Parsja 28 Wajikra (Leviticus 1:1-5:26) – Parsjat Zachor!


WAJIKRA: Derde boek van de Tora. Wajikra heet ook Torat Kohaniem – Leer van de Priesters, omdat een groot deel gewijd is aan de taak van de kohaniem in het (draagbare) Heiligdom. Daar moesten brand-, vredes- eerstelingen-, zonde- en schuldoffers en meeloffers gebracht worden.

Bij alle offers komt zout te pas. Wie een offer brengt, legt de handen
op de kop van het dier. Dit heet semiecha. De offers worden soms
geheel, soms gedeeltelijk verbrand; is het laatste geval, dan is wat
overblijft deels voor de koheen, en soms ook voor de aanbieder van het
offer.

Wajikra is de 28e Parsja


Koheen, 1:1-13
Mosje wordt door HaSjeem naar de Ohel Mo’eed (Tent der Samenkomst) geroepen waarna offervoorschriften volgen.


In de loop der generaties is het gebruik geworden om het Tora-leren met
de kleuters te beginnen bij Wajikra en niet bij het eerste boek
Bereesjiet (Genesis): “Omdat de kindertjes nog puur en rein zijn moeten
zij starten met heilige en gewijde zaken” (Midrasj Rabba 7:3). Rabbi
Efraim Luntsjiets verklaart hiermee de kleine openingsalef in
het woord wajikra: hier moeten de kleintjes aanvangen! De kinderen
lezen over offers, de Tempel en Jeruzalem. Wat is de betekenis van
Jeruzalem en waarom blijven wij hopen op herbouw van het Beet
haMikdasj? 2000 jaar geleden stroomden van heinde en verre pelgrims
richting de heilige stad. Zoveel gelijkgerichte burgers bijeen gaf het
volk in religieus en moreel opzicht iedere Jom-Tov weer nieuwe kracht
en frisse moed. Het Beet-HaMikdasj verenigde het joodse volk en richtte
deze nationale eenheid op G’ds Eenheid.

Dit effect van Jeroesjalajiem geeft ook direct aan waarom het
geestelijk centrum niet op het platteland maar juist in een stad
gevestigd was. Groei van beschaving vindt in het algemeen plaats in
steden. Daar waar mensen geconcentreerd zijn, groeit cultuur en
ontwikkelen zich nieuwe ideeen. Het platteland biedt voedsel voor het
lichaam, de stad geeft voedsel voor de geest. Rabbiner S.R. Hirsch
stelt, dat het woord ‘Ier’ – stad – komt van de Hebreeuwse
werkwoordstam “Oer” – opwekken. Een stad wekt de mensheid op en is een
broeikas voor creativiteit. Onze beschaving is gericht op het
ontwikkelen van een band met G’d. Vanuit religieuze optiek was
Jeroesjalajiem de hoogste realisatie van het begrip stad.


Levie, 1:14-2:6
Een ola, brandoffer kan van tortelduiven of van jonge duiven gebracht worden. De offerprocedure van vogels en meeloffers volgt.

TWat is een offer? Een offer betekent in het Westen meestal iets van
waarde, dat wij afstaan in de hoop meer terug te krijgen dan wij
offeren. Maar eigenlijk is het woord ‘offer’ een onzuivere vertaling
van het He-breeuwse woord Korban. Wanneer wij een offer brengen, willen
we meestal iemand gunstig stemmen of afkopen. Het is soms een soort
omkoperij. We hebben problemen met de vertaling van het woord Korban
omdat het begrip offer uit afgodische culturen stamt. Bij afgoderij is
het woord ‘opofferen’ wellicht accuraat. In het Hebreeuws is dit
anders. De bron van het woord Korban is nabijheid. Korban wordt
exclusief gebruikt in relatie met G’d. Wanneer een mens een offer
brengt wil hij zichzelf dicht bij G’d brengen, die het ultieme Goede
is. Alle andere prachtige dingen in deze wereld verbleken tegenover het
ultieme geluk van dichtbij G’d zijn. Tegenwoordig hebben wij de offe

Advertentie (4)