Jip Wijngaarden: kunstenares met een joods hart

Een groot deel van haar leven is Wijngaarden al bezig om het antisemitisme te bestrijden – eerst als actrice, nu als kunstenaar. Naar aanleiding van een expositie van haar werk, dit voorjaar in de Groninger synagoge, gaf ze een interview.

Jip Wijngaarden heeft net The Passion of the Christ gezien en is nog
behoorlijk onthutst. “Een vreselijke film vind ik het, en heel erg
antisemitisch. Joden worden erin afgeschilderd als krankzinnigen. De
film bevestigt het archetypische beeld dat we kennen uit de Tweede
Wereldoorlog. En ook al weten mensen beter, dat gaat er onbewust toch
in.”

Een groot deel van haar leven is Wijngaarden al bezig om het
antisemitisme te bestrijden – eerst als actrice, nu als kunstenaar. Ze
probeert ‘bruggen te bouwen’ en ‘muren neer te halen’, en daar werkt
een film als ‘The Passion’ volgens haar niet aan mee. “Alles wat je
hebt bereikt wordt door zo’n Hollywoodmonster in één klap teniet
gedaan. Kun je wéér gaan puinruimen.”

Jip Wijngaarden (1964) werd bij het grote publiek bekend als Anne
Frank. Jeroen Krabbé koos haar begin jaren tachtig uit duizenden
meisjes om de rol te spelen, eerst in het theater, later op tv. Daarna
acteerde ze nog een paar maal, onder meer in een film van Robert
Altman, maar na haar bekering tot het christendom besloot ze zich te
wijden aan de beeldende kunst.  Inmidels woont en werkt ze in
Frankrijk, maar de band met Anne Frank heeft haar nooit losgelaten als
schilderes. Dat komt onder meer tot uiting in de schilderijen met
portretten van joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

“Ik had nog nooit geacteerd,” vertelt Wijngaarden. “Als Anne Frank werd
ik tot natuurtalent gebombardeerd en kreeg ik overal aanbiedingen. Je
wordt publiek bezit, terwijl ik van mezelf wilde zijn. Ik raakte in een
crisis en begon een zoektocht. En daarin kwam God steeds meer naar
voren.” Of ze ooit nog gaat acteren? “Ik zeg niet: nooit.”

Ze begon weer met schilderen, een oude liefde, waarin ze haar passie
voor haar geloof en het jodendom kon verwerken. Zelf is Wijngaarden
niet joods (‘al zit er ergens joods bloed in de familie’), maar ze eet
geen varkensvlees, viert de sjabbat en leerde Hebreeuws om de Tora te
kunnen bestuderen. Zoals ze zelf zegt: “Ik heb een joods hart.”

Jip Wijngaardens eerste overzichtstentoonstelling, te zien in de
Groninger synagoge, biedt dan ook veel bijbelse voorstellingen en
religieuze symboliek. Toch wil ze haar werk niet omschrijven als
‘religieus’. “Voor mij zijn religie en leven gelijk. Elk doek is een
verlengde van mijzelf.”

Wijngaarden werkt in basale vormen en warme kleuren als rood, geel en
oranje. Haar schilderijen en sculpturen zijn een hart onder de riem
voor het joodse volk: bloesems groeien uit de Tora als teken van een
nieuwe toekomst. Tegelijkertijd veroordeelt haar werk het
antisemitisme. Huizen zonder ramen symboliseren de passiviteit van
niet-joden tijdens de holocaust.

“Er zit een element van troost in, maar ook zware kritiek,” zegt
Wijngaarden. “Bij­voorbeeld op de kerk, die niets ondernomen heeft
te­en de holocaust. Zo heeft de kerk zijn eigen god om zeep geholpen.”
Ze vindt het be­langrijk om het verleden te verbeelden als waarschuwing
voor de toekomst. “Het antisemitisme is weer voelbaar. Zeker van
islamitische kant.”

Als onderdeel van de expositie wordt de tv-registratie van Anne Frank
gedraaid. Maar Wijngaarden legt zelf nooit meer een link met Anne
Frank: ze heeft de film al vijftien jaar niet meer gezien. Ze wil ook
graag overgaan op een ander thema, al weet ze niet of dat lukt. “Dit is
een deel van mijzelf. En als de tijden nog grimmiger worden, kan ik
geen mooie bloemen in een vaas schilderen.”

Bron:  Dagblad van het Noorden