
De Eeuwige riep Mosje en zei vanuit de ontmoetingstent tegen hem: ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Als iemand van jullie de Eeuwige een offer uit de veestapel wil aanbieden, moet dat een rund, een schaap of een geit zijn.” ‘
Want, als God ons wetten zou
geven, waardoor wij totaal onrealiseerbare idealen zouden
nastreven, wetten, die wij als mensen onmogelijk zouden kunnen
vervullen, dan zou de relatie met de Eeuwige onherstelbaar beschadigd
worden en zou een joods leven gekenmerkt zijn door frustraties. (Hedendaagse lessen)
HET COMMENTAAR VAN DE WEEK
Maimonides verklaarde, in zijn filosofisch werk “Gids Voor De
Verdoolden”, dat de reden dat Tora deze opdracht tot het brengen
van offers geeft een concessie is aan een reeds ingeburgerde
traditie in het Nabije Oosten. De mensheid was van oudsher gewend aan
het brengen van offers als een vorm van aanbidding. God, in Zijn
wijsheid, wist dat het onmogelijk zou zijn de Hebreeen los te
weken van dat gebruik. Daarom werd deze primitieve vorm van
aanbidding geincorporeerd in dienst aan God.
Latere wijzen wezen deze verklaring van Maimonides voor het
brengen van offers, als een compromis met het heidendom, af. De
verklaarders waren echter ook in staat om een midrasj te brengen
ter verdediging van Maimonides’ positie (Wajikra Rabba 22:8):
‘Men mag geen offerdieren meer slachten voor bokken die als goden
vereerd worden.’ (Wajikra 17:7). Rabbi Pinchas zei namens Rabbi
Levi: ‘Dit zou vergeleken kunnen worden met een koningszoon die
zijn traditie ontrouw was geworden en de gewoonte had ontwikkeld
om onrein vlees (treife) te eten. Zei de koning: ‘Laat hem altijd
aan mijn tafel eten, dan zal vanuit zichzelf voorzichtig zijn.’
Zo ook Israël, die in Egypte hartstochtelijke afgodendienaren
waren en gewend om hun offers te brengen aan demonen. Zei
HaKadosj Baroech Hoe: ‘Laat hen steeds voor mij offeren in de Tent
der Samenkomsten. Daardoor zullen zij afstand nemen van hun
afgoderij en (bestraffing) gespaard blijven.’ Dit is wat
geschreven staat: ‘Een ieder van het huis van Israël.’
(Wajikra 17:8). (Uit: In the Desert A Vision – Rabbi Awraham Isaac Kook on the Torah Portion of the Week, New York: Orot, 2000, p.105-106)
| Gelezen wordt: Dasberg choemasj deel II, blz. 1-9 en 280 Haftara voor Sjabbat Zachor: I Sjemoeel 15:2-34 Dasberg choemasj deel II, blz. 280. |
Klik op het logo om verder te lezen op de website van de LJG.












