LJG: Wajikra, Wajikra (Leviticus) 1:1-5:26 en Dewarim (Deuteronomium) 25:17-19


De Eeuwige riep Mosje en zei vanuit de ontmoetingstent tegen hem: ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Als iemand van jullie de Eeuwige een offer uit de veestapel wil aanbieden, moet dat een rund, een schaap of een geit zijn.” ‘

Want, als God ons wetten zou
geven, waardoor wij totaal onrealiseerbare  idealen zouden
nastreven, wetten, die wij als mensen onmogelijk zouden kunnen 
vervullen, dan zou de relatie met de Eeuwige onherstelbaar beschadigd
worden  en zou een joods leven gekenmerkt zijn door frustraties.
(Hedendaagse lessen)

HET COMMENTAAR VAN DE WEEK

Maimonides verklaarde, in zijn filosofisch  werk “Gids Voor De
Verdoolden”, dat de reden dat Tora deze opdracht tot  het brengen
van offers geeft een concessie is aan een reeds ingeburgerde 
traditie in het Nabije Oosten. De mensheid was van oudsher gewend aan
het  brengen van offers als een vorm van aanbidding. God, in Zijn
wijsheid, wist  dat het onmogelijk zou zijn de Hebreeen los te
weken van dat gebruik. Daarom  werd deze primitieve vorm van
aanbidding geincorporeerd in dienst aan God.

Latere wijzen wezen deze verklaring van Maimonides voor  het
brengen van offers, als een compromis met het heidendom, af. De 
verklaarders waren echter ook in staat om een midrasj te brengen
ter  verdediging van Maimonides’ positie (Wajikra Rabba 22:8):
‘Men mag geen offerdieren meer slachten voor bokken die  als goden
vereerd worden.’ (Wajikra 17:7). Rabbi Pinchas zei namens Rabbi 
Levi:  ‘Dit zou vergeleken kunnen worden met een koningszoon die
zijn  traditie ontrouw was geworden en de gewoonte had ontwikkeld
om onrein vlees (treife)  te eten. Zei de koning: ‘Laat hem altijd
aan mijn tafel eten, dan zal vanuit  zichzelf voorzichtig zijn.’

Zo ook Israël, die in Egypte hartstochtelijke  afgodendienaren
waren en gewend om hun offers te brengen aan demonen. Zei 
HaKadosj Baroech Hoe: ‘Laat hen steeds voor mij offeren in de Tent
der  Samenkomsten. Daardoor zullen zij afstand nemen van hun
afgoderij en  (bestraffing) gespaard blijven.’ Dit is wat
geschreven staat:  ‘Een ieder  van het huis van Israël.’
(Wajikra 17:8). (Uit: In  the Desert A Vision – Rabbi Awraham Isaac Kook on the Torah Portion of the  Week,  New York: Orot, 2000, p.105-106)

Gelezen  wordt:
Dasberg  choemasj deel II, blz. 1-9 en 280
Haftara  voor Sjabbat Zachor: I  Sjemoeel 15:2-34
Dasberg choemasj deel II, blz. 280.




Klik op het logo om verder te lezen op de website van de LJG.

Advertentie (4)