LJG: Jitro, Sjemot (Exodus) 18:1-20:23


Toen sprak God deze woorden: ‘Ik ben de Eeuwige, jullie God, die jullie uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd. Vereer naast Mij geen andere goden. Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet…’

“Soms is het inderdaad moeilijk
te achterhalen wie de ‘jij’ is en tot wie de tekst zich richt. Maar we
zouden nooit moeten aannemen dat de Tora ons negeert of dat we ons zelf
niet terugvinden in de Tora.” (Hedendaagse Lessen)

Het commentaar van de week:

Ellen Frankel schrijft in haar boek, The Five Books of Miriam – A Woman?s Commentary on the Torah :

Onze Dochters Vragen: Wanneer is “jij” (en “jullie”) in de Tora een
algemeen voornaamwoord en wanneer verwijst het specifiek naar mannen?
[In het Hebreeuws is er verschil tussen de mannelijke en de vrouwelijke
voornaamwoorden, DL]

Lea de Naamgever antwoordt: Door de hele Bijbel heen richt God
zich tot ?jij? bij zowel individuen als het volk als geheel. Omdat
Hebreeuws in zijn verbuigingen in hoge mate een geslachtsbepaalde taal
is, kunnen we veel leren door de vormen te bestuderen die dit
voornaamwoord in verscheidene contexten aanneemt. In de Tien Uitspraken
[Geboden] bijvoorbeeld vinden we zowel het enkelvoud als het meervoud.
God begint door het volk collectief als een natie toe te spreken: “Ik
ben de Eeuwige, jullie [meervoud] God, Die jullie [meervoud] uit
Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd.” (20:2). Hoewel “technisch”
mannelijk, omvat de meervoudsvorm “jullie” ook de vrouwen.

Klik op het logo om verder te lezen op de website van de LJG.