![]()
De auteur van ‘Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog’ stierf op 90-jarige leeftijd na een kortstondig ziekbed, “in alle rust”, zo liet het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) namens de familie weten.
Tijdens de oorlog werkte de joodse De Jong, die werd geboren op 24
april 1914, in Londen als verslaggever voor Radio Oranje. Loe De Jong
was van 1945 tot 1979 directeur van het Rijksinstituut voor
Oorlogsdocumentatie, de voorganger van het NIOD. Zelf noemde De
Jong zich ‘een zondagskind dat dertig jaar lang aan zijn grootste hobby
mocht werken’.
Zie ook:
Het Parool: Dr. L. de Jong voor altijd verbonden met WOII
Nederlands Dagblad: Loe de Jong bleef z’n leven lang verdrietig
Loe de Jong begon zijn schrijvende carriere bij het studentenblad
Propria Cures, waarvoor hij onder meer bijdragen schreef over het doen
van voorspellingen in de geschiedenis. Zijn eigen profetische gaven
werden in 1938 getest, toen de 24-jarige, kersvers afgestudeerde
historicus redacteur buitenland werd van De Groene Amsterdammer. Hier
beging hij enkele schuivers die in de selecte kring van zijn vurige
bestrijders, zoals oud-Vara-collega Arie Kleywegt, nog immer als
kostbare trofeeen worden gekoesterd. Zo schreef hij in de editie van 2
september 1939, een dag voordat de Tweede Wereldoorlog officieel zou
uitbreken, dat ‘de toestand voor het eerst na lange tijd gematigd
optimistisch mag worden beoordeeld’: ‘Er is plaats voor de opvatting
dat de Tweede Wereldoorlog voor lange tijd, waarschijnlijk zelfs voor
jaren, is afgewend.’
In een met vitriool gesausde bijdrage in Het Parool van 13 maart 1993
haalde Kleywegt met demonisch genoegen herinneringen op aan een avond
in augustus 1961, toen De Jong ‘als door een adder’ gebeten zou hebben
gereageerd toen hij de cover van het bewuste Groene-nummer ontwaarde in
de televisiestudio te Bussum, aldaar neergelegd om een item over
Groene-illustrator L.J. Jordaan te verlevendigen. ‘Wat doet dat daar’,
zou de geschiedschrijver bij die gelegenheid hebben ‘gesist’.
Anno 1995 reageerde De Jong, inmiddels al gelouterd door alle mogelijke
vormen van kritiek en tegenwerking, niet meer zo geprikkeld toen de
herinnering aan zijn jeugdzonde werd opgehaald. In de Groene Amsterdammer van 3 mei 1995 verscheen een vraaggesprek met hem.
Gezeten in de bescheiden ingerichte woonkamer van zijn al even
bescheiden huis in de Amsterdamse Rivierenbuurt steekt hij de tabak in
zijn onafscheidelijke pijp aan, terwijl hij in gedachten teruggaat naar
die dagen van 1939. ‘Ik dacht dat Chamberlain erin zou slagen een deal
met Hitler te sluiten. Met die gedachte was ik niet bepaald de enige.
Dank zij allerlei publikaties weten we nu dat hij zich daar ook
eindeloze moeite voor heeft gegeven, en dat het hem op een haar na ook
is gelukt.’
Tot aan de Duitse inval in Nederland bleef De Jong kennelijk overtuigd
dat het conflict binnen de perken zou blijven. Zo schreef hij op 6
april 1940, drie dagen voor de Duitse inval in de Scandinavische
landen, ‘dat uit niets blijkt dat Berlijn aan uitbreiding van de oorlog
denkt’. De daaropvolgende ontwikkelingen ervoer De Jong als ‘een boze
droom’, zoals hij ooit schreef. Op 2 mei 1940 werd hij, langs een sloot
tussen Amstelveen en Ouderkerk, gegrepen door een nieuw besef van
ultieme fragiliteit: ‘Ik boog mij over het spiegelende water, turend
naar de kleine vissen en de watertorretjes, en besefte, besefte heel
helder en tegelijk weemoedig, ’s mensen onmacht en de vergankelijkheid
van zijn bestaan.’
Lees verder op www.groene.nl












