joodse kringen noemen we het ‘tacheles’; hands on.”

Hoe heeft u de opleiding beleefd?

“Ik heb ongelooflijk mooie herinneringen aan de specialistenopleiding. De instructeurs gebruikten steeds de uitdrukking ‘groen spuiten’ en zo leerde ik inderdaad de organisatie op alle vlakken kennen.

Ik was gewend mijn dagen te vullen met veel lezen en praten, maar op de KMA heb ik fysieke grenzen verlegd. Onder professionele begeleiding de stormbaan over en abseilen in een diepte grot. Dan kun je inderdaad meer dan je denkt. Ik maakte kennis met militaire zelfverdediging en ben later op boksles gegaan. Ik had voor die tijd nooit kunnen bedenken dat ik elke week met plezier ga boksen.

Als rabbijn doen we geen oefen -en uitzendervaring op. Dat gevoel moeten we dus echt uit de opleiding halen. Het werken in een groep, geduld opbrengen, het gebrek aan invloed, machteloosheid, uitputting; je proeft er even van. Zo kunnen we ons beter verplaatsen in onze ‘klanten’.

Ik heb ook veel geleerd van de gedrevenheid en zorgvuldigheid van de instructeurs. Was onder de indruk van klasgenoten met uitzendervaring. We bekeken ‘s avonds hun filmpjes uit missiegebieden via een beamer die ik meenam naar de jongensslaapzaal. Zo kreeg ik waardering voor het militaire vak. Dat neem ik mee in mijn werk.”

Welke herinnering uit uw defensiecarrière blijft u het meeste bij?

“De reis naar Polen met Jong Defensie in 2017. 16 familieleden van mij werden tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoord in Auschwitz en Sobibor. Ik gaf 16 collega’s voorafgaande aan de reis 1 van de overlijdensaktes met de opdracht om op hun eigen manier de overledene in herinnering te brengen.

Ze plozen stambomen uit, bezochten voormalige woningen en achterhaalde iemands inboedellijst. Er zat zelfs voor mij nieuwe informatie bij. Door te herdenken, blijven zij in leven.

Ik was nog nooit in Auschwitz geweest en had vooraf mijn twijfels of ik het kampterrein op moest gaan. Het voelde erg zwaar en ik nam me voor ter plaatse te beslissen. Uiteindelijk gingen we met zijn allen de toegangspoort door. Iedereen voelde zich zo betrokken, we voelden allemaal de kracht van de groep.

Bij het monument sprak ik Joodse gebeden uit en spraken de collega’s 1 voor 1 de naam van ‘hun’ overledene uit. Ik vond het intens en vooral heel mooi.”

Kapitein-luitenant-ter-zee David Gaillard is al 13 jaar krijgsmachtsrabbijn bij Defensie.

Eerst officier of eerst rabbijn?

“Eerst rabbijn. Ik heb slechts de specialistenopleiding aan het KIM gedaan: 8 weken. Veruit mijn meeste studietijd zit in het worden van rabbijn: die vaardigheden moet ik in de vingers hebben. Wel kan ik het uniform met waardigheid dragen en Defensie vertegenwoordigen in de Joodse gemeenschap.

Kapitein-luitenant-ter-zee David Gaillard. Foto: Defensie

Ik heb het ook nodig om als onderdeel van een club collega’s te worden gezien. Zij zouden niet zo snel hun verhaal doen als ik als burgermedewerker zou optreden. Als militair ben een volwaardige collega. Ik weet waar het om draait, wat ze raakt en bezighoudt.

Maar ik heb mijn rang dus niet te danken aan operationele ervaring. Dat vind ik weleens jammer. Het had mij heel mooi geleken om te ondersteunen tijdens uitzending in Litouwen of Afghanistan. Ik heb een paar keer mijn vinger opgestoken bij grote internationale oefeningen en zulke missies. Daar draait de organisatie voor een belangrijk deel om. Helaas bepaalt het beleid dat GV’ers uit de kleinere diensten, zoals ook de Hindoe en Islamitische, uit praktisch oogpunt niet te lang op reis kunnen zijn. Dan komt de planning in Nederland in gevaar.”

Waarom koos u voor Defensie?

“Er zit spanning tussen de mens en militair en tussen de Joodse leefwijze en operationele inzet. Dat leek mij mooi.

Als rabbijn in een kleine synagoge is die spanning er niet: op Joodse feestdagen gooien mensen gewoon hun winkel dicht. Hun hele leven draait om het Jodendom. Bij Defensie hebben we rekening te houden met vlieg -en vaarschema’s. Ik wil Joodse collega’s zo goed mogelijk bijstaan in het bedenken van oplossingen. Hoe ga je om met gebeden, kosjer eten?

Gisteren bezocht ik de commandant van een Joodse collega die vrij wil zijn op sjabbat: elke vrijdagavond tot zaterdagavond. Maar ja, iedereen wil vrij zijn in het weekend en de commandant kon niet akkoord gaan, ondanks zijn respect voor ons geloof.

Ik heb uitgelegd waarom de sjabbat als heel belangrijk wordt ervaren, maar hij hield voet bij stuk. We hebben besloten dat de militair minder gaat werken en dus minder zal verdienen. Verder compenseert hij door op zondagen en Christelijke feestdagen te werken. We zijn er nog niet helemaal uit, maar het is een goed begin van een compromis. Zulke gesprekken geven mij voldoening.”

Hoe heeft u de opleiding beleefd?

“Het was fantastisch. Ik was vooral onder de indruk van de mariniers onderofficieren, zij waren heel serieus. Ik heb veel van ze geleerd: bevelen, commandostructuren, marcheren.

Er was een mentale hardheid waar ik aan moest wennen. Ik liep tegen fysieke en mentale grenzen op. Dat viel tegen van mezelf. Ik had flinke blaren en slaaptekort. Na een paar dagen had ik de neiging m’n kop te laten hangen, want ik zag vooral beren op de weg in plaats van uitdagingen. Maar we hebben ook veel lol gehad. Na een halve dag alleen in het bos met kaart en kompas kwam ik uren te laat terug op de basis. Ja, daar kon iedereen wel om lachen. Ik achteraf ook.”

Welke herinnering uit uw defensiecarrière blijft u het meeste bij?

V.l.n.r: David Gaillard, Menachem Sebbag en Joram Rookmaaker. Foto Defensie

“Na een week varen liep ik een rondje hard met de commandant van het schip. Ik vroeg hem wat volgens hem het nut van een GV’er aan boord was. Zonder een geestelijke vaart het schip toch ook gewoon verder? Hij legde uit dat de GV’er de barometer is van de moraal van de bemanning.

Mensen durven de commandant niet alles te vertellen. Maar een depressieve militair vormt een gevaar met zoveel water in de buurt. Dat moment blijft mij bij. Ook omdat de commandant zijn eigen verhaal voor ‘t eerst kwijt kon. Iedereen is meer dan commandant, logistiekeling of sergeant. Maar het is niet altijd makkelijk om dat in zo’n strakke organisatie te laten zien.

Een dame die naar mij toekwam om te zoeken naar haar Joodse roots heeft ook veel indruk gemaakt. ‘Mijn over-overgrootmoeder was Joods, dus ik ook’, vertelde ze. We zijn gaan zoeken en inderdaad, in Den Haag is 3 generaties geleden een Joods huwelijk voltrokken. Ik hielp om invulling te geven aan haar nieuwe, Joodse leefwijze. Dat betekende veel voor haar. Ze is nu voor het eerst zwanger en geeft de traditie weer door. Dat is mooi.”

Ontvang gratis onze nieuwsbrieven!