Wat kan die oorlog ze nou schelen?


Heeft het zin Marokkaanse jongeren te betrekken bij de 4 mei herdenking in Amsterdam? Aan initiatieven geen gebrek, maar niet iedereen ziet er heil in.

Historicus Chris van der Heijden zegt in Het Parool van 27 april geen
heil te zien in het initiatief van de gemeente Amsterdam en tal van
andere organisaties om Marokkaanse jongeren actief bij de
dodenherdenking te betrekken.

“Dit soort voorlichtingsprojecten voor allochtone jongeren zijn
vergadertafelplastic en moeten vooral worden beschouwd als een poging
goed te doen, als politieke correctheid.”

“Het zegt niets over de Tweede Wereldoorlog, maar des te meer over de actualiteit,” zegt hij.
“Het is een modeverschijnsel dat het gevolg is van eindeloos napraten, een plastic cultuur en lafheid.”

Het aantal gevallenen onder Marokanen, Turken, Surinamers en Antilianen
is volgens hem te verwaarlozen bij twintig miljoen doden.
“Ik begrijp het wel. Dan komt bij de gemeente zo’n commissie bijeen en
die vergadert een eind weg. Ze brengen een balletje aan het rollen,
maar ik ben er van overtuigd dat we er nooit meer iets van zullen
horen. De jongeren opm wie het gaat, de jongeren die niet weten wat er
in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, zullen ze ook nu niet bereiken.
Die kan het toch niets schelen. Wat denken ze wel? Dat een Marokkaans
jongetje meer van de Tweede Wereldoorlog begrijpt als hij beseft dat
onder Marokkanen ook slachtoffers zijn gevallen? Geloof je het zelf?”
Van der Heijden, bnekend van de baanbrekende studie Grijs Verleden,
reageert op de initiatieven om de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust
onder de aandacht te brengen van vooral allochtone jongeren in
Amsterdam.
De gemeente lanceerde afgelopen zaterdag een project, waarbij studenten
van Marokkaanse afkomst op vier scholen les gaan geven aan
vmbo-leerlingen. Behalve de jodenvervolging komt ook de rol van
Marokkanen, Surinamers en Antilianen in het verzet en het conflict
tussen Israël en de Palestijnen aan de orde.
Wethouder Ahmed Aboutaleb heeft er vijfhonderduizend euro voor vrij gemaakt.

Het instituut voor multiculturele ontwikkeling Forum zette onderzoeker
Ad van den Oord van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie
(NIOD) aan het werk om de betrokkenheid van Marokko, Turkije en
Suriname bij de Tweede Wereldoorlog te onderzoeken. Volgens diens
vrijdag j.l. gepresenteerde studie hebben bijvoorbeeld veel meer
Marokkanen dan gedacht aan de zijde van de geallieerden gevochten bij
zowel de bevrijding als de verdediging van Europa. Enkele honderden
Surinamers en Antilianen hebben hun bijdrage geleverd aan de bevrijding
van West-Europa. Turkije en Marokko waren volgens Van den Oord
belangrijke vluchtroutes voor joden op weg naar Palestina en Amerika.

Het zijn  slechts twee van de vele initiatieven om allochtonen bij
de 4 en 5 mei-viering te betrekken. In het Zeeuwse kapelle vindt
jaarlijks een herdenking plaats bij de negentien graven die herinneren
aan de bloedige gevechten die Marokkaanse strijdkrachten hebben
geleverd op Nederlandse bodem.
Ter vergelijking: de Oorlogsgravenstichting beheert in Indonesie en
Nederland vijftigduizend graven van nederlandse staatsburgers. En het
Verzetsmuseum in Amsterdam werkt met een subsidie van de gemeente aan
een expositie over Marokko tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Aanleiding voor de initiatieven is de herdenking van vorig jaar die op verschillende plaatsen in Amsterdam ruw werd verstoord.

“Onder vmbo-leerlingen is een groep, vooral Marokkaanse scholierendie
zich sterk identificeerd met de problemen in het Midden-Oosten en niet
in staat blijkt te zijn de Palestijns-Israëlische kwestie te scheiden
van de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog,” aldus de gemeente
Amsterdam.
“De vergelijking met de Tweede Wereldoorlog is onzinnig,” zegt Van der Heijden echter.
“Hou daar t