
De Eeuwige zei tegen Mosje, op de berg Sinai: ‘Zeg tegen het volk Israël: “Wanneer jullie eenmaal in het land zijn dat Ik je zal geven, moet het land rust krijgen, een sabbatsrust gewijd aan de Eeuwige. Zes jaar achtereen mogen jullie je land inzaaien, je wijngaard snoeien en de oogst binnenhalen. Maar het zevende jaar moeten jullie het land laten rusten.
Het
is een Sjabbatjaar dat aan de Eeuwige gewijd is. Je mag dan je land
niet inzaaien, je wijngaarden niet snoeien, het koren dat vanzelf
opkomt niet als oogst binnenhalen en niet de druiven oogsten van je
ongesnoeide wijnstokken. Het moet een jaar zijn van volstrekte rust
voor het land.
| De betekenis van Tora in ons hedendaagse leven kan alleen toenemen als wij het onszelf toestaan “terug naar Sinai” gebracht te worden en te delen in de ontzagwekkende kracht van dat moment van Openbaring. (Lessen voor Tegenwoordig) |
HET COMMENTAAR VAN DE WEEK
Pinchas Peli z.l. schrijft: “Ma inyan sjmita etsel har Sinai?” – wat doen de Sjabbatwetten bij de berg Sinai? vragen de oude rabbijnen.
Een mogelijke verklaring is dat bij de invoeging van de wet in verband
met het land op dit ogenblik in de Schrift – door de invoeging van het
sjabbatjaar en het jubeljaar – de nadruk wordt gelegd op het feit dat
de openbaring bij de Sinai, waar wij de Tora en de geboden ontvingen,
slechts een doel had: het uitbouwen van een modelgemeenschap door het
volk Israël in een enig, werkelijk en soeverein land.
De verheven morele code van de berg Sinai was niet bedoeld als een gids
voor kosmopolitische individuen zonder wortel, maar voor een geheel
volk levend en werkend in zijn land. Dat na een lange onderbreking de
gebeurtenis bij de Sinai en het leven van het land samen geplaatst
zijn, scherpt ons tweeërlei zaken in. Ten eerste: de idealen van de
Tora moeten niet in de verheven sfeer van het abstrakte blijven, maar
gerealiseerd worden op de bodem van het land zelf. En ten tweede: het
land is meer dan een loutere geo-politieke of agro-ekonomische eenheid,
het is ook bekwaam om sjabbat te vieren en van het land wordt verwacht
dat het shabbat viert.
Uit Pinchas H. Peli: De Tora Vandaag (J.H.Kok, Kampen 1988,
vertaling uit het Engels: Ephraim Meir, ISBN 90 242 4728 4)
| Gelezen wordt: Dasberg choemasj deel II, blz. 53-57 Haftara: Jirmejahoe 32:6-27 Dasberg choemasj deel II blz. 245 |
Klik op het logo om verder te lezen op de website van de LJG.
Vertaling: Jochanan Ch. Belinfante
Voor het origineel zie www.kolel.org/pages/5763/behar.html












