
CHOEKAT (WET): Met de as van de rode koe is het mogelijk rein te worden na contact met een dode. Mirjam sterft. Er is geen water. God gebiedt Mosje tegen de rots te spreken. Mosje slaat met zijn staf op de rots. Er komt veel water uit. Mosje en Aharon mogen het Land niet binnen.
De koning van Edom wil het volk niet doorlaten en dreigt met geweld;
daarom kiest men een omweg. Aharon sterft op de berg Hor. Zijn ambt
wordt overgenomen door zijn zoon Elazar. Wederom verzet het volk zich
tegen Mosje, waarna giftige slangen veel slachtoffers maken. Ook
hieraan weet Mosje een einde te maken. De Bne Jisraeel trekken verder
de woestijn door. Aangekomen bij het gebied van Sichon, koning der
Emorieten, weigert deze doortocht. Na een oorlog neemt Israël het land
van Sichon in bezit. Ook Og, koning van Basjan voert oorlog met de
joden. Og verliest zijn land aan het volk.
| Koheen, 19:1-17 De rode koe mocht geen gebrek hebben en nooit een juk hebben gedragen. Zij werd buiten de Tempel geslacht en volledig verbrand, nadat het bloed zeven maal gesprenkeld was in de richting van de voorzijde van de Tent der Samenkomst. Iemand die in contact komt met een overledene wordt ritueel onrein voor 7 dagen. Water met as van de rode koe wordt op de 3e en 7e dag op de onreine gesprenkeld. Daarzonder kan hij zijn onreinheid niet kwijtraken en de Tempel niet betreden. |
De
rode koe is al vele millennia een raadsel. Koning Salomo, die drie
boeken van Tenach ? Prediker, Spreuken en Hooglied geredigeerd heeft en
elk voorschrift met 3000 parabels kon uitleggen ? riep over de rode koe
uit: “Dit gaat mijn begrip te boven.” De Tora zelf verklaart, dat dit
voorschrift van het besprenkelen van onreine mensen met de as van de
rode koe om hen te reinigen, een choeka, een onbegrijpelijke wet is.
Rasjie (1040-1105) legt uit: “Omdat de volkeren Israël beledigen door
te zeggen: ‘Wat betekent dit gebod, welke grond staat daarbij, welke
reden bestaat daarvoor?’ – daarom schrijft de Tora daarbij ‘choeka’:
het is een besluit van Mij. Jullie hebben geen recht dit te verwerpen
op grond van jullie eigen oordeel. Mijn besluit is daarboven verheven.”
Een rode koe was zeer zeldzaam. Het Sanhedrin ging eens op weg om een
rode koe te kopen. Ze boden de boer 400 zilverstukken. De eigenaar ging
akkoord. De Geleerden zouden de volgende dag met het geld terugkomen.
Maar intussen had de boer zich bedacht. Hij wilde 500 goudstukken. De
leden van het Sanhedrin gingen akkoord en zouden de volgende ochtend
het dier komen halen. De boer wist, dat wanneer de rode koe een juk had
gedragen, het ongeschikt was, maar meende, dat de leden van het
Sanhedrin dit niet konden controleren. De Geleerden onderzochten het
dier alvorens te betalen. Een koe, die een juk heeft gedragen, is aan
twee kenmerken herkenbaar. Er zijn twee haartjes in de nek, die gebogen
blijven wanneer er ooit een juk op gelegen heeft. Bovendien kijkt een
koe die een juk heeft gedragen ietwat scheel. De Wijzen zagen direct,
dat de koe niet meer geschikt was: “Houdt u de koe maar, wij hebben hem
niet nodig.” De boer had vreselijk spijt van zijn bedrog en beroofde
zichzelf van het leven.
Hoewel de para adoema (de rode koe) een onbegrijpelijk gebod is, geeft
Rabbi Mosje Haddarsjan, uit wiens werken ook Rasjie nogal eens put,
toch verschillende verklaringen. De rode koe werd voornamelijk gebracht
als een verzoening voor het gouden kalf. Gelijk de Joden hun gouden
neusringen hadden afgelegd voor het kalf uit hun eigen bezit, zo zouden
zij deze rode koe ook ter verzoening moeten brengen uit hun eigen
vermogen. Het brengen van de rode koe kan men vergelijken met de zoon
van een slavin, die het huis van de koning bevuild heeft. Men ze












